Krant in een kantelend land

‘JULLIE WETEN niet hoe gelukkig jullie zijn dat het zo saai is in Nederland. Ik ken geen land ter wereld waar men het in zijn hoofd zou halen een brede maatschappelijke discussie te organiseren over het fenomeen wildplassen. Ademloos lees ik in de Nederlandse kwaliteitspers hoe verdorven mannen hun volle blazen ledigen op openbare en daarvoor niet bestemde locaties. En hoe de stad Eindhoven dat probleem het hoofd gaat bieden door het oprichten van een werkgroep met drie in het wildplassen gespecialiseerde ambtenaren. Alleen een beschaafde natie heeft de luxe om over dat soort banaliteiten te praten.

Ik kijk ook vol vertedering naar het niveau van jullie politiek. Nergens ter wereld is het politieke bedrijf zo slaapverwekkend als in Nederland. Nergens is het politieke taalgebruik zo wollig en verhullend, is de politieke journalistiek zo braaf en zijn de incidenten zo onbenullig. Dat bewijst dat het goed gaat. “Democracy works when politics get boring”, heeft een Amerikaanse politicoloog eens gezegd.
Geef mij maar België. Dit is een paradijs nu, voor journalisten. Hoe erg je het ook vindt voor je maatschappij, ieder verhaal is hier een roman. Er is geen thriller met een beter scenario dan die over de Bende van Nijvel. Hoe komt het dat bij de overvallen van die bende 28 mensen het leven hebben verloren, maar dat Justitie de daders nooit gevonden heeft? Bekend is dat de bende experimentele kogelvrije vesten heeft gestolen bij een bedrijf dat die in ontwikkeling had. Hoe wisten ze dat? En hoe hebben ze daar kunnen inbreken zonder slag of stoot? De Rijkswacht wist dat die vesten daar werden gemaakt. Is de Rijkswacht soms zelf de Bende van Nijvel? En zo ja, werden de leden dan gedekt door politici?
Dan hebben we hier nog een parlementaire commissie die onderzoekt wat er gebeurd is met de miljarden Belgische franken die uitgetrokken waren voor ontwikkelingssamenwerking, maar die hooguit de bankrekening van enkele bevriende Belgische bedrijven ten goede zijn gekomen. Een andere commissie onderzoekt het onwaarschijnlijke falen van het justitieapparaat in de zaak van de verdwenen en de vermoorde meisjes. Eén jaar na de feiten zitten de verantwoordelijken nog op hun plaats. Verder staan er nog zo'n vier, vijf ministers geprogrammeerd om te verschijnen voor het Hof van Cassatie wegens beschuldiging van corruptie. En dan vergeet ik nog een paar van de duizend schandalen. Dat is nu het maatschappelijk debat in Vlaanderen.
Wilt u een beetje seks erbij? Geen probleem. Dan vinden wij wel een schandaal waar hoerenmadammen bij betrokken zijn. U vraagt, wij draaien. Het hele corrupte, kwade van de mens ligt hier open en bloot, klaar om te beschrijven. En schrijven over het kwade is nu eenmaal veel boeiender dan schrijven over brave mensen, zoals over Nederlanders.’
Aldus Yves DeSmet, hoofdredacteur in Het land van de 1000 schandalen, zoals het vuistdikke naslagwerk heet dat vorige week verscheen van de Belg Dirk Barrez. In dit boek worden ’s lands affaires van ‘Agusta’ tot 'Ziekenfondsgelden’ opgesomd. Ironisch genoeg vaart Desmets dagblad De Morgen er wel bij. Sinds zijn aantreden in 1994 is de oplage van de krant verdubbeld. Doordat de uitgever opeens zin en geld had om 120 miljoen Belgische franken in de noodlijdende krant te steken, doordat Desmet als hoofdredacteur een nieuwe, verfrissende journalistieke koers is gaan varen, maar zeker ook doordat het team onthullingsjournalisten bij De Morgen meer dan ooit te onthullen heeft.
'MENSEN in de overheidsadministratie die nog integer zijn, die wel proberen behoorlijk hun job te doen, zijn nu bezig om alle schandalen die ze kunnen documenteren aan de pers te geven’, zegt Desmet. 'En ze komen daarmee vooral naar ons, omdat ze De Morgen beschouwen als de kwaliteitskrant die het dichtst bij de Witte Mars staat. Die er het meest op gebeten is om het oude establishment te vloeren.
Vroeger, zeg maar vóór de affaire-Dutroux, waren wij blij wanneer we eens per half jaar wat vertrouwelijke stukken kregen. Nu draagt men die dingen hier per kubieke meter binnen, hele pallets vol. Als er nu een goedbedoelende ambtenaar binnenkomt met een dossier, is de reactie: leg daar maar op de stapel, ik heb nu even geen tijd want ik heb er hier nog twintig voor me liggen. We komen voortdurend met de meest onwaarschijnlijke verhalen. Iedereen voelt: het is nu of nooit. Dit is een kantelmoment in de Belgische geschiedenis. Als het nu niet lukt om die hele beerput leeg te krijgen, vergeet het dan maar. Dan blijft dit voor eeuwig en twee dagen het lieftallige corrupte koninkrijk aan de zee.’
België is verziekt, en dat komt vooral door de verzuiling, zegt Desmet. Vlaanderen is altijd een verregaand verzuild land geweest, waar men werd geboren in een katholiek nest, een rood nest, een blauw nest of een Vlaams-nationaal nest. Heel je leven zat je daaraan vast en de anderen waren de grote boeman. Desmet: 'Dat heeft veel langer standgehouden dan in Nederland en het speelt nog altijd. Het is voor een belangrijk deel de oorzaak van alle dingen die fout lopen in België. De rotzooi in de magistratuur en de overheid valt terug te voeren op het systeem van partijpolitieke benoemingen, waarin je een job krijgt via je zuil en niet vanwege je capaciteiten. De kanker van dat cliëntelisme woekert voort door het hele overheidsapparaat.
Die analyse is niet nieuw, die wordt al jaren gemaakt door een select groepje wetenschappers en journalisten, maar voor het eerst dringt dit nu door tot een groot publiek. Met de Witte Mars bleek dat de Belgen eindelijk inzien: “Dit land is rot, dat komt hierdoor, en kijk maar eens hoe ver dat gaat. Zelfs de moord op onze kinderen kun je terugbrengen tot die structurele problemen.” Want ook de politiediensten zitten vol met partijpolitiek benoemde hovelingen die meer geïnteresseerd zijn in hun volgende promotie dan in het terugvinden van een paar meisjes.’
Waarom is de Vlaamse pers er niet veel eerder in geslaagd die boodschap over te brengen?
'Omdat er eigenlijk pas sinds kort journalistiek is in Vlaanderen. Tot in de jaren zeventig had journalistiek hier meer met propaganda te maken. Alle kranten werden gefinancierd door de politieke partijen. De hoofdredacteuren waren vaak actieve politici. Dan kun je onafhankelijke berichtgeving dus wel vergeten. Ik herinner me een journalist die het in die tijd heel normaal vond dat hij eerst de speech schreef van een politicus, daarna naar het partijcongres ging waar die politicus de speech voorlas, en vervolgens in zijn krant schreef dat het een bijzonder goeie speech was geweest. Dat was hier journalistiek, 25, 30 jaar geleden. Door en door verzuild.’
Op de golven van de beweging van mei 1968 kwam een nieuwe lichting journalisten in Vlaanderen, die niet langer de pen van de politici wensten vast te houden. Bovendien werd het uitgeven van kranten langzamerhand zo duur dat de partijen het niet meer konden betalen en commerciële uitgevers het overnamen. Die ontwikkeling tekende zich af op het moment dat Yves Desmet afstudeerde. Een spannend moment om de journalistiek in te gaan. Hij begon als 'verslaggever gebroken armen en benen’ bij De Morgen. Desmet: 'Het was niet zo'n slechte krant’, zegt hij terugblikkend. 'Het probleem is eigenlijk dat mensen De Morgen nu beter vinden dan ze in werkelijkheid is, terwijl ze vroeger slechter werd gevonden dan ze was.’
De Morgen werd twintig jaar geleden opgericht op de puinhopen van De Volksgazet, een krant die rechtstreeks werd gefinancierd uit de kas van de Socialistische Partij. Ook De Morgen kon niet zonder de financiële steun van ’s lands socialisten, dus terwijl de naam veranderde, bleef het imago dat van een partijkrant.
Toen het noodlijdende dagblad eind jaren tachtig werd overgenomen door uitgever Christian van Thillo, zag die er eigenlijk niets in. Hij zette al zijn kaarten op het vlaggeschip van de uitgeversgroep: Het Laatste Nieuws, zeg maar: De Telegraaf van België. De Morgen werd het kindje in het kolenhok dat af en toe een korst toegeworpen kreeg. Paul Goossens en Piet Piryns, Desmets voorgangers als hoofdredacteuren, liepen erop stuk. En met vele anderen vertrok ook Yves Desmet, toen nog politiek redacteur, 'kapotgefrustreerd’ naar Humo.
Van Thillo haalde hem in 1994 terug onder droomvoorwaarden. De uitgever had Het Laatste Nieuws inmiddels groot gemaakt en had wel zin in een nieuwe uitdaging. Hij tastte diep in de buidel, met als eis dat De Morgen in drie jaar tijd van 20.000 naar 30.000 verkochte exemplaren zou groeien. Het zijn er 43.000 geworden. De afspraak was ook dat ze na drie jaar quitte moesten spelen. Dat gebeurde al het eerste jaar. Het jaar 1997 zal worden afgesloten met ruim een miljoen gulden winst.
Desmet heeft nog meer geluk. Met de schoorvoetende pogingen tot ontzuiling in België is een gat op de lezersmarkt ontstaan. Dáár zit zijn doelgroep, weet hij, onder de geëngageerde Belgen die revolteren tegen diezelfde vastgeroeste structuren waaraan De Morgen zich heeft ontworsteld. 'Onze grote concurrent De Standaard zit nog voor een deel ingebed in het oude systeem. Als het erop aankomt zal De Standaard aan de zijde van het establishment staan. Zij voeren nog altijd “AVV VVC” in de ondertitel. Dat staat voor “Alles Voor Vlaanderen, Vlaanderen Voor Christus”. Als dat je logo is, dan ben je niet onafhankelijk, zelfs niet als je dat zou willen.’
DE BURELEN van De Morgen, gelegen in de Brusselse wijk Anderlecht, zitten vers in de verf, en de ruimte is royaal bemeten voor de tachtig werknemers van de krant. 'We gaan ervan uit dat we vroeg of laat nog wat meer volk binnenkrijgen’, verklaart Desmet, wiens volgende ambitie is om De Standaard (oplage: ruim 70.000) in te halen. De kamer van de hoofdredacteur is groot en comfortabel, evenals zijn fonkelnieuwe Renault Espace waarmee wij ons begeven naar restaurant Le Manufacture voor een lunch in de beste Belgische, Bourgondische traditie. Een heuse voiturier draagt zorg voor het parkeren van de auto, en even later serveert de bediening knipmessend de fazant, de vis, de wijn.
Niet slecht voor een telg uit het proletarische gezin waarin Yves Desmet 38 jaar geleden ter wereld kwam. Zijn vader werkte aan de lopende band bij General Motors, zijn moeder kwam uit hetzelfde milieu. Beiden hadden geen enkele opleiding genoten. Zij waren typisch van die 'aristocratische arbeiders’ die als brandende ambitie hadden dat de kinderen niet in dezelfde situatie terecht zouden komen: 'Zorg dat je een goed diploma haalt, jongen, zodat je niet met vader mee hoeft naar de fabriek.’
Toch stond zoonlief op zijn veertiende aan de fabriekspoort - maar dan om pamfletten uit te delen. Namens een links-extremistische, maoïstische splintergroepering. 'Dat zal wel tegen het grootkapitaal geweest zijn’, zegt Desmet met een grijns. 'Misschien was het wel een oproep tot het opnemen der wapenen tegen de onderdrukker. Ach, als je veertien bent, ben je nog heel romantisch. Maar ik wist al gauw dat de politiek niet mijn wereld was. Omdat ik als Jongsocialist die de wereld wilde verbeteren de mechanismen al zag. Hoe er in het partijbestuur werd gepraat: “Heeft die aannemer zijn procent al gestort voor de volgende kiescampagne?” Sindsdien ben ik vrolijk onafhankelijk en ongebonden.’
HIJ IS ER TROTS op dat onder de kop De Morgen iedere dag weer de kwalificatie 'onafhankelijk dagblad’ prijkt. Het woord 'progressief’ heeft daarvoor moeten wijken, tot schrik van de traditioneel linkse abonnees die al die moeizame jaren Belgiës enige progressieve krant trouw waren gebleven. Maar 'progressief’, vond Desmet, is in het Belgisch taalgebruik te zeer verknoopt geraakt met 'socialistisch’. Van de Socialistische Partij enzo. Die smeergeld aannam van wapenhandelaren, wat bekend is geworden als het Agusta-schandaal.
'Ik denk dat De Morgen in de grote ideologische discussie tussen links en rechts, dus bijvoorbeeld over de mate van overheidsbeslag om inkomens te herverdelen, nog altijd links staat’, zegt Desmet. 'Maar dat is niet meer de eerste vraag in de Belgische politiek. De enige tweedeling die er op dit moment toe doet, is die tussen mensen die integer zijn, die oprecht maatschappelijk bezig willen zijn, en mensen die sjoemelen, die puur op carrière en gewin belust zijn. Tussen de krokodillen en de modernen. De oude krokodillen van het systeem die de zuilenstructuur georganiseerd hebben, hun procentjes bij elkaar geritseld hebben en de macht blijven bezetten. En daarnaast de nieuwe generatie die dat gesjoemel niet meer wil, die het onacceptabel vindt dat mensen simpele basisrechten zoals hun pensioentje bij politici moeten afsmeken. Beide soorten vind je in iedere partij. Dát is de nieuwe tweedeling, waarbij je niet meer toekomt met de klassieke etiketten links of rechts. Het gaat er nu om wat link is en wat recht.
Langzamerhand begint er wat te verbeteren door de strijd van de jonge generatie politici. En dat is ook onze strijd, vinden we. Met die politici heeft De Morgen zich solidair verklaard, binnen welke partij ze ook werken. Het probleem is dat zij zo verspreid zitten dat ze niet herkenbaar zijn als groep. Zij zouden de boel de boel moeten laten en met elkaar iets nieuws moeten beginnen. Wat Vlaanderen volgens mij nodig heeft is een D66-initiatief. Een nieuwe, links-liberale partij die bovenal wil dat de staat ordentelijk functioneert. Dit bestel moet ontploffen en dan eens grondig uitgekuist worden.
Maak het corrupte België eerst tot een normaal functionerende democratie, zoals Nederland zeg maar. Daarna vinden we wel weer de ruimte en de luxe om elkaar ideologisch om de oren te slaan. Nu is dat niet het grote thema, net zomin als de vraag of Vlaanderen en Wallonië moeten splitsen of niet, waar De Standaard maar over door blijft emmeren.’
Er is nog een tweedeling die Desmet graag hanteert om zijn krant te typeren: die tussen 'mannelijke’ en 'vrouwelijke’ journalistiek. En die hij heel omzichtig gaat toelichten, omdat hij het niet seksistisch bedoelt. Integendeel, hij is blij dat De Morgen onder zijn leiding een zo veel 'vrouwelijker’ krant is geworden. 'Mannen zijn emotioneel gehandicapte wezens. Het zijn jongetjes die doen wie het verst kan pissen. Dat deden ze toen ze acht jaar waren en dat doen ze nog als ze vijftig zijn en in de regering zitten. Zij hebben meestal een technische, machtsinstrumentele manier om naar de dingen te kijken. Vrouwen zijn veel vollediger mensen. Zij zien veel meer facetten van een probleem.
In de journalistiek is de mannelijke invalshoek de berichtgeving vanuit de machthebbers. Dat gaat dan bijvoorbeeld zo: “De regering heeft besloten om de minima er vijf procent bij te geven na een lange interne strijd, waarbij die en die dat politieke spelletje hebben opgevoerd.” Wat ik de vrouwelijke benadering noem, is de berichtgeving van onderaf. Dus een verhaal over de betrokkenen zelf, gaan praten met de minima. Wat zijn hun problemen, hoe zijn ze in die situatie beland, hoe komen ze rond?
Naar mijn mening zijn de NRC, De Standaard en Le Monde kranten die vooral de harde, mannelijke lijn volgen. De Morgen en de Volkskrant schuiven langzaam op naar de vrouwelijker benadering. Die definitie is arbitrair, want niet alleen onze vrouwelijke journalisten schrijven dat soort verhalen. De meest vrouwelijke verhalen in De Morgen worden door een man geschreven die zulke thema’s haarfijn aanvoelt.
Kranten zullen in de toekomst veel meer aandacht moeten hebben voor de berichtgeving vanuit de samenleving in plaats van vanuit de instituties. Emotie is een heel belangrijke maatschappelijke factor aan het worden. Wat brengt mensen nog op de been? Emotie. Wat was de Witte Mars anders? Vroeger kreeg je honderdduizend mensen op de been met een betoging tegen de kruisraketten. Dat was een harde, mannelijke betoging. Dat was een protest tegen oorlogsdreiging, bewapening, macht. Nu krijg je de mensen op de been met een wit ballonnetje: “Blijf van onze kinderen af.” En kijk wat er in Engeland rond Diana is gebeurd. Pure emotie. Dat kun je niet meer afdoen met een soort paternalisme, zo van: dat is het klootjesvolk dat zich manifesteert. Nee, het is een sociologisch fenomeen dat ik nog niet goed kan vatten maar waarvan ik denk: daar moet je aandacht voor hebben, dat moet je beschrijven en analyseren.’
DE KLASSIEKE tweedeling tussen serieuze en 'lichte’ journalistiek heeft Desmet bij zijn aantreden lachend, en heel postmodern, terzijde geschoven. Een 'gezonde portie onnozelheid’ wil hij in zijn krant. Er mogen ook weleens halfblote madammen in, of halfblote venten met forse biceps. En er mag, nee: er moet ook gelachen worden. 'Het oude adagium dat kwaliteitsjournalistiek per definitie bloedserieus is, heb ik nooit begrepen. Genot, liefde, emotie: het was niet politiek correct om daarover te schrijven. Maar een lezer wil niet voortdurend om de oren geslagen worden met alle wreedheid, saaiheid en slechtheid in deze wereld. Er zijn ook nog wel leuke dingen te beleven.’ En hij citeert een zin uit een verhaal van Jay McInerney die hem ooit zeer trof: 'I went to the news stall and I bought the New York Times because I was a serious man, and then I bought The New York Post because I was not.’ Hij leunt enthousiast over de tafel. 'Begrijp je? Ik wil dat in één krant. De afweging die wij iedere dag op de redactie maken, is dat de beerput leeg moet, maar dat je zelfmoordneigingen krijgt als je niets anders meer leest in je krant. Dus moet er ook aandacht zijn voor onnozele, komische zaken, en voor de dingen die positief zijn, die wel werken. Vandaar dat wij ook berichten over de strijd van een aantal individuele ambtenaren die proberen wantoestanden aan te kaarten. En over de stichting die onlangs in het leven is geroepen om ambtenaren die hun werk doen te ondersteunen. Ja, zo ver is het al gekomen in België: wij vinden dat doodnormaal, terwijl het natuurlijk absurd is dat er een stichting nodig is voor ambtenaren die gewoon hun werk doen.’
'ALS JOURNALISTEN zijn we de afgelopen tijd heel sterk bevestigd in onze rol van vierde macht, van waakhond naast parlement, regering en rechterlijke macht. Het grote verschil tussen België en Italië is dat in Italië, met alle corruptie en schandalen in het overheidsapparaat, nog altijd één van de machten van de trias politica bleef werken. Daar zei men: okee, onze politici zijn corrupt en het parlement heeft niks meer te zeggen, maar onze rechters zijn de mannen met de schone handen. Die zijn alles aan het onderzoeken, dat zijn de redders van onze staat.
In België heeft geen van de drie machten nog het vertrouwen. Onze politici zijn corrupt en nemen steekpenningen aan, de volksvertegenwoordiging heeft alles laten verloederen, en ook het gerecht blijkt rot. In dat klimaat hebben wij als krant echt duizenden telefoontjes en brieven gekregen: “Jongens, jullie gaan het toch niet opgeven, de onderste steen moet boven.” Ik maak een wandeling door een winkelstraat hier in Brussel en tien, twintig mensen klampen me aan: “Mijnheer Desmet, proficiat met uw gazet, en doorgaan hè”.’
U wordt zelfs het geweten van Vlaanderen genoemd.
'Ja, en dat is zeer beklemmend. Want is dat wel onze rol? Moeten wij actoren zijn in dat maatschappelijke debat? Ik ben geen politicus, ik ben niet verkozen, dus wie of wat geeft mij het verdomde recht mijn mening te geven? Een krant is geen maatschappelijk project, heb ik altijd gevonden. Maar tegelijkertijd moet ik toegeven: als kranten ooit al maatschappelijke doelen hebben gehad, dan nooit zoveel als het afgelopen jaar.’
Heeft u het idee dat er iets zal veranderen door wat u schrijft?
'Nee. Maar het is wel belangrijk om die illusie te houden. Mijn persoonlijke levensfilosofie is het verhaal van Sisyphus, die van de goden de onmogelijke opdracht kreeg om een steen tegen de helling op te rollen. De goden hadden de leukigheid bedacht dat de steen steeds zwaarder werd naarmate hij hoger op de helling kwam, zodat hij nooit de top haalde. Ze dachten dat hij heel ongelukkig zou worden omdat hij nimmer zijn doel zou bereiken. Maar tegen de verwachting in werd Sisyphus toch gelukkig. Omdat hij leerde zin te geven aan zijn leven door het tenminste te proberen.
Ik weet niet of ik ooit de top zal halen, of België ooit zal veranderen, maar ik zou het mezelf niet vergeven als ik het niet probeerde.’