Het Turkse referendum

Krijgt Erdogan zijn zin?

Op 16 april stemt de Turkse bevolking over een wijziging van de grondwet. Bij een ‘ja’ wordt Turkije een electorale autocratie met een gekozen, almachtige president. Die uitkomst staat echter nog lang niet vast.

Medium anp 50479798
Istanbul, 30 maart © BULENT KILIC / AFP / ANP

Een belangrijk gevolg van de diplomatieke rel tussen Turkije en Nederland is dat er meer dan ooit tevoren in de Nederlandse pers aandacht is voor de steen des aanstoots: het Turkse referendum op 16 april. Op die dag beslissen de Turken of ze hun parlementaire democratie willen behouden of dat ze akkoord gaan met de grondwetswijzigingen die van de Turkse staat een presidentieel systeem maken. Een aantal van de achttien voorgestelde amendementen is onomstreden zoals het verlagen van de minimumleeftijd om als parlementariër gekozen te worden van 25 naar 18 jaar. Ook het versterken van de greep van de civiele autoriteiten op het Turkse leger kan op veel steun rekenen. De controversiële kern van de voorstellen is de uitbreiding van de bevoegdheden van de president.

Voorstanders wijzen erop dat wat voorligt de Turkse variant is op een presidentieel stelsel dat we reeds lang kennen uit landen als Frankrijk en de VS. Volgens hen heeft Turkije behoefte aan een sterke leider die het land kan opstuwen in de vaart der volkeren. Tegenstanders beklemtonen dat de Turkse president in de toekomst heel veel ongecontroleerde macht krijgt. Een van de meest gerespecteerde criticasters is de European Commission for Democracy through Law, beter bekend als de Venice Commission, die is gelieerd aan de Raad van Europa. In het verleden hebben deze verzamelde staatsrechtgeleerden en grondwetspecialisten met name regeringen in Oost-Europa bijgestaan die een nieuwe grondwet wilden opstellen. Ook Turkije, lid van de Raad van Europa, heeft in het verleden regelmatig advies ingewonnen bij de Venice Commission. Dat is deze keer niet gebeurd en het recent verschenen rapport van de Europese deskundigen maakt duidelijk waarom Ankara niet van advies gediend was. In dertig pagina’s laat de Venice Commission weinig heel van het wijzigingspakket waarover op 16 april gestemd gaat worden. Zo constateert de commissie dat in het nieuwe systeem de president per decreet kan regeren, met name op sociaal en economisch terrein. Die decreten kunnen door het parlement worden teruggedraaid maar gemakkelijk is dat niet. Als de akp, de partij van de huidige president Recep Tayyip Erdogan, de grootste blijft in het parlement, is die kans op correctie zelfs nihil.

De mogelijkheden van het parlement om de uitvoerende macht te controleren worden bovendien drastisch ingeperkt. De functie van premier wordt afgeschaft en de president – in de toekomst zowel staatshoofd als regeringsleider – kan door het parlement niet ter verantwoording worden geroepen. Volksvertegenwoordigers kunnen voortaan alleen schriftelijke vragen stellen aan de ministers en de vice-president(en) die allen direct door de president benoemd worden. Ook duizenden topambtenaren worden door de president benoemd, zonder dat het parlement er iets over te zeggen heeft.

Daarnaast wordt de greep van de president op de hoogste juridische organen aanmerkelijk versterkt. Zo wordt de Hoge Raad van Rechters en Officieren van Justitie afgeslankt van 22 naar 13, waarvan er zes direct door de president worden benoemd. De andere zeven worden benoemd door het parlement waar de akp, met een korte onderbreking in 2015, al sinds 2002 een meerderheid heeft. De Raad speelt een cruciale rol bij het benoemen en toewijzen van rechters en openbaar aanklagers en de afgelopen maanden heeft ze onder druk van de regering reeds honderden rechters en aanklagers uit hun functie ontheven of overgeplaatst omdat Erdogan ontevreden was over hun aanklachten of uitspraken.

De Venice Commission komt dan ook tot de conclusie dat ‘voorgestelde grondwetswijzigingen in Turkije een presidentieel stelsel introduceren waarin de noodzakelijke checks-and-balances ontbreken die moeten voorkomen dat dit een autoritair systeem wordt’.

Bij een ‘ja’ zou de Turkse president meer macht krijgen dan zijn Amerikaanse collega

Alle terechte aandacht voor de ongebreidelde bevoegdheden van de Turkse president dreigt echter af te leiden van een misschien nog wel fundamenteler bezwaar tegen de nieuwe staatsvorm die in Turkije zou ontstaan als de ‘ja’-stemmers op 16 april in de meerderheid zijn. Niet alleen zou de Turkse president meer macht krijgen dan zijn Amerikaanse collega, nog belangrijker is de afwezigheid in Turkije van controlemechanismen die ervoor moeten zorgen dat de president niet zomaar zijn gang kan gaan.

Turkije heeft een één-kamerparlement, voortaan gekozen op dezelfde dag als de president, dat bestaat uit trouwe partijtijgers die door de centrale partijleiding worden geselecteerd. In het geval van de akp door de huidige president die na de voorgestelde wijzigingen ook officieel leider van zijn partij mag blijven. Het bestuurlijke systeem van het land is bovendien extreem gecentraliseerd, waarin beslissingen over de meest absurde details in Ankara genomen moeten worden.

Een ander correctiemechanisme ontbreekt ook geheel in het moderne Turkije: een kritische pers die in staat is het de president moeilijk te maken. Na jaren van repressie en coöptatie is er van een pluriform en onafhankelijk medialandschap in Turkije niets meer over. De overgrote meerderheid van de landelijke televisiekanalen en kranten staat onder directe of indirecte controle van Erdogan en zijn politieke medestanders.

Betekent de huidige greep van Erdogan op de Turkse staat en de media dat de uitslag van het referendum al bij voorbaat vast staat? Dat is zeker niet het geval. Uit peilingen blijkt dat de marge tussen het ‘ja’- en ‘nee’-kamp klein is. Daar komt nog bij dat de meeste peilers ervan uitgaan dat ‘nee’-stemmers een zekere schroom hebben hun keuze kenbaar te maken. De laatste paar weken zijn in een agressieve ‘ja’-campagne tegenstemmers al uitgemaakt voor terrorist en landverrader.

Dat de Turken aarzelen komt niet als een verrassing. Bij de parlementsverkiezingen van juni 2015 had de akp de introductie van een presidentieel systeem tot absolute prioriteit uitgeroepen. Het was volgens deskundigen een van de redenen waarom de partij er voor het eerst sinds 2002 niet in slaagde een meerderheid te bemachtigen maar bleef steken op 40 procent. Dat is de harde kern van het Turkse electoraat die Erdogan door dik en dun steunt. Maar uit woede over onderhandelingen met de Koerdische terreurbeweging pkk verruilde een deel van de nationalistische achterban de akp voor de mhp voor wie Turks nationalisme core business is.

In de agressieve ‘ja’-campagne zijn tegenstemmers uitgemaakt voor landverrader

Veel conservatieve Koerden kozen uit frustratie over het uitblijven van resultaten van die toenadering voor de van oorsprong Koerdische hdp. Zwevende akp-kiezers haakten af omdat ze weinig heil zagen in het overdragen van nog meer macht aan een president die steeds vaker autoritaire trekjes vertoont.

Het opnieuw afhaken van die drie groepen kiezers wil Erdogan deze keer ten koste van alles voorkomen. Vandaar zijn alliantie met de mhp in het parlement die leidde tot het referendum op 16 april. Het probleem is echter dat de nationalisten onderling sterk verdeeld zijn. Meer dan de helft van de mhp-aanhang blijft zich verzetten tegen Erdogans plannen. Ook het aan boord krijgen van conservatieve Koerden verloopt niet zonder problemen. Een deel is gevoelig voor het argument van sterk leiderschap; een ander deel neemt het Erdogan echter nog steeds kwalijk dat hij in zijn strijd tegen de pkk in het zuidoosten zo ongeveer alle mensenrechten aan zijn laars heeft gelapt. Calculerende akp-stemmers ten slotte blijven twijfelen aan nut en noodzaak van het marginaliseren van het Turkse parlement en het geven van zoveel bevoegdheden aan één persoon.

Erdogan zal tot op het laatst alles uit de kast trekken om zijn presidentieel systeem aan een meerderheid te helpen. Krijgt hij zijn zin, dan voorspellen veel waarnemers een langzame terugkeer naar de normaliteit omdat de haperende Turkse economie daarom schreeuwt. Er komen veel minder toeristen naar Turkije en Europese bedrijven hebben hun investeringen uitgesteld of zijn naar elders uitgeweken. De Turkse lira is meer dan een kwart minder waard geworden en dat is een groot probleem voor Turkse banken en bedrijven die in het recente verleden leningen zijn aangegaan in dollars of euro’s.

Inmiddels is zowel de werkloosheid als de inflatie in de dubbele cijfers terechtgekomen. In de Grote Bazaar in Istanbul en in de chique winkelstraten staan winkels leeg, terwijl een paar jaar geleden iedere ondernemer zijn uiterste best deed op die plaatsen een paar vierkante meter verkoopruimte te bemachtigen.

Om de neergaande spiraal te stoppen moet Erdogan duidelijk maken aan met name Europese landen en bedrijven dat het ergste achter de rug is en dat Turkije na 16 april alles in het werk zal stellen om weer aantrekkelijk te worden voor toeristen en investeerders. Gebeurt dat niet, dan is de kans groot dat de almachtige president het economische fundament onder zijn populariteit met gezwinde spoed zal zien eroderen.

Bij een ‘nee’ ziet de toekomst van Turkije er volgens velen minder rooskleurig uit. Erdogan is er de persoon niet naar om een nederlaag te accepteren. Gespeculeerd wordt op een verlenging van de noodtoestand en vervroegde verkiezingen waarbij de akp zal pogen zowel de mhp als de hdponder de kiesdrempel van tien procent te duwen. Lukt dat, dan blijven er in het parlement slechts twee partijen over en is de kans groot dat de akp twee derde van de zetels bemachtigt. In dat geval kan de grondwetswijziging alsnog door het parlement worden geloodst en is een nieuw referendum niet nodig.