Kritiek (2)

W. F. Hermans maakte mij erop attent hoe vreemd het eigenlijk is dat iemand die schrijft bekritiseerd wordt door iemand anders die ook de pen voert. In Ik draag geen helm met vederbos schrijft hij: ‘Schilderen over schilderen is onmogelijk. Musicieren over muziek kan niet. Maar schrijven over schrijven kan helaas wel. Dit heeft veel ongeluk veroorzaakt.’

Wat iedere schrijver meemaakt die slecht wordt besproken, is dat hij bekritiseerd wordt door iemand die aantoonbaar minder goed kan schrijven dan hij. Anders had de recensent het boek namelijk goed gevonden. Ik heb nog nooit een schrijver horen zeggen: ‘Kees Fens heeft mijn boek slecht besproken - zijn recensie was beter dan mijn hele roman.’ Stel dat dit wel het geval was, dan had Fens dit niet hoeven af te dwingen met een slechte recensie, maar had hij dit kunnen doen door zelf een boek te schrijven. En stel dat de recensie goed was, maar slechter geschreven dan het boek, dan kun je je afvragen wat de recensent waard is. En wat te denken van het volgende: boek en recensie zijn even goed geschreven - in dat geval bespreekt de auteur zichzelf.
Voor de schrijver heeft een recensie dus geen enkel nut.
En voor de lezer?
Als we al hebben vastgesteld dat de schrijvende recensenten geen gezag meer hebben (zie vorig hoofdstuk, vorige week) en dat de recensent per definitie slechter schrijft dan de auteur of dat de recensie er voor hem niet toe doet, wordt de vraag naar de waarde van kritiek zelfs prangend. Waartoe dan recensies?
De informerende waarde van kritieken is al lange tijd vrijwel nihil. Dat komt door het inzicht dat thema’s altijd banaal zijn en het melden van thema’s lezers wegjaagt. 'Dit boek gaat over een man die op zoek is naar zijn identiteit’, kan een prachtig boek opleveren (De avonden bijvoorbeeld), maar zal geen lezer naar de winkel lokken.
Het verhaal op zichzelf is ook een suspect onderwerp geworden. Immers: iemand die veel avonturen beschrijft, behoeft geen groot schrijver te zijn - zoals elke Bouquetreekslezer weet.
Recensies dienen dus een ander doel dan de lezer te informeren - die rol is dan ook overgenomen door de advertentieblaadjes van de boekenconcerns.
Zijn recensies er dan voor de krant? Daarover kunnen we kort zijn: ze behoren tot de minst gelezen stukken.
Recensies, hoor je wel eens, vervullen een belangrijke rol in onze cultuur. O ja? Welke dan? Herinnert u zich nog de kritieken van Gomperts? Van Fens? Van Nuis? Van Ritter junior? Welke rol hebben die in onze cultuur gespeeld? Ik zal het u zeggen: geen rol.
Kunt u mij een boek noemen met kritieken die de moeite waard waren? De boeken van Gerrit Komrij? Dat is nou jammer; bij Komrij gaat het nu net om de manier waarop hij de dingen beweert, niet wat hij beweert.
Dienen recensies dan voor uitgevers?
Nee. Dat kan eenvoudig niet. Meestal worden boeken namelijk pas gerecenseerd nadat ze al verschenen zijn. Er zou wat voor te zeggen zijn dat boeken voordat ze gedrukt worden, eerst naar de recensent gingen. Maar in dat geval kunnen recensenten dus net zo goed uitgevers worden - en wie beoordeelt dan of zij goede schrijvers goed vinden?
Recensies hebben zeker waarde - maar een heel andere dan tot nu toe wordt aangenomen. Daarover meer in het volgende hoofdstuk. Daarin gaan we eens dieper in op de rol van de recensent.