Kritiek in Iran op kabinetsformatie

Teheran – De kritiek was niet mals toen de kersverse Iraanse president Hassan Rohani op 4 augustus tijdens zijn inauguratie de lijst bekendmaakte van de door hem voorgestelde kabinetsleden, en dit een complete herenclub bleek te zijn. Hadden er juist niet veel vrouwen op Rohani gestemd, lekker gemaakt door zijn campagnebeloftes op het gebied van vrouwenrechten? Waarom paste de president de door hem gepromote gendergelijkheid niet toe in de samenstelling van zijn kabinet?

In antwoord op de kritiek zei Rohani tijdens zijn eerste persconferentie: ‘Zelfs wanneer er een vrouw is benoemd tot minister, betekent dat nog niet dat vrouwen gelijke rechten hebben. Alle ongelijkheden moeten op verschillende managementniveaus worden gecompenseerd. Onze doelstelling is niet om een vrouw in de regering te hebben om te zeggen: “Kijk mensen, we hebben een vrouw benoemd dus vrouwen hebben nu hun rechten gekregen.”’

Maar dit argument stemde de vrouwenrechtenactivisten niet tevreden. Uiteindelijk bezweek Rohani toch onder de maatschappelijke druk en benoemde Elham Aminzadeh als vice-president voor Juridische Zaken.

De afgelopen week was er ook continu heibel in het Iraanse parlement, waar de kandidatuur van de kabinetsleden moest worden goedgekeurd. Zo vonden sommige parlementsleden de gemiddelde leeftijd van de kandidaten te hoog. Maar een land waar de voedselprijzen met 63 procent zijn gestegen en waar de inflatie rond de 42 procent ligt, schreeuwt om oudere, ervaren ministers, verdedigden voorstanders het voorgestelde kabinet.

De conservatieven klaagden dat er te veel oppositiefiguren op de lijst stonden. Bijna alle voorgestelde ministers hadden in het Westen gestudeerd en dat was verdacht. De hervormingsgezinden op hun beurt zeurden dat er nog te veel conservatieve kandidaten waren.

Dit soort geruzie zal Rohani als zelfbenoemde bruggenbouwer ongetwijfeld nog vaker meemaken. Toch werden er uiteindelijk slechts drie ministerskandidaten afgewezen.

Opmerkelijk is dat maar liefst vier ministers een verleden hebben in Irans beruchte ministerie van Informatie, onder wie Moestafa Pour-Mohammadi, minister van Justitie, die internationaal omstreden is. Pour-Mohammadi zou volgens verschillende mensenrechtenorganisaties, zoals de International Campaign for Human Rights in Iran, Reporters without Borders en Human Rights Watch, als vervangend hoofd van de geheime dienst betrokken zijn geweest bij executies van duizenden politieke dissidenten in 1988 en enkele prominente intellectuelen in 1998.

Een kabinet met maar één vrouw en een minister van Justitie met een dubieuze mensenrechtenreputatie: niet direct een slimme zet van een president die het Westen voor zich wil winnen.