Jose Saramago, De stad der zienden

Krabbenmand

José Saramago
De stad der zienden
Uit het Portugees (Ensaio sobre a Lucidez, 2004) vertaald door Maartje de Kort
Meulenhoff, 319 blz., € 18,50

Lokale verkiezingen: in de hoofdstad komt door de regen tot vier uur ’s middags geen kiezer opdagen; van hen die vervolgens in groten getale stemmen blijken de biljetten voor zeventig procent blanco. Nieuwe verkiezingen, een week later, leveren een percentage van 83 blanco op. Het fiasco afdoen als toch maar van lokaal belang helpt niet, de regering is in rep en roer, roept de noodtoestand af en vervolgens de staat van beleg: dit «legaal misbruik» maken van een recht moet een – waarschijnlijk vanuit het buitenland – georganiseerde terroristische actie zijn.

De regering wil het liefst het ondankbare volkje ontslaan en doet dat in feite ook door in alle vroegte de hoofdstad te verlaten en een andere stad tot hoofdstad te maken. De burgemeester, verstandig ook al is hij lid van de Partij van Rechts, neemt ontslag, omdat hij inziet dat het gemeentebestuur van de stad is en niet de stad van het bestuur. De maatregelen van de regering – een krabbenmand waarin president, premier en ministers elkaars ambities een beetje in de weg zitten – escaleren van kwaad tot erger en het ergste: volkomen chaos, vooral bij het gezag, dat nauwelijks meer bevoegd mag heten. Als er ernstige dingen plaatsvinden, dan dankzij het gezag, dat om het land te redden niet terugschrikt voor een bomaanslag in de metro, persbreidel, blokkade van de stad en moord, zelfs op een weerspannige commissaris van politie.

Het knappe van Saramago is dat hij wat op zichzelf niet meer dan een ideetje lijkt met genadeloze consequentheid uitwerkt, ongeveer spiegelbeeldig aan de hardnekkigheid waarmee de regering haar desastreuze logica volgt, alleen omdat ze de eenvoudige conclusie niet trekt dat de burgers gewoon teleurgesteld zijn, helemaal niet uit zijn op macht, maar dat stelletje arrogante ijdeltuiten niet meer wensen. Saramago gebruikt een eerder boek van zichzelf, De stad der blinden, om de autoriteiten een sleutel te geven: één vrouw werd indertijd niet met blindheid geslagen en is nu de aanstichtster van een protestactie van zienden – deze zondebok dient geslacht, dat is het einde van deze roman, die bij verschijnen in Portugal nogal wat opschudding moet hebben veroorzaakt. De boodschapper van een simpele waarheid werd prompt voor cynicus en nihilist uitgemaakt. Saramago (1922) mag dan in 1998 de Nobelprijs hebben gekregen, hij is nog altijd communist en leeft in buurland Spanje.