Krioelende ratten

In het Star Wars-universum staat de kwestie van vastgeketend zijn aan je afkomst consequent centraal. Ook in het laatste deel: Star Wars: The Rise of Skywalker.

Daisey Ridley als Rey in ‘Star Wars: The Rise of Skywalker’

En zo gebeurde het dat ik dezer dagen niet alleen voor het eerst in mijn leven een kerstboom in m’n eentje moest optuigen, maar dat ik ook gedwongen was - eveneens een unicum - zonder kinderen naar een nieuwe Star Wars-film te gaan.

De twee heertjes en een dame hadden het namelijk te druk met het eigen leven, zogenaamd. Het zijn om duidelijk te zijn behoorlijk ongehoorzame kinderen, niet in de laatste plaats omdat ze weigeren langer mijn mantra — álle Star Wars-film zijn per definitie meesterwerken — te accepteren.

De laatste tijd moest ik van de jongens (mijn dochter is geen fan) lange argumenten aanhoren over waarom het allemaal niets meer is met Star Wars. Ongehoorzame jongen nummer een stelde: ‘Dat Star Wars van Disney klopt van geen kant. Punt.’ Ongehoorzame jongen nummer twee, zeventien jaar oud, vier jaar jonger dan z’n broer, is even zakelijk na het zien van de nieuwste Star Wars-film: ‘Cijfer uit tien? Een twee.’

Gelukkig kom ik in de supermarkt een intelligente jongen tegen van wie ik al jaren rugbytrainer ben. Die staat met van spieren bultende armen vakken te vullen. Ik wist dat hij als een van de eerste in de stad naar Star Wars: The Rise of Skywalker zou zijn gegaan.

‘Tieme!’ riep ik. ‘Cijfer uit 10?’

Hij: ’Acht-en-een-half!’

Ik: ‘Eens!’

Hij lachte en ik vervolgde tevreden mijn weg, denkend: zo kan het ook, ongehoorzame jongens.

Het wantrouwen van mijn zonen jegens The Rise of Skywalker echoot dat van de critici. Waar de vorige film, het schitterende, maar gebrekkige The Last Jedi, veel recensenten bekoorde dankzij de eigenzinnige benadering van regisseur Rian Johnson, stuit de nieuwe Star Wars van J.J. Abrams op veel weerstand.

Exemplarisch hiervan is het oordeel van The Hollywood Reporter: ‘Hoewel ze tijdelijk spannend zijn, missen de talloze confrontaties, bijna-ongevallen, gespannen schermutselingen, situaties waarin de helden door het oog van de naald kruipen en gladde overwinningen motivatie en geloofwaardigheid. Meer dan eens vraag je je af wat er nu precies gebeurt en wat op het spel staat.’ In The New York Times stelt good old A.O. Scott: ‘The Rise of Skywalker is een van de beste (Star Wars-films). Maar ook een van de slechtste. Volkomen middelmatig. Komt allemaal op hetzelfde neer.’

Scott betoogt dat zoiets als een meesterlijke Star Wars-film niet bestaat, waarmee hij vermoedelijk bedoelt: deze films zijn geen ‘arthouse’-films (om deze verwerpelijke term te gebruiken). En toch: ‘… een van de beste.’

Even terug. In de jaren zeventig werd George Lucas geïnspireerd door vele soorten bronverhalen toen hij A New Hope, de eerste film, bedacht. Een hiervan was de ‘matinee serial’. Dit waren vervolgverhalen in de bioscoop, vaak ’s middags als voorfilm vertoond. Deze serials bestonden bij de gratie van de cliffhanger: een spannende slotscène die ervoor moest zorgen dat de mensen de week daarop terugkwamen om het vervolg te zien. Het ging om film noir, westerns en vooral sciencefiction, bijvoorbeeld Flash Gordon of Buck Rogers. Het plezier dat aan deze vervolgverhalen te beleven viel, zat simpelweg in de primaire opwinding van een spannend verhaal.

In deze context kun je zeggen dat álle Star Wars-films inderdaad - zie mijn mantra - meesterwerken zijn. Het tempo van de vertelling is bizar snel; zo om de tien minuten maken we een cliffhanger mee; álles hangt onafgebroken aan een zijden draadje; en als het afgelopen is kunnen we haast niet wachten tot de volgende aflevering.

Tegelijkertijd ziet een kind dat dit geen filmmaken is in de stijl van Yasujirō Ozu, Kenji Mizoguchi of Akira Kurosawa. Ook hoeven we hier niet iets te verwachten in de trant van John Ford, Howard Hawks of Alfred Hitchcock, om nog maar te zwijgen van een postmodernistische aanpak zoals die van Agnes Varda, Jean-Luc Godard of Francois Truffaut.

En toch, gekmakend, bevat Star Wars naast het plezier van de serial consequent een bepaalde diepgang — zie hier het mysterie van de aantrekkingskracht van deze cinematografische sage die nu al onverminderd meer dan veertig jaar duurt. Om deze reden nodigt Star Wars uit tot reflectie, door critici, maar vooral door al die kijkers. Want ga maar na: mensen práten over wat er allemaal is gebeurd met Rey, Finn, Poe, Kylo Ren en de rest.

In The Rise of Skywalker werd ik net als in The Last Jedi gegrepen door het lot van Rey (Daisy Ridley), de jonge, kersverse Jedi die een of andere connectie heeft met slechterik Kylo Ren (Adam Driver) die eigenlijk Ben Solo is, zoon van Prinses Leia (Carrie Fisher) en Han Solo (Harrison Ford).

De vraag over Rey’s precieze achtergrond raakt de kern. In Star Wars staat de kwestie van vastgeketend zijn aan je afkomst consequent centraal. In de domeinen van licht en donker in de Force, vertegenwoordigd door respectievelijk de Jedi en de Dark Side (de Sith) is macht gekoppeld aan het vermogen die over te dragen aan de volgende generatie. Een Jedi-meester heeft een leerling of padawan, (Yoda bracht zowel Obi-wan Kenobi als Luke de levenswandel van de Jedi bij) een Sith Lord heeft een student (Darth Sidious oftewel Sheev Palpatine leidde Darth Vader oftewel Anakin Skywalker, vader van Luke op). Wie zijn ideologie, licht of donker, kan voortzetten in het universum, heerst daarna decennia lang.

Maar dan heb je dit: Rey en Kylo Ren/Ben zijn eigenlijk verliefd op elkaar (of gaat het alleen om seks?) ook al probeert Kylo haar over te halen tot de Donkere Kant. In The Rise of Skywalker zijn alle scènes met Rey en Kylo Ren schitterend gechoreografeerd, haast een dans, vooral het lichtzwaardgevecht op wrakstukken van de Death Star die lang geleden op een onherbergzame planeet in zee is gestort.

Dit alles leidt tot de confrontatie tussen de slechterik en Rey. De echte bad guy. Ja, Palpatine is terug. Darth Sidious. Leider van de Sith. En wát een scène levert dit op: in het enorme, nauwelijks verlicht onderaards amfitheater waar duizenden Sith zich als krioelende ratten hebben verzameld om de inlijving van Rey mee te maken, zit Palpatine op zijn troon. En Rey moet weerstand bieden: gaat ze over naar de Dark Side, misschien verleid door de gedachte van lichamelijk samenzijn met Kylo Ren, of houdt ze vast aan de Jedi way, en wat zegt dát dan, gezien de vraag over haar afkomst (vergeet niet: alleen Jedi hebben toegang tot de Force)?

Hoe kun je dit niet geweldig vinden. Opeens heb ik medelijden met Palpatine — als het gaat om leerlingen die zich tegen je verzetten. Ongehoorzame leerlingen. Die hun eigen gang gaan. En zo kan het gebeuren dat je dagen als Lord of als Dark Lord geteld zijn. Dan moet je je eigen kerstboom optuigen en dan moet je alleen naar de film.

Terwijl ik naar mijn kerstboom staar — eerlijk gezegd is die boom nog nooit zo mooi geweest — komt bij mij op dat Luke Skywalker op dat eiland (zie The Last Jedi) depressief werd, omdat hij eenzaam was, menselijk. Falend. Een meester zonder leerling. Zijn besluit een einde aan de Jedi te maken, was een tragische vergissing. Dat wordt allemaal gelukkig rechtgezet; Luke komt weer in balans met de Force. Hij wordt herboren. Net als zijn leerling, een nieuwe, schitterende held, blakend van kracht, geen padawan meer, maar zoals het hoort een ongehoorzame jonge vrouw: Rey… Skywalker.


Lees ook: