Krijg het er jaloers van

Al een klein jaar ben ik tamelijk jaloers, en het heeft me enige tijd gekost om ervoor uit te komen. Tot dit moment, om precies te zijn. Het is natuurlijk mijn hoop dat het gevoel verdwijnt door er openhartig over te zijn, maar om eerlijk te zijn ben ik daar sceptisch over. Openhartigheid helpt vaak, in de liefde en in de haat, maar jaloezie is een vreemd soort kruising tussen die twee en mijn gevoel zegt dat ik er nog berooider vanaf zal komen. Tegen beter weten in deel ik jullie daarom mee: jaloers ben ik, op Merol en Gotu Jim.

Ervan uitgaande dat ik redelijk alleen sta in dit gevoel, zo alleen zelfs dat sommigen van jullie niet eens weten wie dit zijn, zal ik het nog even verhelderen. Allereerst: Gotu Jim is een rapper en Merol is een popzangeres. Beiden hebben het afgelopen jaar in razend tempo carrière gemaakt, en zijn inmiddels bescheiden grootheden binnen het Amsterdamse muziekcircuit. Waar Merol hits scoorde met nummers als HJBEBM (HOUD JE BEK EN BEF ME) en geen reet, waarin ze haar onverschilligheid ten aanzien van haar platte billen bezingt, rapte Gotu Jim met succes over ketaminegebruik in het Stedelijk Museum en xtc slikken met Matthijs de Ligt.

Allebei blinken ze uit in een bepaalde lichtvoetigheid, hoewel die lichtvoetigheid onderling vrij sterk contrasteert: Merol weet het soms klagerige karakter van feminisme om te buigen naar humor, Gotu Jim is in feite net zo misogyn als zijn mederappers maar lijkt daarmee weg te komen door zijn lieve glimlach en een flink portie ABN. Tegengesteld of niet – sinds een week of twee hebben ze een nummer samen: Krijg Het Er Geil Van. Het gaat over een kantoorflirt, en toen ik de clip zag bereikte mijn jaloezie een hoogtepunt.

Vanachter mijn laptop zag ik hoe Gotu Jim en Merol om de beurt met hun tong langs de plakrand van een envelop gingen, waarna eerstgenoemde de uiteinden van Merols rokje dichtmaakte met een nietmachine. Nu behoort geen van beide handelingen tot mijn stiekeme erotische wensen, en heeft de kantoorvloer me nooit een bijzonder opwindende plek geleken om het een of ander uit te halen. Daarmee drong zich de vraag op waar ik al maanden omheen draaide, namelijk: Waarom ben ik toch zo jaloers?

Het antwoord kreeg ik toen ik een paar dagen later naar Zomergasten keek, waarin Maxim Februari te gast was en een fragment toonde van twee tapdansers: Fred Astaire en Ginger Rogers. Jaloers was hij, Februari, omdat hij als schrijver was veroordeeld tot inhoud en zich nooit zo volkomen zou mogen richten op vorm als deze twee dansers. Toch geloofde hij dat de literatuur wel degelijk iets kon leren van meer beweeglijke kunst: ritme, vrolijkheid en vooral een zekere gewichtloosheid. Sprongetjes, daar gaat het om volgens Februari, of je nu schrijft of danst, en wie het minst weegt komt het makkelijkst omhoog.

Sinds deze uitleg beschouw ik Maxim Februari niet alleen als boegbeeld van de transgendergemeenschap – of hij nu wil of niet – maar ook van de jaloerse mens. Dankzij hem begrijp ik dat ik Merol niet benijd om haar feminisme, Gotu Jim niet benijd om zijn misogynie (of lieve glimlach), maar beiden zou willen wurgen om hun gewichtloosheid. Zonder daarmee te willen zeggen dat het hen ontbreekt aan inhoud, overigens – er zijn vermoedelijk heel wat hitsige kantoorwerknemers die zich dankzij hun nieuwe track eindelijk gehoord voelen.