De onzin van het kraakverbod  

Kraken heeft zin

De kraakbeweging kampt met slechte pers. ‘Wilde’ krakers uit Polen en Italië zouden zich aan god noch gebod storen. Een kraakverbod gaat echter voorbij aan het maatschappelijk nut van kraken.

Ik ben kraker. Ik heb geen tatoeages, geen piercings, geen hanenkam. Ik ben student en ontvang studiefinanciering. Daarnaast werkte ik het afgelopen jaar twee avonden per week in een restaurant. Ik leef van zo’n zeshonderd euro per maand. In Amsterdam kost een zolderkamer van twaalf vierkante meter al snel driehonderd euro. Meestal gaat het dan om onderhuur. Dat betekent geen huurrechten, geen postadres, geen mogelijkheid om je in te schrijven en vaak heel lang wachten tot er iets wordt gedaan aan je kapotte douche of verwarming. Klagen kan niet, gezien het risico dat je de volgende dag op straat staat. Ik vind dat je dat rustig uitbuiting mag noemen.

Het pand waar ik woon, in Amsterdam-Oost, stond jaren leeg. Ik woon er al twee jaar met zes huisgenoten. Als wij het niet gekraakt hadden, was het nu nog steeds leeg geweest. In Amsterdam zijn er zo’n vijfhonderd krakers met ideële en politieke motieven. Daarnaast zijn er anderen, studenten bijvoorbeeld, die niet voor een astronomisch bedrag in een hok zonder ramen willen zitten. Zij claimen hun recht op een fatsoenlijke woning.

In alle grote steden zijn er wachtlijsten voor huurwoningen. De krapte op de huizenmarkt maakt speculatie en leegstand aantrekkelijk. Huurders hebben immers rechten en zij vormen een obstakel voor potentiële kopers. En dus is er leegstand, terwijl er aanwijsbaar woningnood heerst. En dus wordt er gekraakt.

Maar niet zomaar. Kraken is in Nederland juridisch zo ingewikkeld dat beginners en buitenlanders er niet zomaar greep op hebben. Zij wenden zich tot een kraakspreekuur, zoals dat op veel plekken in Nederland wekelijks wordt gehouden, ervaren krakers die de jonge aanwas bijstaan met advies. Kraken zonder hulp, wildkraak, kan ook, maar dat blijft vaak niet ongestraft. Wanneer je een pand onterecht kraakt, kan de eigenaar je door middel van een kort geding met spoedeisend belang binnen enkele weken de deur wijzen. Het merendeel van de krakers verlaat het pand zonder verzet. Als ze zich verweren is dat omdat er iets mis is: omdat het bijvoorbeeld overduidelijk is dat de eigenaar helemaal niets met het pand gaat doen, of omdat het pand lege bv’s herbergt, en te vermoeden valt dat er geld wordt witgewassen. Krakers verzamelen vaak veel meer informatie over een pand dan bekend is bij de gemeente en helpen zo met het uitvoeren van de Bibob-wetgeving. Verzet bieden tegen ontruiming is bepaald niet de gemakkelijkste weg, het kost veel tijd en moeite en vormt een groot risico voor de betrokken mensen.

Dat is, wat mij betreft, de dagelijkse praktijk van het kraken – vreedzaam, zakelijk en verantwoordelijk. Gewelddadige incidenten, zoals de ontruimingen vorige week in Amsterdam, verstoren die praktijk en leiden tot de roep om een kraakverbod. Het kamerlid Jan ten Hoopen (cda), pleitbezorger van zo’n verbod, noemt de toestroom van buitenlandse radicalen en het toenemende geweld als belangrijkste redenen.

Nog afgezien van hoe steekhoudend die analyse is, is het de vraag of zo’n verbod zin kan hebben. In Spanje is kraken verboden, maar Barcelona herbergt de grootste groep krakers van Europa. Juist de uitwassen van de kraakbeweging zullen met een kraakverbod niet worden bestreden. ‘Wilde’ krakers trekken zich nu al niets aan van de omgangsvormen – dus waarom zouden zij zich wat van een kraakverbod aantrekken? Wie een huis vernielt, zich misdraagt, zijn buren het leven zuur maakt, moet aangepakt worden. Maar daar zijn al wetten voor, wetten inzake burengerucht, openbare geweldpleging enzovoorts, die gelden voor krakers en niet-krakers.

Een kraakverbod gaat bovendien voorbij aan het feit dat kraken een belangrijke factor is in het ‘opschudden’ van de statische woningmarkt. Na een jaar leegstand kan er legitiem gekraakt worden: de nachtmerrie van elke huisbezitter. Kraken is een goed pressiemiddel om speculanten achter de broek te zitten.

Dat zeg ik niet alleen: dat zeggen ook de burgemeesters van de vier grote steden en de burgemeesters van de g27 – een groep van middelgrote gemeenten als Leiden, Groningen en Nijmegen. Zelfs na de ongeregeldheden in Amsterdam sprak burgemeester Cohen zich uit tegen een kraakverbod.

In een brief aan minister Dekker van mei dit jaar zeggen de g4 het volgende: ‘Op dit moment vormt het kraken een stok achter de deur om eigenaren/verhuurders ertoe te bewegen initiatief te nemen tot tijdelijke verhuur. Kraken kan in die zin worden gezien als een door de “markt” (zonder overheidsbemoeienis) georganiseerde sanctie tegen het falen van de vastgoed/huurmarkt. Wordt het kraken in alle gevallen strafbaar gesteld, dan verdwijnt een belangrijke prikkel voor eigenaren/verhuurders om te voorkomen dat hun vastgoed langere tijd leeg staat.’

Een kraakverbod zal niet het gewenste effect hebben, maar aan kraken valt wel degelijk iets te doen. Namelijk door de woningmarkt aan te pakken. In plaats van op dat vlak daadwerkelijk initiatief te tonen, kijken veel politici al tientallen jaren lang liever de andere kant op. Een kraakverbod zal dat alleen maar gemakkelijker maken. Net als de schijnoplossing van het antikraken, dat huurrechten ondermijnt en geen structurele oplossing biedt voor de woningnood. Kraken individualiseert de woningnood daarentegen niet, maar zet het als collectief probleem op de kaart. Dat verbieden is niet de oplossing, integendeel. Don’t shoot the messenger.