Muziektheater

Koude vlakte, nieuwe toekomst

Muziektheater: Artis Dulcedo brengt ‹Der Silbersee› van Kurt Weill

De naam van de componist Kurt Weill (1900-1950) lijkt voor eeuwig verbonden met Die Dreigroschenoper op een libretto van Bertolt Brecht. Toen deze anti-opera in première ging (Berlijn 1928) lag de Weimar republiek al in duigen. Hitlers SA verstoorde de voorstelling regelmatig. Hun stinkbommen konden niet verhinderen dat het stuk een wereldhit werd. Brecht stond al langer op de zwarte lijst van de bruine horden, Weill werd er nu aan toegevoegd. Wat wil je: jood, dwars, en decadente ketelmuziek! Hij maakte met Brecht nog Der Jasager en (in ballingschap) Die sieben Todsünden der Kleinbürger. Maar Brecht zwenkte voor Weill te veel richting marxisme. De humanist Weill zocht andere kompanen, en vond de expressionist Georg Kaiser. Die voor hem het libretto schreef voor de opera (die van Weill geen opera mocht heten) Der Silbersee.

Het verhaal is een naïef «wintersprookje», dat begint aan de randen van een bevroren meer, Der Silbersee. Politieman Olim schiet de werkloze Severin neer nadat die een ananas heeft gestolen. Olim krijgt berouw en zwakt zijn proces-verbaal af. Hij wint een prijs in de loterij, koopt daarvan een kasteel en biedt daar Severin onderdak, zonder dat die weet wie zijn weldoener is. De kasteelbeheerster en haar baron proberen de politieman en de werkloze tegen elkaar uit te spelen. Dat lukt. En mislukt. Olim en Severin laten zich het kasteel uit jagen. Maar daarna zoeken ze samen een nieuwe toekomst op het stevige pakijs van het zilvermeer — koude vlakte, nieuwe toekomst.

De muziek is een wonderlijke mengeling van Brahms, Bach, jazz en tango. Der Silbersee ging in première in februari 1933, anderhalve week voor de brand in de Berlijnse Reichstag. Joseph Goebbels vond meteen een aanleiding om het stuk te verbieden: een ballade over Julius Caesar, ontmaskerd als een alter-ego van Adolf Hitler: «Cäsar wollte mit dem Schwert regieren/ Und ein Messer hat ihm selbst gefällt.» Kurt Weill kon inpakken en deed dat ook meteen: met zijn vrouw, de actrice en zangeres Lotte Lenya, vertrok hij via Parijs naar Amerika, waar hij een succesvol componist van Broadway-musicals werd.

Het Vlaamse gezelschap Artis Dulcedo (amateurs, in de mooie zin van het woord: dilettanten, liefhebbers dus) speelt nu Der Silbersee (première eind april in de oude schouwburg van Brugge). Op het podium een berg van hout, een enorme tribune, verder nagenoeg niks. In de bak een orkest (dirigent: Steven Decraene) dat meteen in de enerverende ouverture op scherp staat. Die ouverture is trouwens Kurt Weill op zijn best: een mix van marsmuziekparodie, kermisdeunen en melancholische zwijmel romantiek. De twee protagonisten Severin (Dick Vandaele, een prachtige pastiche van een heldentenor) en Olim (Pascal Maetens, de enige spreekrol in deze anti-opera, in zijn spel permanent schakelend tussen heftig en ingehouden) overtuigen en ontroeren. Hun manipulerende tegenstrevers, de kasteel beheerster Luder en baron Laur (Inez Carsauw en Thomas Blondelle) excelleren in hun bijna-finale, het door de nazi’s gehate lied over Duitsland als «Schlaraffenland» («Luilekkerland»).

Soms beland je als recensent bij toeval in een theateravontuur waarin de scheidslijn tussen amateurs en professionals wegvalt. Om Kurt Weill te citeren: «Ik heb nooit het verschil erkend tussen serieuze muziek en lichte muziek. Er is enkel goede muziek en slechte muziek.» Deze liefdevolle uitvoering van Der Silbersee biedt prachtige muziek en krachtig theater.

Nog te zien in de Vlaamse Opera Gent, op dinsdag 18 en woensdag 19 mei, om 20.00 uur. Kaarten: 0032-70-220202, www.silbersee.be