Vergrijsd Duitsland

Krasse knarren

Duitsland is Europees koploper vergrijzing. Gloort een luilekkerland voor senioren? Alleen al de gedachte doet politici, opiniemakers en wetenschappers panisch zoeken naar mogelijkheden om de oude dag vooral niet rustig te maken.

BERLIJN/CHEMNITZ – John Maynard Keynes zou tevreden zijn: de seniorenspeeltuin aan de Lietzensee is verlaten. Oudere mensen zijn er deze vrijdagochtend genoeg in het park om het meertje in de chique Berlijnse wijk Charlottenburg. Ze hebben echter andere interesses dan zich in het zweet te werken op de zes fitnessapparaten die staan te blinken in de zon. Liggend in het gras, wandelend achter de kinderwagen of met een boek op een bankje brengen ze hun dag door. Rond een drietal rokende senioren op een terrasje ruikt het verdacht veel naar hasj.
Hier wordt geluierd. Precies zoals Keynes het zich voorstelde in zijn in 1930 verschenen essay Economic Possibilities for Our Grandchildren. Tegen de achtergrond van de Grote Depressie schetste de Britse econoom een optimistisch beeld van de toekomst. Dankzij de technologische vooruitgang zou de menselijke soort over honderd jaar geen schaarste meer kennen. En minstens zo belangrijk: er zou nauwelijks nog gewerkt hoeven worden. ‘Voor het eerst sinds zijn schepping zal de mensheid haar ware, permanente probleem onder ogen moeten zien: hoe de vrije tijd zo in te vullen (…) dat zij verstandig en aangenaam en goed kan leven.’ De grootste toekomstige bedreiging was volgens Keynes een algemene zenuwinzinking, zoals in zijn tijd vaker voorkwam onder rijke dames die niet meer hoefden te werken voor de kost. Immers, wij mensen zijn ‘getraind om te streven, in plaats van te genieten’. De oplossing lag voor de hand. ‘Werkdiensten van drie uur of een vijftienurige werkweek kunnen dat probleem wel een tijdje verhelpen’, aldus Keynes.
Nooit lag het luilekkerland van Keynes zo binnen handbereik als in onze hoogtechnologische, geautomatiseerde maatschappij. En nergens in Europa gaan mensen de komende decennia zo massaal van hun oude dag genieten als in Duitsland. Op dit moment is één op de vijf Duitsers ouder dan 65. In 2060 zal dat één op de drie zijn, voorspelt het Duitse CBS. Niks Teutoonse vlijt en discipline, de krimpende bevolking gaat de komende decennia massaal met pensioen.ß
De vergrijzing gaat gepaard met ontgroening. Sinds 2003 krimpt de Duitse bevolking. Hoyerswerda, Frankfurt an der Oder, Dessau – de lijst van slinkende steden is eindeloos. Om over de letterlijk stervende dorpen in vooral het oosten van het land maar te zwijgen. Het enige wat hier nog groeit, is de gemiddelde leeftijd van de achtergebleven bewoners. Over een halve eeuw kan het aantal Duitsers zijn afgenomen van 82 miljoen tot minder dan 70 miljoen. Tegen die tijd is de bevolking van Frankrijk groter dan die van Duitsland – een in historisch opzicht traumatisch gegeven.
De Duitsers hebben er zoals gebruikelijk een mooie uitdrukking voor. Hun land geraakt in Ruhestand, een toestand van rust. Nu al ontstaan enclaves van inactieven. Bijvoorbeeld in het Emsland, vlak bij de Nederlandse grens, waar de eerste Duitse ‘gerontopolis’ verrijst. Nou ja, een seniorendorpje dan, met 44 huizen en een gemeenschapscentrum. Groter is het aantal senioren dat zich in het buitenland vestigt. Die export van ouderdom loopt volgens grove schattingen inmiddels op tot een kleine tweehonderdduizend gepensioneerden. De meesten vestigen zich in de Verenigde Staten, maar ook Spanje en het goedkope Thailand zijn populair.
Vergeleken bij wat het land nog te wachten staat is dat klein bier. Neem de Oost-Duitse deelstaat Brandenburg. Volgens een wel heel dramatische studie zullen daar in 2050 negen op de tien inwoners ouder dan 65 jaar zijn. Dat is geen seniorendorp, maar een seniorenprovincie. Minder respectvol gezegd: een bejaardenhuis van bijna dertigduizend vierkante kilometer, oftewel driekwart de omvang van Nederland.

ZULKE SCHOKKENDE VOORSPELLINGEN maken het moeilijk Keynes’ optimistische kijk op een luierende bevolking te delen. Daar kunnen ook de lieflijke tafereeltjes in Charlottenburg niets aan veranderen. Zijn zonnige utopie verliest het van de pikzwarte ondergangsscenario’s, sowieso een Duitse specialiteit. Al in 1932 waarschuwde bevolkingswetenschapper Friedrich Burgdörfer voor een dreigend verlies van ‘fysieke kracht en gezondheid van het volkslichaam’ als gevolg van een dalend geboortecijfer en vergrijzing.
Sinds de eeuwwisseling is het opnieuw raak. De stroom apocalyptische studies en beschouwingen lijkt oneindig. De teneur is steevast dezelfde. Een vergrijzend, niet-productief Duitsland raakt vroeg of laat aan de bedelstaf. Een cultuurhistoricus opperde zelfs dat in zo’n maatschappij de vrijwillige euthanasie van een bejaarde met dezelfde propagandistische poeha zal worden aangeprezen als in een vorig tijdperk het sterven voor het vaderland.
Serieuze wetenschappers hebben gewaarschuwd voor zulke ‘Methusalem-hysterie’. Socioloog Ulrich Beck sprak over ‘navelstaardemografie’ en ‘vals alarmisme’. Tevergeefs. Van de in 2004 verschenen bestseller Het Methusalem-complot van journalist Frank Schirrmacher waren twee jaar later al vierhonderdduizend exemplaren verkocht. Tegenover het doembeeld van een oud, vermoeid Duitsland stelt Schirrmacher ook nog eens de dreiging van een snel groeiende, jonge bevolking in moslimlanden. Uiteindelijk roept de mede-uitgever van de liberaal-conservatieve Frankfurter Allgemeine Zeitung op tot een ‘opstand der ouderen’, tegen een maatschappij die alleen jeugdigheid als waardevol beschouwt.
De overtreffende trap leverde de ZDF met een driedelige televisiefilm waarvan de titel boekdelen spreekt: 2030 – Aufstand der Alten. Het draaiboek leest als een opsomming van Duitse angsten en neurosen. De publieke gezondheidszorg is uitgekleed, pensioenbeloften zijn boterzacht gebleken, Duitsland gaat ten onder aan een grijze tweedeling. De ‘woopie’s’, well off older people, genieten een luxe oude dag in vip-resorts. Het grijze proletariaat moet rond zien te komen van 560 euro per maand. Ze overnachten massaal in verlaten gebouwen als het voormalige Schillertheater in Berlijn en plegen overvallen op apotheken om aan medicijnen te komen. Het kan nog erger. Familie, artsen en verzekeraars dringen de dure bejaarden euthanasie op. Als dat niet werkt, wordt verpleegzorg in de vorm van intensieve menshouderij uitbesteed aan lagelonenlanden.
Zelden was een pleidooi voor het tijdig drastisch verhogen van de pensioenleeftijd en hard snijden in de zorgkosten zo weinig subtiel. Maar zulke doemscenario’s hebben effect. In de toekomst mogen de Duitsers pas met 67 jaar met pensioen. Prominente stemmen pleiten al voor 69 of 70 jaar als exit-leeftijd. De angst voor de vergrijzing wordt er niet minder om. Onlangs zette bondskanselier Angela Merkel het in ter onderbouwing van haar rigide bezuinigingskoers. Amerika met haar jonge, groeiende bevolking kan rode cijfers schrijven en dat geld later terugverdienen, meent Merkel. Duitsland krimpt. Daardoor moeten de nu opgestapelde schulden straks door veel minder mensen worden afbetaald.

DE VERGRIJZINGSPANIEK is de drijvende kracht geworden achter wat sommige sociologen de activerende staat noemen. De term algemene mobilisatie is minstens zo treffend. Wat nou rustige oude dag? Het grijze gevaar rukt op, dus alle hens aan dek! Voorbij is de tijd waarin François Mitterrand in Frankrijk de 35-urige werkweek invoerde en de pensioenleeftijd verlaagde tot zestig jaar. Om onze huidige welvaart te behouden, is ieder mens nodig. Ongeacht de leeftijd.
Die grijze participatiemaatschappij heeft twee gezichten. Onder de slecht betaalde werknemers en werklozen in Duitsland zijn er steeds meer die het zich niet kunnen permitteren te stoppen met werken. Uit onderzoeken blijkt dat zij bijklussen als chauffeur of krantenbezorger om hun schamele pensioen aan te vullen.
Zulke armoede onder ouderen gaat een groot probleem worden, voorspelt het Deutsche Institut für Wirtschaftsforschung. Met name toekomstige gepensioneerden in Oost-Duitsland komen er bekaaid van af. Mannen zien daar de komende jaren hun staatspensioen, zeg maar hun AOW-uitkering, dalen van gemiddeld duizend naar zeshonderd euro; de vroeger dikwijls fulltime werkende Oost-Duitse vrouwen glijden zelfs af tot onder de vijfhonderd euro. ‘Wordt Duitsland een land van bedelarme gepensioneerden?’ vroeg de boulevardkrant Bild zich naar aanleiding van deze cijfers af.
De oorzaak ligt bij de slechte economische situatie in de voormalige DDR, meent Alfred Spieler van de in die gebieden nog altijd sterk vertegenwoordigde welzijnskoepel Volkssolidariteit. ‘Daar heerste de afgelopen jaren twee keer zo veel werkloosheid als in het voormalige West-Duitsland. De lagelonensector is er ook sterker ontwikkeld.’ Dat werkt negatief uit op de hoogte van de pensioenen. Vooral de generatie van de Wende, die vanaf 2020 stopt met werken, zal hier de gevolgen van ondervinden. Voor aanvullende pensioenen of een eigen huis hebben zij bovendien zelden kunnen sparen.
Nu al is de armoede onder senioren duidelijk zichtbaar, meent Spieler: ‘Er bestaan op dit moment bijna negenhonderd voedselbanken in Duitsland, die meer dan een miljoen mensen van levensmiddelen voorzien. Dat zijn vaak alleenstaande moeders met kinderen, maar we horen van onze mensen dat er ook steeds meer senioren op af komen.’
Voor de welvarende meerderheid van de Duitse senioren speelt economische dwang geen rol. Toch kiezen ook hier steeds meer gepensioneerden voor doorwerken in plaats van achter de geraniums gaan zitten. Dat gebeurt meestal op vrijwillige basis. Van hulp in verpleeghuizen tot mentor op scholen en zelfs dansleraar – overal worden de werklustige en vooral goedkope senioren gevraagd. Tweehonderd speciale bureaus, verspreid over heel Duitsland, bemiddelen bij het vinden van een nuttige activiteit. En anders zijn er altijd nog de kleinkinderen om op te passen. Dat moet ook wel: in grote delen van Duitsland staat de publieke opvang in de kinderschoenen.
Het zijn zulke vitale, mondige ouderen die van senior zijn een beroep hebben gemaakt. Mensen als Henning Scherf, oud-burgemeester van Bremen. In zijn tegen de vergrijzingspessimisten gerichte boek Grau ist bunt pleit hij voor een nieuwe, speciale ‘arbeidsmarkt voor oude mensen’. Daar kan door kwieke gepensioneerden het werk gedaan worden ‘dat maatschappelijk van belang is en anders niet wordt gedaan’: poetsen, huiswerkbegeleiding, honden uitlaten. Scherf is daarnaast ook warm voorstander van de seniorenwoongroep. Een teruggetrokken leven in een seniorendorp is niets voor hem. Samen met enkele andere paren bewonen hij en zijn vrouw al sinds 1988 een groot huis in de buurt van het station van Bremen.
Het engagement van deze ‘zilveren generatie’ is onvergelijkbaar met de krantenwijk van de Oost-Duitse gepensioneerde armen. Het ene gebeurt uit vrije wil, als een vorm van zelfontplooiing. Het andere is pure noodzaak. Maar er komen barsten in de vrijwilligheid waarmee senioren op de kleinkinderen passen of een handje helpen in het verpleeghuis. Veel sectoren zijn inmiddels afhankelijk geworden van de goedkope inzet van gepensioneerde vrijwilligers. Zonder betrokken senioren waren de voortdurende bezuinigingen in de zorg nooit mogelijk geweest. En zonder hen zouden overheid en tweeverdieners miljarden euro’s meer kwijt zijn aan kinderopvang.

WORDT HET LUIEREN OF PLOETEREN? Wie wil weten hoe de grijze toekomst eruitziet, kan vanuit Berlijn de trein zuidwaarts nemen. Onderweg houdt de machinist halt op bijna verlaten stations. ‘Alle kracht voor het vijfjarenplan’, staat in nog goed leesbare letters op een gebouw. Ook het arbeidersparadijs hield niet van ledigheid.
Verderop, vlak bij de Tsjechische grens, ligt Chemnitz. Ongenaakbaar voor de regen herinnert een gigantisch Marx-hoofd aan hoe deze plaats tot twintig jaar geleden heette: Karl Marx Stadt. Sinds begin dit jaar geniet de regio ook om een andere reden bekendheid in Duitsland. Volgens Eurostat zal Chemnitz in 2030 de seniorenhoofdstad van Europa zijn. In dat jaar is 37,7 procent van de bevolking van Chemnitz en omgeving ouder dan 65 jaar. De gemiddelde leeftijd (47) ligt nu al zeven jaar boven het Europese gemiddelde. En het inwonertal is met bijna een kwart gekrompen tot 250.000 mensen.
Nergens op het Europese continent slaat de vergrijzing harder toe. Maar Chemnitz legt zich er niet bij neer. Buiten het centrum met zijn brede Oostblok-boulevards staan de gebouwen van de plaatselijke technische universiteit. Daar onderzoeken wetenschappers hoe oudere werknemers langer productief kunnen blijven. Dat is hoognodig. De industrie rond het voormalige ‘Manchester van Sachsen’ kampt nu al met een tekort aan geschoolde krachten.
Een van de middelen om daar iets aan te veranderen, staat bescheiden in de hoek van een laboratorium, gedrapeerd om een paspop. Hij heet MAX. Met deze ‘modularer Alterssimulationsanzug eXtra’ kunnen testpersonen op wetenschappelijk verantwoorde wijze in de huid kruipen van een senior. Het heeft wat weg van een skateboardoutfit, met dien verschille dat de handschoenen en knie-, elleboog-, nek- en rugbeschermers niet ter bescherming dienen, maar de gebruiker opzettelijk hinderen. Samen met een troebele gele bril, een koptelefoon en extra gewichten aan de benen, bootst MAX de gevolgen na van tientallen jaren slijtage op het lichaam.

BIJ WIE EENMAAL in het pak is gehesen, voelen de gewrichten en de vingers stijf aan. De benen zijn zwaar, de nek is verkrampt. Geluid dringt nauwelijks door. Bij een rustige, luie oude dag stel je je iets anders voor. Daar is MAX ook niet voor ontworpen, legt arbeidswetenschapper Christian Scherf uit. Details mag hij er niet over geven, maar op dit moment draaien jonge arbeiders in de industrie proef met het pak. ‘Zo vind je uit welke bewegingen je als oudere werknemer moet vermijden en hoe je het productieproces daarop kunt aanpassen.’ Natuurlijk kunnen senioren dat ook zelf vertellen, geeft Scherf toe, maar dat is niet hetzelfde als de ouderdom aan den lijve ondervinden. Zeker jonge designers kunnen er baat bij hebben om zich te verplaatsen in hun doelgroep, meent Scherf. ‘Als je MAX net aan hebt, voelt het alsof overal om je heen watten zitten. Na een half uur wen je daaraan. Dan ga je bepaalde bewegingen uit de weg. Bukken bijvoorbeeld.’
Aan de hand van zulke ervaringen kunnen ontwerpers aanpassingen aanbrengen op de werkvloer. Welke resultaten daarmee te boeken zijn, laat het voorbeeld van de BMW-fabriek in het Beierse Dingolfing zien. Daar stijgt de komende jaren de gemiddelde leeftijd van het personeel van 39 naar 47 jaar. Nog altijd mijlenver van het pensioen verwijderd, maar in de industrie geldt een werknemer dan als oud. Te oud, om te werken? Allerminst, zo is gebleken bij een pilotproject. Door een montagelijn met geringe investeringen aan te passen op oudere arbeiders – verstelbare stoelen om rugpijn te voorkomen, flexibele vergrootglazen om zichtverlies te compenseren – is hun arbeidsproductiviteit met zeven procent gestegen, zo blijkt uit een verslag van de proef. Gevolg is dat deze werknemers ondanks hun hogere leeftijd even productief zijn als jongere collega’s.
Goed nieuws voor de industrie. Misschien ook voor het personeel. Niemand wil immers met vijftig jaar als overbodig aan de kant worden geschoven. Maar waar ligt de grens?
Die is er niet, legt een jonge collega van Scherf in Chemnitz enthousiast uit. Vanuit wetenschappelijke optiek is er volgens hem geen harde, fysieke bovengrens te geven. Met andere woorden: zolang er geld is voor de noodzakelijke aanpassingen, en psychische overbelasting daargelaten, kunnen werknemers tot op almaar hogere leeftijd blijven functioneren.
De techniek staat voor niets. Dat wist Keynes al. Maar hij had niet kunnen denken dat de maatschappelijke vooruitgang zou worden ingezet om mensen niet minder, maar meer en langer te laten werken. Misschien wel tot boven de zeventig, denken ze in Chemnitz. Duitsland kan opgelucht ademhalen. Niemand hoeft straks nog bang te zijn voor een rustige oude dag.