Koude oorlogen

In zijn postuum gepubliceerde dagboek Verscheurde stilte schrijft John Cheever (1912-1982) meedogenloos over eigen leven en letteren.

Medium cheever wapshot chronicle
Medium cheever wapshot scandal

Zijn huwelijk en drankgebruik krijgen een hardhandige analyse. Cheever noemt zichzelf een ‘eenzame dronkelap’ en vraagt zich af waarom hij geen beter mens is. Hij schreef vaak verhalen en soms romans omdat hij zichzelf zo kon optillen uit zijn eigen menselijke modderpoel, dacht hij.

Over zijn eerste twee romans, The Wapshot Chronicle (1957) en The Wapshot Scandal (1963) is hij summier in Verscheurde stilte. Sommige critici vonden de romans geen romans, omdat Cheever te veel zijpaden zou bewandelen in de familieromans. Maar het zijn juist die ogenschijnlijke terzijdes – wanhoopverhalen over mensen die onherroepelijk te gronde gaan – die een mooi, desastreus decor vormen voor zijn twee hoofdpersonages, Moses en Coverly Wapshot, geboren en getogen in het provinciale St. Botolphs in Massachusetts. Deze Wapshots hebben een oud familielid boven zich, nicht Honora, die de touwtjes strak in handen lijkt te hebben: ‘Honora had alles geregeld.’ In het eerste deel laat Cheever een scherp contrast zien tussen het schijnbaar idyllische buitenleven en de gemene grote stad, waar Moses en Coverly terechtkomen. Ze hebben een opdracht: trouw en zorg dat je een zoon krijgt, dan zal ik jullie financieel veiligstellen dankzij mijn trustfund, aldus Honora. Zo gezegd, zo gedaan, na veel vallen en een beetje opstaan. Beide broers gaan op veroveringstocht en weten een vrouw aan de haak te slaan: Moses vangt de ‘kasteelprinses’ Melissa, Coverly ontmoet het serveerstertje Betsey, geboren in Georgia.

In Verscheurde stilte omschrijft Cheever de broers als apollinisch (Coverly, werkzaam op een geheime raketbasis) en dionysisch (Moses, verbonden aan een mistige makelaardij). Maar The Wapshot Chronicle is veel ingewikkelder en onvoorspelbaarder dan Cheevers zwart-witschema suggereert. Moses is de alcoholistische genieter, versierder en bon vivant. Maar Coverly blijkt niet de evenwichtige, beheerste of harmonieuze man die huwelijk en huishouden in de hand heeft. Zijn biseksualiteit (in Verscheurde stilte staat daar veel meer over), midden in de jaren vijftig, knaagt aan zijn conventionele identiteit.

In The Wapshot Scandal merkt de lezer pas dat Cheever zijn eerste roman slechts als opstapje heeft gebruikt voor een reeks potentiële rampen, kleinschalig én grootschalig. ‘In de liefde is niet alles spel en strijd’ durft Cheever dan nog te schrijven. Maar in het vervolg strijdt iedereen met iedereen en valt de bodem onder het Wapshot-bastion vandaan. Hoe? In de eerste plaats blijkt Honora, de familiefinancier, haar hele leven lang geen belasting te hebben betaald. De irs zit achter haar aan en ze moet vluchten. Die vlucht, naar het oude Europa en het eeuwige Rome, gaat weer gepaard met pseudo-kolderieke avonturen maar ook met het opdrogen van de geldstroom richting Coverly en Moses. De laatste raakt in paniek, de eerste merkt aanvankelijk niets.

Medium cheever
Wat zo fascinerend is aan een Cheever-­vertelling is dat die zeer onvoorspelbaar is

Coverly, vervreemd van zijn eenzame en onvoorspelbare vrouw, wordt assistent van dr. Cameron, directeur van de raketbasis. Die is een soort dr. Strangelove, een autoritaire man die perfect past in de paranoïde post-Tweede-Wereldoorlogperiode waarin de nucleaire dreiging alomtegenwoordig is. De technologie ontwikkelt zich tot een machine die de mens te machtig wordt. Cameron lijkt het lot van de wereld in zijn hand te hebben: totale destructie of overleven? Maar men wantrouwt hem. Een Speciale Commissie in Washington ondervraagt hem en een demasqué – als vader – is het resultaat. Coverly mag op zijn aktetasje passen, met alle hilarische gevolgen van dien. Hij, achtervolgd door de geest van zijn vader, komt via allerlei omwegen ten slotte bij nicht Honora terecht, diezich uithongert en dooddrinkt in St. Botolphs. Al haar bezittingen zullen in beslag worden genomen door de belastingdienst.

Het huwelijk van Moses en Melissa explodeert, en niet in de laatste plaats omdat Melissa zich verbindt met een zeer jonge boodschappenjongen. Moses zelf valt bijna uit de roman doordat hij zich laveloos drinkt. Een van de hoogtepunten in The Wapshot Scandal is het schandaal dat Melissa veroorzaakt door het aan te leggen met de negentienjarige Emile. Beide geliefden verdwijnen na een, bijzonder geestig beschreven, paaseizoektocht, naar de grote stad. Melissa vlucht weg uit de VS en komt in Rome terecht. En jawel, haar levenspad kruist andermaal dat van haar jonge minnaar, die zij voor de tweede keer ‘opkoopt’.

Wat zo fascinerend is aan een Cheever-vertelling is dat die zeer onvoorspelbaar is. Sterker nog, de onverwachte terzijdes over teloorgegane levens versterken juist de eenheid van de roman, die niet alleen gaat over de macht van de machine of de terreur van de technologie (vliegtuig, computer, raket, atoombom) maar ook over de stille wanhoop van vrouwen en mannen in de buitenwijken van het bestaan, over het gezin dat staat te trillen op zijn naoorlogse Koude-Oorloggrondvesten.

Aan het slot van The Wapshot Scandal vertrekt de veelwetende verteller van Cheevers licht apocalyptische vertelling uit St. Botolphs. Hij heeft het daar gezien. Hij haalt nog een uitspraak aan van de vader van Coverly en Moses, de verdronken dagboekschrijver en artistieke zeeman Leander: ‘Laten we ervan uitgaan dat de ziel van de mens onsterfelijk is en tegen elke vorm van goedheid en elke vorm van slechtheid kan.’

Met zijn twee romans over de familie Wapshot heeft John Cheever een beeld gegeven van het grote Amerika dat de technologische revolutie leidt (maar waar gaat die naartoe?) en het kleine Amerika van het gelovige gezin dat uit elkaar dreigt te spatten omdat het persoonlijke verlangen te groot is of de argwaan onbeheersbaar.

John Cheever
The Wapshot Chronicle & The Wapshot Scandal
Vintage, 323 blz., € 15,50 en 309 blz., € 13,95. De Nederlandse vertaling van deel 1 heet Kroniek van de familie Wapshot (uitg. Van Gennep). Een vertaling van het tweede deel, ook van vertaler Guido Golüke, is in voorbereiding


Beeld: Bettyman/Corbis/HH