Kritiek (5)

‘Gezag dwing je af door je kwaliteit’, zei mijn vader altijd. Hij was in Indie een militair geweest en hij ergerde zich aan mijn lafheid; donkere muren, dichte bosjes in het Vondelpark, een holte in een boom - het waren schuilplaatsen voor demonen die iets vreselijks met mij voorhadden.

Vader probeerde mij moed te geven, moed die bestond uit woorden. Woorden die verhalen vormden waaruit bleek dat hij moedig was. Moedig was hij in de oorlog geweest, in het Jappenkamp, en later in Nederland. Ik moest daar een voorbeeld aan nemen, zei hij.
Maar de moed ontbrak mij.
Toen sprak mijn vader over gezag. Als je gezag zou hebben zou je vanzelf moedig worden, zei hij. Want gezag bracht verantwoordelijkheid met zich mee.
Hij vertelde dat hij assistent-resident in Indie was geweest. Een functie met gezag. Hij moest de koningin soms vertegenwoordigen en werd dan ook behandeld als een koning, mits hij zich koninklijk gedroeg.
Het was allemaal te moeilijk voor een kind. Te moeilijke woorden. Moeilijk, omdat ze hem niets vertelden - zelfs geen verhaal.
Hoe kreeg je kwaliteit?
Soms vroeg hij aan zijn vader wat kwaliteit was.
‘Iets wat heel goed is’, zei zijn vader dan, 'iets wat duurzaam is. Iets wat blijft, omdat het goed gemaakt is. Iets wat niet snel kapot gaat.’
Dat laatste knoopte hij in zijn oren: iets wat niet kapot gaat.
Hij zag in zijn leven maar weinig dingen die niet kapot gingen. Al zijn speelgoed ging kapot, zijn horloge, een duur horloge, ging kapot. En bij zijn ouders ging er steeds iets aan hun lichaam kapot. Een oor, een hartklep, een oog, een galblaas. Hijzelf moest ook regelmatig naar de dokter.
'Alles gaat kapot’, dacht hij.
Toen stierf de hond met wie hij en zijn vader altijd in het Vondelpark liepen. Hij moest de hele dag huilen, met z'n hoofd op het kussen dat altijd in de mand van Nikkie had gelegen; z'n ouders vonden dat hij zich aanstelde.
Hij wist zeker dat kwaliteit niet kon bestaan.
Hij zou zelf ook ooit kapot gaan.
Maar eerst stierf zijn vader nog. Net een dag nadat hij gehoord had dat hij boeken mocht recenseren bij de krant.
'Gezag dwing je af door kwaliteit’, werd z'n vader op de crematie geciteerd.
Hij dacht: welke kwaliteit bedoelen ze toch? En welk gezag? Wat moet ik met gezag? Hoe verrijkt dat mijn leven? Ik wil niets anders dan geamuseerd worden. Ik wil niets anders, dacht hij, dan getroost worden.
Toen de crematie was afgelopen ging hij naar huis.
Een boek lezen.