Krijgskunde

Politiek is oorlog, en je kunt alleen winnen als je de juiste strategie hanteert. In de campagne zijn alle partijen op zoek naar de sleutel tot succes.

Medium den haag 36 2012 krijgskunde

Het is maar goed dat de ‘hete’ fase van de verkiezingscampagne kort is. Als er tijdens die vele televisie- en radiodebatten of -interviews dan toch niet veel ruimte is om iets te zeggen, wordt al snel telkens hetzelfde gezegd. Het enige wat nog echt opzien zou baren is als een van de lijsttrekkers tijdens een uitzending zou besluiten de debatwedstrijd niet meer mee te spelen en zou weigeren zich nog langer in een format te laten drukken. Gelieve dan ook meteen op te biechten hoe politieke partijen proberen de ‘uitslag’ via het tweede scherm te beïnvloeden. Moeten medewerkers op straffe van het verliezen van de kerstgratificatie op hun eigen lijsttrekker stemmen? Jammer is wel dat een weigerende lijsttrekker voor een draaiende camera dan weer ‘spannende televisie’ zou opleveren, goed voor de kijkcijfers!

Van de Pruisische generaal Carl von Clausewitz is de uitspraak dat oorlog de voortzetting is van politiek met andere middelen. Dat kun je ook omdraaien: politiek is een vorm van oorlog met andere middelen. En wat is er belangrijker in een oorlog dan strategie? Bij deze verkiezingen kwam daar dus de strategie rondom het tweede scherm bij. Want wie als winnaar van een debat wordt uitgeroepen krijgt extra media-aandacht, wat weer effect heeft op de peilingen, hetgeen opnieuw media-aandacht genereert, enzovoort.

Na een week van fact checking, wat voor Nederland in deze mate nieuw was, keerde een vertrouwder gezelschapsspel tijdens verkiezingstijd terug: wie wil met wie gaan regeren? Met als vast onderdeel: gaat de lijsttrekker dan in het kabinet zitten of blijft hij in de Tweede Kamer? Alle minuten die daaraan worden besteed snoepen tijd weg van de inhoud.

Ook hier zouden lijsttrekkers kunnen besluiten het spelletje niet mee te spelen, omdat ze meer tijd willen hebben voor het over het voetlicht brengen van hun idealen. Maar dat zullen ze niet doen. Het wie-met-wie-spel is een onderdeel van hun strategie. Wie het kunnen uitvoeren van zijn plannen belangrijk vindt, heeft er baat bij het spel mee te spelen. De uitvoering van een verkiezingsprogramma is immers met de ene coalitiepartner beter te realiseren dan met de andere. Een inkijkje in de hogere krijgskunde op het politieke slagveld is daarom geen overbodige luxe.

Toen CDA-lijsttrekker Sybrand Buma vorige week zei dat het enige tijd zal duren voor zijn partij er na het gedoogavontuur met de PVV weer bovenop is, klonk dat enerzijds heel realistisch. Maar het was mogelijk ook strategie: als het CDA er niet zo goed voor staat, moet de partij ook maar niet gaan wedijveren met de VVD, want zonder direct met de liberalen te concurreren is de kans dat de VVD de grootste wordt en dus ook dat het CDA toch weer kan gaan regeren groter. Ons past bescheidenheid heeft zijn grenzen, dat was twee jaar geleden zo en dat is deze keer niet anders.

Ook D66 daagt de VVD niet echt keihard uit. Dat kan eveneens getuigen van realiteitszin, dezelfde als bij het CDA, omdat ook D66 in de peilingen niet kan tippen aan het zetelaantal van de liberalen. Maar ook dit kan passen in een strategie. Stemmen wegsnoepen bij de VVD zou alleen maar de kans vergroten dat de SP of de PvdA de liberalen in zetelaantal verslaat. Vooral met de SP zijn de inhoudelijke verschillen zo groot dat van de hervormingsagenda en de Europese idealen van D66 dan wel eens niet veel over zou kunnen blijven.

Dit klinkt misschien allemaal nogal achterdochtig, maar in het PvdA-kamp zouden ze niks liever hebben dan dat CDA of D66 eens wat harder een tweede kabinet-Rutte ter discussie zou stellen. Als Buma of Pechtold zich eens wat nadrukkelijker als alternatief voor Mark Rutte zou poneren, zeg maar als fatsoenlijk conservatief of modern rechts, dan zou dat gunstig zijn voor de kansen van de PvdA.

Zelf laat de PvdA zich niet opsluiten in een coalitie over links. Dat verkleint immers de kansen om mee te praten in de formatie als de VVD volgende week woensdag wederom de grootste partij zou worden en het voortouw in de formatie zou mogen nemen. En hoewel de PvdA vooraf niks moest hebben van het verengen van de verkiezingsstrijd tot een wedstrijd tussen VVD’er Rutte en zijn SP-collega Emile Roemer, nu de PvdA in de peilingen soms boven de SP uitkomt, zullen de sociaal-democraten een korte tweestrijd Rutte-Samsom veel minder erg vinden.

Voor Roemer is het daarom gunstig zijn PvdA-collega uit te dagen tot een keuze voor een coalitie over links, wel wetende dat Samsom zich daartoe niet zal laten overhalen. Maar dan wordt, zo hoopt de SP, de kiezer wel duidelijk dat een kabinet over links met het ideaal van eerlijk delen alleen kans van slagen heeft met een stem op Roemer. Bij de SP zeggen ze dan ook dat Samsom de SP zal laten vallen als een baksteen als Roemer niet de voorzitter wordt van de grootste fractie in de Kamer. Voor de SP was de tweestrijd tussen hun partijleider en Rutte daarom zo gunstig.

Ook de VVD hoopte baat te hebben bij die tweestrijd vanuit de gedachte dat zij zelf wederom de grootste partij zou worden en dan zou kunnen onderhandelen met een enigszins leeggezogen en daardoor verzwakt PvdA.

Dit klinkt allemaal erg berekenend. En dat is het ook. Zo wordt er gedacht en gedaan. Het is niet fraaier dan het is. Maar heeft de kiezer wat aan een inkijkje in dit soort strategieën? Dat moet hij zelf beslissen. Niks staat iemand in de weg om voor inhoud, visie, idealen of een vertrouwenwekkend persoon te kiezen, maar een geïnformeerd mens telt voor twee.