Koude oorlog om Iran

Met een beetje verbeeldingskracht zou je de stelling kunnen verdedigen dat de sleutel tot de West-Europese stabiliteit, dat wil zeggen de wankele economie en het daarmee direct verbonden probleem van rust en orde, in Teheran ligt.

Gaan de machthebbers daar verder met het ontwikkelen van een kernwapen? Dat zullen ze opnieuw ontkennen. Worden in Washington en Israël dan de bewijzen verzameld dat ze liegen? In dit zwarte scenario is het antwoord bevestigend. Daarna ontstaat er in dit deel van de wereld een campagne waarin wordt bewezen dat een preventieve aanval onvermijdelijk is. De vliegtuigen stijgen op, de atoominstallaties worden vernietigd, er wordt ook nog wat bijkomende schade aangericht.

De reacties in het Midden-Oosten zijn onbeschrijflijk. Wat we hoopvol de Arabische lente noemden, keert zich tegen het Westen. De organisatie van olie producerende landen kondigt een boycot af. Het gevolg is de derde oliecrisis, vergeleken waarbij die in 1973 en 1979 relatief rustig verlopen onderbrekingen van onze ordelijke gang van zaken waren. De samenleving van nu is essentieel een andere dan die van dertig tot veertig jaar geleden. Dat wordt dan, met een verdubbeling tot verdrievoudiging van de benzineprijs en een nog onvoorstelbare verhoging van alle kosten van levensonderhoud, pas goed duidelijk.

Nog altijd volgens dit zwarte scenario pikt de nieuwe mens deze toestand niet meer, gaat de straat op, bestormt regeringsgebouwen, plundert, enzovoort. Het doet aan de toestanden in de grote Britse steden in de zomer van 2011 denken. Met dit verschil dat geloofwaardige politieke alternatieven ontbreken. En intussen is in het Midden-Oosten een nieuwe oorlog in ontwikkeling, waarin de moslimwereld de eenheid heeft hervonden en zich met hernieuwde kracht tegen Israël richt. Natuurlijk zal het Westen Israël steunen. Het gevolg zal een oorlog tussen twee wereld­delen, beschavingen zijn.

Is zo’n gang van zaken ondenkbaar? Nee. Zo’n samenloop van omstandigheden is op het ogenblik nog wel onwaarschijnlijk, maar in labiele situaties is het verstandig aan contingency planning te doen: op alle mogelijkheden voorbereid zijn, dus ook de slechtst denkbare, om die zo verstandig mogelijk te kunnen vermijden. Tenslotte hebben we het ook daaraan te danken dat de Koude Oorlog goed is afgelopen. Ook onder de slechtst denkbare omstandig­heden – de bouw van de Berlijnse Muur, de Cubaanse rakettencrisis – zijn de partijen met elkaar blijven praten.

Aanstaande vrijdag begint in Istanbul het volgende bedrijf van het drama. Daar zullen op een conferentie vertegenwoordigers van de Veiligheidsraad eisen dat Iran stopt met het verrijken van uranium tot twintig procent. Bovendien zouden de honderd kilo waarbij deze graad al is bereikt aan de VN moeten worden afgestaan. Dit is in overeenstemming met wat premier Netanyahu en president Obama vorige maand in Washington zijn overeengekomen. Netanyahu heeft toen toegezegd voorlopig van een aanval af te zien opdat politici en diplomaten hun werk konden blijven doen. De Israëlische minister van Defensie, Barak, heeft verklaard dat als het Westen nu niet voet bij stuk houdt, dit in Teheran als een overwinning zal worden uitgelegd. Afgelopen zaterdag zei Alladin Boroujerdi, een militaire deskundige in het Iraanse parlement, dat ‘als het Westen de confrontatie met de Islamitische Republiek wil aangaan, dat niet in zijn voordeel zal zijn’.

Oorlogstaal. Daar moeten we onder deze omstandigheden niet van schrikken. Nog één keer terug naar de Koude Oorlog. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Foster Dulles heeft de uitdrukking to the brink of war bedacht, de kunst van het brinkmanship. Dat is de subtiele kunst van het stellen van eisen, het geloofwaardig dreigen met oorlog zonder de fatale grens te passeren. Nogmaals, dat is toen gelukt, ook door topconferenties, de Rode Telefoon, nog meer parafernalia, en ondanks de van beide kanten onophoudelijke en vaak vernietigende scheldpartijen.

Kunnen we de verhouding tussen enerzijds Iran en aan de andere kant Israël, Amerika en de rest van het Westen opvatten als oefeningen in brinkmanship? Dat is de paradox van deze kunst. Zodra een van de partijen toegeeft dat het bij dreigementen blijft en niet van plan is de daad bij het woord te voegen, geeft zij de tegenstander alle ruimte, en dan is het misschien gedaan met de vrede. Zeker is het pas als het eerste schot heeft geklonken. De start van de gewelddadige escalatie. Denk niet aan economische maatregelen; die zijn wel van het grootste belang, zoals de toestand van de Iraanse economie laat zien (21,5 procent inflatie), maar er vloeit geen bloed.

Vorige week heeft Günter Grass zich in de strijd gemengd. In een gedicht heeft hij laten weten dat hij Israël als de grootste bedreiging van de wereldvrede beschouwt. Dat zal wel. Het heeft een enorm tumult in de publiciteit veroorzaakt. Ik denk aan zijn prachtige roman Die Blechtrommel. En hoeveel divisies heeft de paus, vroeg Stalin toen de heilige vader hem weer eens had veroordeeld. Geen. Daar gaat het in dit geval ook om.