Interview met Nanouk Leopold

Kreunen onder de last van het leven

Met haar derde film, Wolfsbergen, treedt Nanouk Leopold voorzichtig in de voetsporen van Antonioni en Bergman. In de zwijgzaamheid van haar films ligt actie verborgen. Maar de kijker moet wel meewerken.

Wie Nanouk Leopold (1968) herinnert aan de Berlinale 2007, waar ze werd onderscheiden met een eervolle Caligari-prijs voor haar film Wolfsbergen, ziet een tevreden vrouw voor zich. Daar verandert niets aan als je haar vraagt naar het voorval tijdens diezelfde Berlinale, waar flink wat filmjournalisten al tijdens de eerste vijf minuten van haar film opstonden uit hun stoel en richting uitgang sloften. Ze is zelfs vol begrip. ‘Die journalisten denken dan: o ja, zó’n film. En dan weten ze het wel’, zegt ze nuchter.

Leopolds zelfverzekerdheid is even duidelijk als in haar werk. Want Wolfsbergen is inderdaad ‘zó’n’ film: een film die een hoge mate van medewerking en aandacht van de kijker vraagt om volledig tot zijn recht te komen. Concessies worden niet gedaan. Het openingsshot is wat dat betreft veelzeggend, een verkapte instructie voor de kijker. De camera staat bewegingloos op een bos gericht waar helemaal niets in gebeurt, behalve dan dat er af en toe wat zonlicht door de dichtbegroeide stammen breekt, en weer verdwijnt. Dat duurt enkele minuten, maar het lijkt langer.

Het is een shot dat fascineert of irriteert, maar dat doet niet ter zake. Belangrijker is dat het instrueert, vindt Leopold: ‘Je moet bijna afleren hoe je normaal naar film kijkt. De meeste reacties zijn: wat gebeurt er? Komt er iemand achter een boom vandaan? Wat duurt het lang. Het gaat juist om dat subtiele detail van die doorbrekende zon, waardoor het bos verandert van een droevige naar een mooie plek, en weer terug. Het shot is een voorbereiding op de hele film: op deze manier gaan we vertellen.’

‘Vertellen’ is een relatief begrip. Leopolds manier van vertellen is verregaand objectief, alsof de camera toevallig in de kamer staat. Leopold legt louter vast, zo lijkt het. En gestuurd wordt er al helemaal niet. ‘Ik zoek het in het vrijlaten van de kijker. Die moet zelf beoordelen of iets vrolijk is, of vreselijk, of grappig. Als een oudere man bij zijn vrouw in bed kruipt voor seks, en zij gooit hem vervolgens het bed uit, is dat dan tragisch of grappig? Omdat ik het niet voor de kijker bepaal ontstaat er een soort vacuüm waarin je niet precies weet waar je nou naar kijkt, waarom het is zoals het is. Daarmee activeer ik de toeschouwer. Mensen hebben alle ruimte om hun eigen ideeën mee te brengen over mijn personages, omdat ík het niet voor ze inkleur.

Zo is muziek een moeilijk ding voor mij. Dat kleurt op een waanzinnige manier. Al doe je een heel klein tingeltangeltje in een hoekje, het zegt: dit is spannend, dit is zielig. Of: nu moet je opletten. Al die middelen die je goed kunt gebruiken in een film gebruik ik juist niet. Juist daarin ligt de actie verborgen.’

Dat lijkt ook te gelden voor de dialoog. Personages praten niet of nauwelijks en als ze dat wel doen zijn hun woorden afgemeten en met wiskundige precisie gekozen. ‘Mijn films hebben een kwetsbare spanningsboog waarbij ik ervoor kies om die juist uit kleine details te halen’, verduidelijkt Leopold. ‘Ik laat zoveel mogelijk weg, waardoor je steeds scherp moet blijven op wat er wel is.’

Guernsey, haar vorige film, werd op het filmfestival van Cannes in 2005 vergeleken met het werk van Antonioni, om de zwijgzaamheid en het oog voor details. Leopolds personages houden zich stil, staan in een apathische stand, worstelen met hun omgeving en vooral met zichzelf. Terwijl de dertigjarige meisjes in Îles flottantes, haar eerste film, maar niet uitgepraat raakten over hun problemen. ‘Na Îles flottantes kreeg ik veel reacties van mensen die dachten dat ik heel erg gefocust was op mijn eigen generatie en daar specifiek iets over wilde vertellen. Dat was helemaal niet zo; ik dacht dat wat ik vertelde juist algemeen geldend was. Dus schreef ik direct na Îles flottantes het script voor Wolfsbergen. Als tegenreactie.’

Wolfsbergen is, zoals Leopold het noemt, een ‘caleidoscopisch portret’ van vier generaties in één familie. Grootvader Konraad, die klaar is met leven, kondigt zijn dood op nuchtere wijze aan in een brief aan zijn familieleden. Allemaal reageren ze anders op het nieuws, maar één ding bindt hen: hun verwrongen verhouding met hun omgeving moet onvermijdelijk onder de loep worden genomen.

‘Ik wil laten zien dat de problemen van iemand van negen kunnen lijken op de problemen van een negentigjarige’, zegt Leopold. ‘De context is alleen anders. Je bent in een andere levensfase, maar de manier waarop je naar het leven kijkt kan hetzelfde zijn. Daarom wilde ik ook iets maken waarin alle leeftijden voorkomen, omdat die veelheid, al die verschillende hoeken, zo belangrijk zijn.’

In Wolfsbergen lijkt iedereen te kreunen onder de last van het leven. Relaties zijn moeizaam, gecommuniceerd wordt er nauwelijks. Personages zijn lamgeslagen door ongeluk. Leopold ziet het zelf genuanceerder. ‘Ik denk dat mijn personages eerder een slechte periode in hun relatie hebben. Sommigen overleven zo’n fase niet, anderen wel. Maar ik kies ervoor om juist die mindere periode te laten zien, omdat ik het spannend vind hoe de verhoudingen tussen mensen zijn als die op de proef worden gesteld. Alles in deze film gaat over die kruisverbanden tussen mensen, hoe ze tegenover elkaar staan, en hoe het zich gaat ontwikkelen. Je kunt heel negatief denken over deze familie, maar ze zien elkaar nog wel regelmatig en op de een of andere manier, ergens, zijn ze er ook nog voor elkaar. Hun problemen zijn niet eenvoudig op te lossen. Er is afstand en geslotenheid. Wat dat betreft is het einde van mijn film heel belangrijk. Dan zijn die problemen er nog steeds, maar blijkt er ondanks alles een moment te zijn dat ze samen kunnen delen. Ik vind dat hoopgevend.’

Wolfsbergen vergt toewijding van de toeschouwer, maar die overgave loont. ‘Je brengt steeds meer tijd door met mijn personages. Eerst zijn dat korte scènes, later steeds langere. Uiteindelijk zit je minutenlang thee te drinken met iemand in de film. En dat is natuurlijk heel saai. Het is het tegenovergestelde van een achtervolgingsscène. Die is net zo saai, want dan staat het verhaal ook stil. Je rekt er evengoed tijd mee, maar dan met rennen en beweging. Ik wil juist die beweging weghalen, zodat je de tijd beter voelt. Alsof je even met die mensen uit de film daar bent, in die situatie. Voor het soort verhalen dat ik wil vertellen is dat ontzettend belangrijk. Mijn films gaan over dagelijkse situaties en kleine gebeurtenissen, waarin zich heel grote dingen weerspiegelen. In dat theedrinken bijvoorbeeld: een meisje drinkt haar thee in de keuken van haar moeders minnaar, terwijl die moeder in de slaapkamer ernaast ligt te slapen. Om dat gevoel op beeld volledig tot zijn recht te laten komen moet ik daar de tijd voor nemen.’

Dat niet iedereen die tijd heeft, of wil nemen, kan Leopold alleen maar accepteren. ‘Sommige mensen hebben geen zin in mijn soort films, omdat ze zich gaan irriteren of omdat ze niet op deze manier naar beelden willen kijken. Ik vind dat prima. Je hebt niet altijd zin in een bijzonder hapje eten met nuffige kleine sausjes of een gek besje. Soms wil je gewoon een bord boerenkool.’

Ziet Leopold haar eigen films dus zo: als een bijzonder hapje eten met nuffige sausjes en gekke besjes?

‘Ik zie het meer als een bijzondere ervaring. Het stilt de honger misschien niet goed, maar het brengt wel iets teweeg. En wat het teweegbrengt, dat is wat mij fascineert. Door film probeer ik een emotie op te wekken die niet zozeer komt uit het verhaal, maar meer uit de ervaring van de film. Ik denk ook dat mijn films heel erg gaan over daarná. Het gaat erom hoe het in het hoofd van de kijker gaat doorwerken, maar het is zo indirect dat het een tijdje kan duren voor het allemaal op zijn plek valt. Een soort sluipmoordenaars. Ik spreek mensen graag ongeveer een week nadat ze een film van me hebben gezien, om te vragen of ze er nog aan hebben gedacht. Of ze hebben gedacht: zo ben ik niet, en zo wil ik ook nooit worden. Soms maken mensen ruzie over de personages in mijn films, over hoe ze zich nou eigenlijk echt voelen en hoe ze in het leven staan. Daar draait het voor mij om: dat je het verhaal op zich loslaat, gewoon gaat discussiëren en over het leven praat.’

Wolfsbergen van Nanouk Leopold, vanaf 23 augustus