Koude Oorlog met Teheran

Vorige week hebben we voor de tweede keer het officiële einde van de oorlog in Irak meegemaakt. De eerste keer was op 1 mei 2003, toen president George W. Bush ‘the end of major operations’ aankondigde; nu bij het verlaten van de laatste Amerikaanse gevechtstroepen. Is dit de laatste mijlpaal? Er blijven nog vijftigduizend man achter, maar die vechten niet, ze zijn er om het leger van Irak op te leiden. Dat heeft dan weer tot belangrijkste taak de soennieten en sjiïeten in eigen land te beletten een burgeroorlog te beginnen en de Irakezen te helpen hun democratie te stichten. Regelmatig vliegen tientallen Irakezen door toedoen van andere Irakezen de lucht in. Een gekozen regering is er nog niet. Meer dan vierduizend Amerikanen zijn gesneuveld en omstreeks honderdduizend burgers hebben het niet overleefd. De oorlog heeft 750 miljard in plaats van de begrote vijftig miljard dollar gekost. Daarmee is deze als zegenrijke operatie verkochte onderneming tot de grootste officiële oplichterij van deze eeuw geworden. Maar we zijn eraan gewend geraakt. Andere problemen vragen de aandacht.
Afghanistan, waar het allemaal begonnen is. Daar wil het ook niet opschieten. Het is langzamerhand onmogelijk geworden nog een overzicht te krijgen van de wisseling in strategie en politiek. De International Herald Tribune van 17 augustus heeft een tekening die het samenvat. Links staat een generaal die met een aanwijsstok president Obama de betekenis van plan 15386 uitlegt. Intussen gooit rechts een andere generaal plan 15385 in een volle prullenbak. Generaal Petraeus is met dertigduizend soldaten extra bezig de zaak te regelen. Welke Amerikaanse kiezer gelooft het nog; wie überhaupt?
En nu dient opnieuw Iran zich aan. Afgelopen zaterdag is daar de eerste kerncentrale officieel in gebruik genomen en zondag werd onder auspiciën van president Ahmadinejad de onbemande bommenwerper voor de lange afstand, de Gezant van de dood, vertoond. Raketten heeft het land al veel langer. In 1992 werd de eerste gelanceerd en vorig jaar is er door de Amerikanen nog een neergeschoten. Heeft niet geholpen, en dit is weer een stap verder. 'Volkomen onaanvaardbaar’, heeft de Israëlische regering laten weten. Dat mag zo zijn, maar wat kan ertegen worden gedaan? Intussen wordt het land er al jaren van verdacht aan een kernwapen te werken. Pogingen van Amerika, de internationale gemeenschap, dreigementen van Israël hebben geen succes gehad. De president zelf zegt dat het atoomprogramma uitsluitend vreedzame doelen dient. In het Westen wordt hij niet geloofd. Daar blijft het bij.
In The New Yorker van vorige week staat een interview met Ahmadinejad en een van de hoogste vertegenwoordigers van de Iraanse geestelijkheid, Hossein Shariatmadari, adviseur van de leider Khamenei en hoofdredacteur van het islamitische dagblad Kayhan. Hij vindt Obama een domme man. Dankzij de Amerikaanse steun heeft de regering vorig jaar de raddraaiers van de Groene Beweging, de oppositie tegen Ahmadinejad kunnen ontmaskeren. Als Amerika en zijn bondgenoten sancties toepassen waarvan het volk het slachtoffer is, zal het Westen daarvan de schuld krijgen. 'En vergeet dit niet’, zei Shariatmadari, 'de wereldopinie staat aan onze kant. In het Midden-Oosten wachten de massa’s op de macht die het Westen zal uitdagen.’ Over een aanval van de Amerikanen maken hij en zijn president zich niet ongerust. 'Met hun mislukte oorlogen in Irak en Afghanistan hebben ze zich in een steeg gemanoeuvreerd. Wat hebben ze in die twee landen bereikt? Het zal nog een heel werk zijn de Amerikaanse publieke opinie ervan te overtuigen dat een derde oorlog noodzakelijk is.’
Uit dit interview spreekt een geweldig zelfvertrouwen. Of is het zelfoverschatting? In ieder geval is het gevaarlijk. Er zijn grof gezegd twee gewelddadige scenario’s. Óf het Iraanse bewind acht zichzelf binnen afzienbare tijd zo sterk dat het een aanval op het gehate Israël waagt. Dat land zal dan nog sterk genoeg zijn om vernietigend terug te slaan. Daarmee is de volgende grote oorlog in het Midden-Oosten begonnen. Óf Israël vindt de toestand te gevaarlijk en gaat over tot de preventieve aanval. Daarmee wordt dan waarschijnlijk hetzelfde resultaat bereikt. En dan is er nog een derde mogelijkheid. De verhouding tussen Iran en het Westen ontwikkelt zich verder tot de verhouding die er nu in beginsel al is. Het wordt een soort Koude Oorlog, met alle daarmee verbonden complicaties. In het Westen zullen er twee fracties ontstaan: de ene die tot het uiterste naar een oplossing zonder gebruik van geweld zal zoeken. Dat betekent uitbuiting van alle diplomatieke contacten, eindeloze conferenties en toenemende irritatie bij de partij die er zo vlug en zo hard mogelijk op wil slaan.
In Teheran heeft de partij van de harde lijn het voorlopig gewonnen. In Amerika nadert over twee maanden de campagne voor de tussentijdse verkiezingen het hoogtepunt. De partij van de harde lijn is daar aan de winnende hand. Ik voorspel dat de vijandschap tussen Teheran en Washington verder zal escaleren.