Jonge moslims over sluipende anti-moslimmaatregelen

Kritiek op de islam is een hype

Het zijn zware tijden voor de moslims in Nederland. De islam staat integratie in de weg, de islam brengt radicalisering, de islam is een bedreiging voor de wortels van de Nederlandse natiestaat – verweer je daar maar eens tegen.

Medium poldermoskee

‘DE PAARDEN VAN de Mongolen stonden tot aan hun knieën in het bloed toen ze Bagdad hadden verwoest. Dat was destijds de islamitische hoofdstad. Dus we hebben wel voor hetere vuren gestaan’, zegt Hassan Barzizaoua. Hij is deze vrijdag de gebedsvoorganger in de Poldermoskee in Amsterdam-Slotervaart en verzorgt de vrijdagpreek. Die is in de Poldermoskee in het Nederlands. Veertien jaar geleden besloot Barzizaoua (32), die van Marokkaanse afkomst is, met gelijkgestemde ‘Turkse, Marokkaanse en Nederlandse broeders’ lezingen en preken te gaan verzorgen in het Nederlands, voor jongeren die het Arabisch niet goed beheersen. De ‘jongerenimams’, zoals ze wel worden genoemd, besteden veel aandacht aan hoe de islam te verenigen met de kernwaarden van de Nederlandse samenleving, zoals vrijheid van meningsuiting, en mengen zich geregeld in het felle islamdebat. Inmiddels kunnen ze de vraag naar lezingen en preken bijna niet meer aan.
‘Er is zeer zeker een gevoel van onbehagen’, zegt Barzizaoua. ‘Veel islamitische jongeren voelen zich niet geaccepteerd. Ze zijn moslim en willen daarom voldoen aan de voorschriften, maar de samenleving accepteert die vaak niet. Ik krijg veel vragen over het dragen van de hoofddoek en over buitenlandse ontwikkelingen. De jongeren worden aangesproken op de situatie in moslimlanden, terwijl ze daar al net zo weinig mee te maken hebben als niet-islamitische Nederlanders.’
Barzizaoua (korte baard, zwart jack over zijn djellaba) bereidt zich in de ontvangstruimte voor op zijn preek. Tussen de twee- en driehonderd gelovigen hebben zich verzameld in de gebedszaal. Voor het overgrote deel jonge mannen – vrouwen kunnen in de Poldermoskee bidden in een niet-afgescheiden deel van de gebedsruimte. De meeste jonge bezoekers zijn blootshoofds en dragen alledaagse kledij. True Religion staat op de kontzak van de baggy-broek van een van de jongens. Vooraan knielen enkele oudere heren in djellaba, gebedsmutsjes op. Voor hen vertaalt Barzizaoua de preek vandaag om de paar alinea’s in het Berbers. De preek gaat over de beproevingen van de Hijra, de heimelijke vlucht van de eerste moslims van Mekka naar Medina. Barzizaoua heeft het over ‘de emigratie’. ‘Dat is wat we kunnen leren van de emigratie’, zegt hij tot besluit, ‘dat we in zware tijden positief moeten blijven denken.’
En zware tijden, dat zijn het voor de moslims in Nederland. De islam is volgens menigeen wezensvreemd aan de Nederlandse cultuur en dient in te binden. Islam staat integratie in de weg, heet het. Islam brengt radicalisering, islam verhindert de emancipatie van vrouwen en meisjes, islam is – je mag het tegenwoordig openlijk zeggen – een gevaar voor de joods-christelijk-humanistische levensbeschouwing die wij er hier op na houden, en daarmee een bedreiging voor de wortels van de Nederlandse natiestaat.
In de jaren zeventig werd de islam beschouwd als een cultuuruiting van gastarbeiders die Nederland diverser zou maken. In de jaren tachtig/negentig vond bestuurlijk Nederland dat we maar moesten leren wennen aan het exotische. Intussen leidde de ketenmigratie van gezinshereniging en gezinsvorming ertoe dat de hoeveelheid migranten uit islamitische landen minstens vervijfvoudigde. Daarmee had niemand rekening gehouden. Het leidde eind jaren negentig tot een tegenreactie die gekenmerkt werd door cultureel nationalisme. Met de liefde voor de multiculturele samenleving was het gedaan – hun cultuur en religie waren achterlijk, die van ons superieur.
De anti-minarettenmotie van de SGP van twee weken geleden, nog geen week nadat in Zwitserland een meerderheid van de bevolking zich in een referendum uitsprak tegen de bouw van minaretten, toont dat het cultuurnationalisme inmiddels diep is doorgedrongen in de Nederlandse democratie. SGP’er Kees van der Staaij wilde tegemoetkomen aan de ‘gevoelens van vervreemding en onbehagen’ onder veel autochtone Nederlanders. Volgens de SGP kunnen islamitische uitingen zoals het oproepen voor gebed leiden tot ‘aantasting van de historische Nederlandse identiteit’. ‘Ik vind dat we te gemakkelijk een krampachtig formalistisch gelijkheidsdenken hanteren’, zei Van der Staaij. ‘We leven in 2009 na Christus, niet na Mohammed. De zondag is een bijzondere dag voor ons, niet de vrijdag.’ Moslims moeten zich steeds meer verantwoorden voor hun moslim-zijn, meent Barzizaoua. Op zich is dat geen probleem, maar de toon waarop de discussie wordt gevoerd, baart hem zorgen. ‘Mensen praten vanuit hun emotie. Er zijn allerlei enquêtes over anti-moslimthema’s. Mensen roepen maar wat zonder dat ze weten waar ze het over hebben. Als er nu een enquête gehouden zou worden over de vraag of alle moslims Nederland uit moeten, zou het me niet verbazen als een meerderheid vóór was. Hoe lang duurt het nog voordat zoiets een referendum wordt, met kracht van wet? Je hebt het gezien aan het Zwitserse minarettenreferendum waartoe dat kan leiden.’
Barzizaoua maakt zich vooral zorgen om de oudere generatie. ‘Het gaat op hun geest spelen. Hier voelen ze zich niet thuis en in Marokko worden ze niet geaccepteerd omdat ze al zo lang weg zijn. Vergis je niet, een groot gedeelte van die groep is analfabeet. Zij kunnen de verhoudingen niet goed duiden, het democratische systeem met al zijn verschillende lagen is voor hen te ingewikkeld. Als zij de dreigende taal van meneer Wilders in het parlement horen, worden ze bang. Op tv zien ze dat hij gewoon mag zeggen dat moslims gedeporteerd moeten worden. Vergeet niet: voor deze mensen is Wilders dé overheid.’

VRAAG AAN Yassmine el Ksaihi, bestuursvoorzitter van de Poldermoskee, of ze zich vooral Nederlandse, Marokkaanse of moslima voelt, dan zegt ze: ‘Ik voel me echt Amsterdamse. Ik ben in mijn doen en laten heel Hollands: rechtdoorzee. Maar dat is eigenlijk ook typisch Marokkaans. En mijn religie, dat is iets van mijzelf.’
Ze groeide op in Tuindorp-Oostzaan, onder de rook van Amsterdam, ‘in een gezin met taalbeheersing’. Ze woont er nog steeds. Integratie was voor haar geen thema: ‘Ik ben toch Nederlandse?’ Het valt haar op dat niet-moslims vaak een zwartwitbeeld hanteren. Toen ze een hoofddoek ging dragen vroegen de buren zich af of ze fundamentalistisch was geworden. ‘Ik kleed me traditioneel, maar het feminisme zit er bij mij echt ingebakken.’
Het afgaan op uiterlijkheden zonder te beseffen wat daarachter schuilgaat zet de toon in het debat, meent ze. ‘Er is veel nuance in de moslimgemeenschap, maar in de politiek en de media zie je een sterke neiging om alle moslims over een kam te scheren. De meeste mensen beseffen niet dat veel hoger opgeleide moslims zich verzetten tegen de relschoppers die altijd zo negatief in het nieuws komen. Kritiek op de islam is een hype. Iedereen probeert er een slaatje uit te slaan. Ik ben persoonlijk niet zo heel erg verontrust, maar er is een groep die zich echt grote zorgen maakt. Daar heerst angst over sluipende anti-moslimmaatregelen. Kijk, ik vind ook dat iemand met een boerka die haar handje ophoudt moet kiezen: die boerka uit of anders geen uitkering. Maar een hoofddoek is iets heel anders. De politiek zou duidelijker moeten uitdragen dat zij er is voor álle burgers. Het valt mij op dat veel partijen dat achterwege laten, en dat maakt onrustig.’
Politicoloog Marcel Maussen, verbonden aan het Instituut voor Migratie en Etnische Studies aan de Universiteit van Amsterdam, deed onderzoek naar islam en integratiebeleid. In februari van dit jaar promoveerde hij op de studie Constructing Mosques: The Governance of Islam in France and the Netherlands. Het valt Maussen op hoe selectief de berichtgeving is over de populistische voorstellen van politici als Wilders, Verdonk en Pastors. ‘Eerst benoemen ze de problemen, dan zeggen ze: onze probleemdefinitie is de juiste, we gaan het aanpakken, en dan komen ze met symboolpolitiek en harde maatregelen die vaak strijdig zijn met sommige grondrechten. De vormelijke reacties van ambtenaren en bestuurders die verwijzen naar bestaande wetten en regels die veel van de voorgestane maatregelen uitsluiten, staan niet op de voorpagina van De Telegraaf. Wat de PVV aan de borreltafel heeft bedacht wel.’
Borrelpraat leidt zelden tot wetgeving. Verplicht Nederlands praten op straat, verplicht handen schudden, een verbod op islamitische scholen en minaretten: zie dat maar eens in een wet te gieten zonder de Grondwet te veranderen en een aantal internationale verdragen te schenden. Het viel al niet mee de verplichte inburgering erdoor te krijgen. In 2005 strandde een PVDA-voorstel dat volgens velen zo gek niet klonk: het weren van buitenlandse imams omdat via hen de landen van herkomst greep hielden op de gelovigen in Nederland. De commissie vreemdelingenzaken concludeerde dat het voorstel in strijd was met het gelijkheidsbeginsel (niet-islamitische buitenlandse bedienaren van de eredienst mochten volgens de politici immers nog wel naar Nederland komen) en met de vrijheid van godsdienst. Hetzelfde geldt voor de minarettendiscussie. De SGP-motie tegen ‘islamitische zichtbaarheid’ zou niet snel tot wetgeving hebben geleid, ook niet als zij was aangenomen, aangezien zowel de vrijheid van godsdienst als het gelijkheidsbeginsel in het geding is.
‘Uiteindelijk wordt er niet zo veel van deze spectaculaire maatregelen geëffectueerd’, zegt Maussen. ‘De beschermingsmechanismen van de rechtsstaat werken goed.’ Maar dat betekent volgens hem niet dat er geen vuiltje aan de lucht is. ‘Waar we nu beducht voor moeten zijn is voor verdere uitsluiting’, zegt Maussen. ‘We moeten voorkomen dat sommigen zich slechts voorwaardelijke leden van de samenleving gaan voelen. Wilders noemt steeds als oplossing het invorderen van het burgerschap van moslims die dwarsliggen en het verwijderen van onwelgevallige jongeren met een tweede paspoort. Dat is iets enorms, daarmee raak je de kern van de democratie. We lossen problemen niet op door onwelgevallige landgenoten te deporteren.’ Het zou helpen als politici zich minder zouden opstellen als de vertolkers van het Volksempfinden. ‘Ik ben blij dat we mensen hebben als Cohen, Donner en Hirsch Ballin, die zelfs in vurige discussies vasthouden aan een vormelijke houding en de regels van de rechtsstaat. Politici die nog respect hebben voor het vak van bestuurder kunnen tegenwicht bieden.’
Noureddine Steenvoorden (32) heeft net een tentamen Arabisch gedaan in de PPME-moskee in Osdorp. Noureddine is een nieuwe moslim: hij sprak vijf jaar geleden de islamitische geloofsbelijdenis uit. Hij werd gelovig katholiek opgevoed, maar kon zich niet vinden in de doctrines en gebruiken. Het geloof in God bleef echter. ‘Ik was lekker aan het skaten en basketballen, maar steeds kwam die vraag terug: hoe kan ik mijn schepper dienen?’ Hij vond het antwoord in de islam, na een lang proces van voorzichtige toenadering. Via een bevriende Zuid-Afrikaanse familie zag hij de praktijk van het geloof. Stapels boeken (hij studeerde Engels en werkte bij boekhandel Waterstone’s) voorzagen hem van de nodige historische en theoretische kennis. Skaten doet hij nog steeds. Vorig jaar organiseerde hij de eerste Nationale Bekeerlingen Skateboard Jam. ‘We waren met z’n drieën, of eigenlijk met z’n tweeën, want een van ons besloot naar Mekka te gaan’, zegt hij grijnzend.
Noureddine heeft een kaalgeschoren hoofd en een lange rooie puntbaard. Hij draagt een beige djellaba met hippe taupe Adidas-sneakers eronder. Op zijn werk in de gehandicaptenzorg draagt hij T-shirt en spijkerbroek. Voordat we elkaar spreken bidt hij in het kleine gebedshuis dat net als de Poldermoskee is gevestigd in een groter gebouw. Zonder minaretten. Er bidden een dertigtal mannen, en enkele vrouwen achter een scherm. Tijdens het gebed zijn jongetjes aan het stoeien. Dit is een gemoedelijke familiemoskee.
‘Toen ik moslim werd was 9/11 nog vers, we hadden net de aanslagen in Madrid gehad en daarna kwam de moord op Van Gogh. En toch was de sfeer toen beter’, vertelt Noureddine. ‘Veel mensen waren genuanceerder. De reacties zijn scherper nu. Het gaat er allang niet meer om dat we elkaar de waarheid willen zeggen: we willen dat nu blijkbaar zo hard mogelijk doen. Ik dacht eerst: dat zit wel goed in ons landje. We hebben de koopman en de dominee. Aan andere gelovigen kun je geld verdienen, toch? Maar nu is Nederland echt de weg kwijt, want de koopman wil niet eens meer verdienen aan moslims en de dominee gooit rustig z’n eigen glazen in als hij daarmee ook de imam treft.’ Noureddine doelt op de discussies over het toestaan van koranles op openbare scholen, het aanstellen van een legerimam en het minarettenverbod: allemaal zaken die volgens het gelijkheidsbeginsel uit Artikel 1 van de Grondwet gewoon mogen. ‘Als één religie iets mag van de staat, dan mogen andere religies dat ook. Als de dominee de imam iets wil verbieden, slaat dat dus uiteindelijk terug in zijn eigen gezicht. Ik ken genoeg moslimjongeren die zich terugtrekken en niet meer meedoen aan het debat. Ze vinden het zinloos. Een vriend van me is geëmigreerd naar Indonesië. Veel Turken gaan terug, ze kunnen daar nu net zo goed zaken doen als hier en de sfeer is er een stuk beter. Maar ja, als de wetgever rare sprongen gaat maken, wat moet ik dan? Ik kan niet oprotten naar mijn eigen land.’
De beste oplossing is volgens hem om de terugtrektendens het hoofd te bieden en naar buiten te treden. ‘We moeten contact

zoeken met medestanders. Welzijnsorganisaties, vrouwengroepen. En ons zo goed en kwaad als het gaat politiek organiseren – ondanks de etnische lappendeken die de Nederlandse moslims zijn.’ Zelf schrijft hij opiniërende internetbijdragen voor de Nederlandse Islamitische Omroep en voor wijblijvenhier.nl, een weblog van jonge moslims. ‘Het gevaar is niet Wilders en zijn PVV, maar de invloed die hij heeft op gevestigde partijen. Die nemen steeds meer van hem over’, zegt Noureddine. ‘Wat dat betreft voel ik me minder relaxed dan een paar jaar geleden. Maar ik heb nog wel vertrouwen in de rechtsstaat.’

DE RECHTSSTAAT – de term ligt voor in de mond van de Nederlandse moslims die De Groene Amsterdammer sprak. Zij behoort de leden van een minderheidsgodsdienst als de islam te beschermen. Over één ding zijn ze het echter roerend eens, rechtsstaat of niet: er staat een hoofddoekverbod aan te komen. Sinds 2004 is het dragen van een hoofddoek verboden in overheidsgebouwen in Frankrijk. Sinds september geldt een hoofddoekverbod (en een verbod op andere levensbeschouwelijke tekens) op gemeenschapsscholen in België. En vorige maand bepaalde het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg dat het Turkse verbod van de hoofddoek op universiteiten en hogescholen niet strijdig is met het grondrecht op onderwijs en de vrijheid van godsdienst.
‘Het sluipt voort, het verbod op hoofddoeken’, verzucht gebedsvoorganger Hassan Barzizaoua.
‘Veel mensen hebben het gevoel dat het hoofddoekverbod oprukt. Ik vind dat we ons daartegen moeten uitspreken’, zegt Poldermoskee-voorzitter Yassmine el Ksaihi.
‘Het komt dichterbij, zeker na die uitspraak jegens Turkije van het EU-hof’, zegt de nieuwe moslim Noureddine Steenvoorden.
Politicoloog Marcel Maussen ziet het niet zomaar gebeuren. ‘Een hoofddoekverbod, waar? Thuis, op straat, in de tuin, in het zwembad, in de rechtbank? Je zult zien dat je al snel botst op fundamentele vrijheden van het individu als je het in Nederland probeert.’
Veel Nederlanders hebben dat er best voor over. Vorige week ontstond commotie toen bekend werd dat het Amsterdamse gemeentelijk vervoerbedrijf (GVB) een medewerker verbood zichtbaar een ketting te dragen met daaraan een kruis. Maar conductrices dragen wel hoofddoekjes, was het ongelovige commentaar. De kruisdrager stapte naar de rechter. Die gaf het GVB gelijk: de maatregel was onderdeel van een algemene kledingrichtlijn: geen enkele GVB-medewerker mag zichtbaar een ketting dragen, wat daar ook aan hangt. Degenen die de kruisdrager steunden, was het niet te doen om de christelijke geloofsuiting, maar om de hoofddoekjes. Ze hadden een inperking van de individuele vrijheid er graag voor over om ze in de tram verboden te krijgen. Hun verzet baatte niet. Het GVB heeft de hoofddoek geïncorporeerd in zijn kledinglijn. Met logo.