Televisie: ‘Vrankrix en het A’damse rijk’

Krakers

Menige documentaire, gemaakt vóór de uitbraak van de Gekroonde Dood, krijgt achterhaalde of juist voorspellende betekenis. Maar zo bizar als de lading die Vrankrix en het Amsterdamse rijk kreeg zul je het niet vaak zien. Locatie: voormalig kraakbolwerk Vrankrijk in de Spuistraat. Werkelijk alles waar de negentien activistische bewoners tegen waren en zijn, heeft hen het laatste decennium ingesloten.

De verwijzing naar Asterix wordt adequaat gebruikt in de naamgeving van bewoners en in het strip-instrumentarium van tekst- en beeldballonnen. Ingepast in een documentaire over een subcultuur die zo ‘fuck alles’ is dat het een mirakel mag heten dat ze Annegriet Wietsma toelieten (moet hevig over gestreden zijn). Dat lukt je nooit als je niet sympathiseert, dus is dit geen waardenvrije productie. Uit de geestige aftiteling blijkt hoe godvergeten moeilijk het was een film met en over anarchisten te maken, maar ook hoe leuk en waardevol. En deze burgerlijke kijker, kleinzoon van een Domela-aanhanger nota bene, die niet houdt van hun besmeurende graffiti, anti-esthetiek in kleding, kapsel, gedrag (die trouwens een verrassend subcultureel conformisme verraden), hun vaak simplistische analyses van en betrokkenheid bij Werkelijk Alles, raakte onder de indruk van deze vreemde ‘tribe’ waarin kapitalisme en afgebakende identiteit op basis van sekse en seksuele voorkeur als even verwerpelijk worden gezien. Of liever, onder de indruk van een aantal individuen binnen dat verrassend pluriforme geheel.

Vrankrijk houdt stand omdat het eigendom is geworden. Tijdens het filmen sneuvelen naburige kraakpanden na harde strijd. De politie doet het vuile werk voor doodenge, gezichtloze eigenaren: schimmige conglomeraten van vastgoedontwikkelaars, BV’s achter BV’s, die van het ene na het andere pand hotels en appartementencomplexen in de luxe klasse maken. Vaak Cypriotisch. Het resultaat is op hun stoep verpletterend te zien: horden toeristen en rolkoffers, culminerend in de running gag van gidsen die makke kuddes in alle talen onderwijzen over het Mokums krakersverleden, staand voor het dapper standhoudend Gallisch pand. Apies kijken.

Toegegeven: sommige bewoners doen er in uiterlijk alles aan om aangestaard te worden. Maar niet generaliseren en achter het uiterlijk kijken. De schaterende, bepaald niet pacifistische hedonist (Tattootix) met zijn honderden T-shirts met politieke boodschap (voor de raf, tegen apartheid – want ook krakers worden ouder, papa); de ontroerende Poolse (Globalixa) antifa gevlucht voor skinheads, vol plichtsbetrachting jegens het collectief, maar ontzet over de neiging van huisgenoten om slordig stucwerk als heilige opdracht te zien, terwijl zij verval en armoe juist ontvlucht is. De vaste bezoeker Cockadoodledix, die als meisjeskind zijn poppen begroef en veel later de transitie aanging, mix van native American en Iers, te wit voor de Cherokee, te rood voor witten en naar wie ik het aanvankelijk moeilijk vond om te kijken, vond in Amsterdam voor het eerst een ware ‘gemeenschap’: ‘a lot of room for misfits here’. Maar luister naar Easyfix, trouwhartige klusser, die vóór corona droomt van een rottingsproces (want niets houdt ooit stand) waardoor alles weer leuk wordt. Gisteren fietste ik door een lege Spuistraat. Leuk en eng tegelijk.


Annegriet Wietsma, Vrankrix en het Amsterdamse rijk, NTR 2Doc, woensdag 22 april, NPO 2, 23.05 uur