Krant of kamer

NATUURLIJK VONDEN ze het niet leuk dat de stemadviescommissie van D66 hen niet op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer heeft gezet, maar D66 is zo democratisch ingesteld dat er nog altijd een reële kans bestaat dat de leden van de partij Marijn de Koning of Guikje Roethof op 23 januari volgend jaar weer op die lijst zetten, misschien zelfs op een verkiesbare plaats.

Roethof is ervan overtuigd dat het gewoon een vergissing van de stemadviescommissie is. Zij heeft haar werk goed gedaan, daar twijfel ze niet aan. De Koning wil ook een rehabilitatie, maar zij kan begrijpen dat ze, nu de prognoses voor D66 slecht zijn, lager op de lijst komt dan degenen die langer actief zijn in de partij. Zowel zij als Roethof kwamen immers vier jaar geleden in één klap in de Tweede Kamer, toen het zetelaantal van D66 verdubbelde.
Geen van beiden is carrièrepoliticus. Marijn de Koning (1943) heeft rechten en sociologie gestudeerd. Ze werkte als journalist bij het Utrechts Nieuwsblad, Het Parool en het NOS-journaal en had daarna negen jaar lang een eigen communicatie-adviesbureau. De carrière van Guikje Roethof (1956) was nog grilliger. Zij was actrice, daarna journalist bij de Haagse Post, redactrice van De Groene Amsterdammer en van HP/De Tijd op Zondag. Toen dat laatste blad verdween kwam zij automatisch bij HP/De Tijd terecht. De Tweede Kamer is voor hen eerder een fase in hun leven dan een altijd gekoesterde ambitie. Maar ze zouden graag willen dat die fase nog wat langer duurde.
Toch hebben ze allebei wel eens hun nood geklaagd over de politiek. Marijn de Koning was de eerste drie weken in de Kamer doodongelukkig en Guikje Roethof liet zich in het jubileumnummer van De Groene behoorlijk pessimistisch uit over het fragmentarisme op het Binnenhof, de gedepolitiseerde politiek en de toekomst van de democratie: ‘Drie jaren kamerlidmaatschap hebben mij niet hoopvoller gemaakt over ons democratische bestel.’
MARIJN DE KONING was vijftig toen zij in de Tweede Kamer kwam. Zij vond het een soort zielsverhuizing. Die eerste weken had zij geen plek, geen medewerker. Haar werkweek lag vast en ze kon geen totaal afwijkend standpunt innemen van wat de partij uitdraagt. Nu zegt ze dat ze het 'gewoon heerlijk’ vindt: 'Na een paar maanden had ik een eigen kamer, een eigen medewerker en een eigen portefeuille. In mijn geval was dat van alles wat: het notariaat en het erfrecht, consumentenzaken, het mededingingsbeleid en het defensiepersoneel. Maar het belangrijkste zijn de media.’
Guikje Roethof werd woordvoerder voor ontwikkelingssamenwerking en telecommunicatie, waaronder de elektronische snelweg. Zij voelde zich goed bedeeld, ook al bleken het onderwerpen te zijn waarmee je niet zo makkelijk in het nieuws komt. Roethof: 'Ik heb dat artikel in De Groene niet geschreven omdat ik hopeloos gefrustreerd ben, maar omdat ik nog steeds de mogelijkheid zie om dingen te veranderen. Zelf vind ik dat ik als politicus een grotere vrijheid heb om zaken aan de orde te stellen dan ik als journalist had, in elk geval in mijn laatste baan bij HP/De Tijd. Ik kon wel flauwekulverhalen blijven schrijven of afkrakende profielen van politici, maar een stuk over de codicisieprocedure in het europarlement wilden ze niet hebben.’
Een stuk over wàt?
Roethof: 'De codicisieprocedure, begrijp je me? In de politieke journalistiek is nu eenmaal een zekere mate van oppervlakkigheid vereist, omdat de lezers het anders niet meer snappen. Je kunt niet berichten over de werkelijk belangrijke problemen.’
De Koning: 'Mijn journalistieke werk bij het NOS-journaal was inhoudelijk wel heel vrij, want wij berichtten zo objectief mogelijk. Als kleine ondernemer met m'n adviesbureau was ik absoluut vrij.’
Roethof: 'Natuurlijk heb je als kamerlid beslist niet alle vrijheid om te doen wat je wilt. Je kunt je ook niet over allerlei dingen buiten je portefeuille uitlaten, want je spreekt namens de fractie. Maar je hebt geen hoofdredacteur boven je, je bent als kamerlid je eigen baas. Je hebt je eigen zetel, je eigen mandaat en je eigen verantwoordelijkheid.’
Meestal stem je toch met je fractie mee?
Roethof: 'Het gaat toch niet alleen om stemmen? Het gaat om al je activiteiten, een bestuur, een spreekbeurt, de correspondentie die je krijgt over problemen. Maar het gaat in de politiek ook om macht, en als je niet in de buurt van die macht komt, ben je minder interessant dan als je het over onderwerpen hebt waarbij het aanblijven van bewindslieden in het geding is.’
Bij het debat over het arresteren van Bouterse in Brazilië was je fractiewoordvoerder. Maar erg vrij kun je je niet gevoeld hebben: je moest twee D66-ministers, Van Mierlo en Sorgdrager, verdedigen.
Roethof: 'Ik vond het belangrijk om hen te steunen, want ik gaf ze volmondig gelijk en ik was het helemaal niet eens met de ongefundeerde kritiek van de andere woordvoerders. Het was een beschamende vertoning en ik heb ervan geleerd dat de roep om dualisme ook iets heel opportunistisch heeft. Dualisme betekent dan dat je alleen maar kritiek mag hebben op de bewindslieden, dat je ze alleen maar mag beschadigen en je niet hoeft na te denken over wat er aan de hand is.’
Je was toch juist zo vóór het politieke debat?
Roethof: 'Niet als de anderen doelbewust de vragen waarom het gaat verdraaien omdat ze in dat politieke spel de bewindslieden willen beschadigen. Dan zijn ze dubieus bezig en ga ik niet ook nog eens met ze meedoen. Ik heb m'n eigen analyse, dat is de grond voor wat ik zeg tijdens het debat, het gaat er niet alleen maar om dat ik de D66-ministers wil steunen.’
De Koning: 'Ik heb ook een aantal zware debatten gehad, maar misschien zijn die je ontgaan. Over de Mededingingswet van Wijers hebben we 36 uur lang plenair gedebatteerd, dat is echt heel erg veel. Ik heb dat met ongelooflijk veel plezier gedaan, al moest ik ook wel tegen onze eigen minister ingaan. De banken en verzekeraars zouden bijvoorbeeld niet onder het nieuwe mededingingstoezicht vallen, dat vond ik werkelijk bezopen en dat is uiteindelijk ook veranderd. Doordat er in die tijd andere politieke zaken speelden heeft het maar weinig aandacht gekregen. Een ander belangrijk debat ging over de liberalisering van de Mediawet. Daar heb ik vrij pittige amendementen bij ingediend en de wet is zo zwaar geamendeerd dat Nuis, onze staatssecretaris, vond dat het schip wel heel erg ging overhangen.’
Roethof: 'Je houdt je met veel meer bezig dan waar je in het openbaar over spreekt. In de fractievergaderingen kan je over ieder onderwerp je mening geven en we hebben ook nog vergaderingen van de sector Buitenland. Ik ben bijzonder begaan met wat er in voormalig Joegoslavië gebeurt, ik was waarnemer bij de verkiezingen in Bosnië en in Kroatië, en voor de OVSE heb ik een rapport geschreven over de noodzaak van onafhankelijke media en onder wat voor voorwaarden die kunnen functioneren. Daar zit je dan met afgevaardigden uit 53 landen drie dagen lang over te debatteren. Op die manier kun je veel meer doen dan welke journalist ook.’
DE KONING: 'Iets soortgelijks maakte ik mee in de International Parliamentary Union, toen ik in de redactiecommissie zat die een resolutie over Oost-Jeruzalem moest formuleren. Dan telt elk woord.
Maar ik heb ook iets aangekaart dat enorme gevolgen heeft gehad, namelijk de oneerlijke concurrentie van overheidsbedrijven op de markt. Er is een rapport gekomen dat krachtig aanbeveelt dat overheid en markt gescheiden kanalen moeten zijn. Toch heeft dat ook een keerzijde, hoorde ik gisteren. Bij Artis werkten veel mensen uit de sociale werkplaatsen als dierenoppasser en dat is oneerlijke concurrentie, omdat ze goedkoper zijn. Artis heeft die mensen weg moeten doen. Maar hadden we dat wel bedoeld? Dat iemand die tot pas geleden met een zebra stond te zoenen nu geen werk meer heeft? Het gaat om onbedoelde effecten van een beleid. Vaak zijn het grote dilemma’s waar je voor komt te staan.’
Roethof: 'Zulke dilemma’s ben ik op mijn gebied niet tegengekomen. Ik heb wel voorstellen gedaan om dingen in de ontwikkelingssamenwerking anders te doen. Ik wil af van die ontwikkelingswerkers die overal verstand van zeggen te hebben. Op dit moment hebben ontwikkelingslanden meer behoefte aan joint ventures met het bedrijfsleven en experts.’
Heb je niet soms een wanhopig gevoel gekregen? De val van Srebrenica moet je toch wel ontmoedigd hebben?
Roethof: 'We hebben daar gefaald, maar het voornaamste is dat je het de volgende keer beter doet, wat betreft de uitrusting en de training van defensiepersoneel.’
De Koning: 'Dat is alweer zo'n dilemma. Alles wat ruikt naar maatschappelijk gerichte vakken is nu juist uit de opleiding van de militairen wegbezuinigd. Wat daar is gebeurd zit mij ook heel hoog, maar we moesten natuurlijk wel onze eigen jongens redden. Pas achteraf kwamen de berichten over duizenden mannen die door de Serviërs zijn weggevoerd. Als de vrouwen van die mannen nu tegenover ons zitten, kijken ze ons echt niet vriendelijk aan. Ik ben daar drie keer geweest en dan zie je die vernielde huizen, een ziekenhuis waar vrouwen onder een paardedeken liggen te bevallen, en buiten zitten de jonge vaders te wachten: de een zonder arm, de ander zonder been. Die vrouwen hebben tenminste nog een man, de meesten zijn dood. Maar denk je eens in wat er was gebeurd als in plaats van levende Dutchbatters driehonderd kisten teruggekomen waren?’
HET LIJKT in de Gümüs-zaak en bij de kwestie van het ophouden met monitoren in Iran net of er een moreel vacuüm is ontstaan, alsof morele normen niet meer gelden.
De Koning: 'Het is heel lastig, je ziet die aardige mensen die hier hun plek hebben en het is moeilijk te begrijpen waarom ze toch weg moeten. In elk geval zijn we er als parlement niet in geslaagd een begrijpelijke beslissing te nemen en dat is beslist een tekortschieten.’
Roethof: 'Ik begrijp wel dat zulke zaken leven, maar als kamerlid, die er veel dichter op heeft gestaan, kijk ik echt anders aan tegen Schmitz die met zoveel integriteit en evenwicht met haar zware taak omgaat. Ik heb niet het idee dat het een bevrijdende catharsis was geweest als zij was afgetreden. Wat mij in zo'n debat bevreemdt is dat de woordvoerders de confrontatie tussen de fracties uit de weg gaan en zich alleen maar met harde kritiek op de regering richten. Het publiek vindt het nu eenmaal interessanter als de fracties er hard tegenaan gaan, daardoor schiet het dualisme op dit moment een beetje door. Dat wil zeggen: van tevoren brullen ze wel hard, maar als puntje bij paaltje komt wordt een motie van wantrouwen niet gesteund.’
Heeft dat ook niet met de telecratie te maken? Zeker als de verkiezingen naderen wordt het steeds belangrijker hoe je op de televisie overkomt.
De Koning: 'In die telecratie is redelijkheid onze zwakte en onze kracht. Zodra je een afweging maakt en met nuance en redelijkheid praat, ben je voor de media niet interessant meer. Dat is ook de kracht van Bolkestein: eerst iets met een mokerhamer poneren en er vervolgens weer op terugkomen in de Kamer.’
Roethof: 'D66 heeft geen ideologie, maar onze intuïtie is heel scherp. Daardoor zitten we als D66'ers toch vaak op één lijn. Wij hechten belang aan democratisering, participatie, de keuzevrijheid vergroten. We hebben ons alleen niet zo goed kunnen profileren doordat het regeringsbeleid óns beleid was. D66 heeft deze coalitie afgedwongen en vervolgens zijn we er ook de spil van geworden. Bijna al onze wensen zijn door deze paarse coalitie uitgevoerd.’
EN DAARDOOR zakt D66 in de peilingen en moeten jullie verdwijnen?
De Koning: 'Ik kan het billijken als een stemadviescommissie vindt dat de eigen vakmensen en de geschoolde, geharde D66-mensen erin moeten blijven. Maar ik vind het vrij grof om vier mensen die ieder op hun manier naar beste kunnen de zaak hebben gediend, niet te noemen. Voor mij is het kamerwerk het leukste wat ik tot nu toe heb gedaan. daarom blijf ik kandidaat voor D66. In theorie ben ik net zo verkiesbaar als Hans van Mierlo.’
Roethof: 'Ik voel me ook erg op m'n plaats in de Kamer en heb er nog veel te doen. Doordat ik zo lang politiek journalist ben geweest, kan ik ook makkelijker over andere portefeuilles meepraten. Er is te weinig generalisme in Den Haag. Alleen de fractievoorzitters kunnen zich onbevangen over alle terreinen uitlaten.’
Gerrit Jan Wolffensperger hoorde ik de laatste tijd nergens meer over.
Roethof: 'Ik heb intern wel kritiek gehad op hoe de fractietop omging met de mogelijkheid om politieke verhalen de wereld in te sturen. Bolkestein heeft veel meer gebruik gemaakt van die mogelijkheid. Ik ben ervoor dat je een perspectief kiest, een visie. Als je geen richting hebt, moet je je verhaal ophangen aan incidentjes, aan wat er in de krant staat. Naarmate de problemen complexer worden is het belangrijker dat er mensen zijn die vooruit blijven kijken. Wat mijzelf betreft: dat ze me niet op de advieslijst hebben gezet, vat ik niet persoonlijk op. Ik heb m'n werk goed gedaan.’
Maakt het iets uit dat jullie vrouwen zijn?
De Koning: 'Nee, absoluut niet!’
Roethof: 'Volgens mij wel. Ik ben nooit zo'n feministe geweest, maar in de Kamer heb ik gezien dat vrouwen een andere cultuur meebrengen. In alle fracties zetten de vrouwen zich wat meer in voor het totale belang van een partij, de mannen hebben een grotere behoefte aan individuele profilering. Bij politiek belangrijke onderwerpen voeren vrouwen nooit het woord. Het zijn dan bijna altijd de mannelijke collega’s die woordvoerder zijn en bij de interruptiemicrofoons staan. Je creëert pas werkelijke gelijkheid als bepaalde elementen van de manier waarop vrouwelijke kamerleden bezig zijn, ook op de mannelijke collega’s zouden overslaan. In deze periode heb ik gezien dat veel vrouwelijke kamerleden niet zo goed uit de verf zijn gekomen. Misschien had ik ook wat meer moeten doen aan m'n profiel. Als je meer bekendheid hebt, wordt het voor zo'n adviescommissie ook iets minder makkelijk om je laag of helemaal niet op de lijst neer te zetten. Misschien is het grote verschil met de mannen dat vrouwen wat minder bezig zijn met hun eigen toekomst en wat meer met de toekomst van het geheel. Laten we zeggen: met de toekomst van Nederland.’