Popmuziek

Kritische zelfevaluatie

MUZIEK Oasis

Zelden was een Best of zo fascinerend als Stop the Clocks van Oasis. Zanger/gitarist Noel Gallagher had altijd gezegd dat de britpopband pas een verzamelaar uit zou brengen als ze ermee stopte, maar daar dacht SonyBMG anders over. Oasis moest contractueel nog één album uitbrengen onder dit label en de band werd meegedeeld dat dit een Best of zou worden. Daar moest ze zich maar naar schikken. Als uiterste compromis mochten de muzikanten zelf de selectie van songs bepalen.

Juist dat heeft tot iets fascinerends geleid, want de keuzes uit het eigen oeuvre vormen een uiterst kritische zelfevaluatie. Veruit het grootste deel van de achttien tracks stamt namelijk uit de beginperiode. Oasis brak in 1994 door met haar debuut Definitely Maybe, gedomineerd door een zwaar gitaargeluid en de snerpende zang van Liam Gallagher, maar tegelijkertijd met het melodieuze van The Beatles, die legendarische popgroep waarvoor elk Oasis-lid de hand in het vuur wil steken. De overtreffende trap volgde een jaar later met (What’s the Story?) Morning Glory, waar de beatlesque kant overheerst. De plaat verkocht wereldwijd negentien miljoen keer en de uitschieters van de plaat zijn cultureel erfgoed geworden: Wonderwall heeft vele bruiloften opgesierd en Don’t Look Back in Anger kan nog altijd een stadion vol Engelse voetbalfans de keel open laten trekken.

De krantenkolommen staan niet alleen vol over de muziek van de jongens uit Manchester, hun rock-’n-rollgedrag wordt ook breed uitgemeten. Ruzies tussen de broers Noel en Liam zijn aan de orde van de dag, net als de uitspraken van het duo, die als arrogant worden bestempeld, maar ook als geestig en vol bravoure. Eentje van Noel_: Morning Glory_ is volgens hem slechts het begin; vanaf dat moment zou Oasis pas echt groot worden.

Met Stop the Clocks komt hij terug op die uitspraak, en terecht. De drie albums die volgden op Morning Glory zijn van een bedroevende kwaliteit. Het leek vaak alsof Oasis haar eigen coverband was geworden, met altijd een verplichte rocker, ballad en anthem. Pas met het vorig jaar verschenen Don’t Believe the Truth heeft Oasis weer een waardevol album gecreëerd.

Van de laatste vier albums zijn slechts vier tracks uitgekozen voor Stop the Clocks, dat over twee schijfjes is verdeeld. Er zijn zelfs net zo veel B-kanten uitgekozen: vier, ook uit de beginperiode. Oasis verkeerde destijds in zo’n bloedvorm dat ook het restmateriaal prachtig was. Het groots opgezette The Masterplan werd overbodig door Morning Glory, maar is een anthem dat veel bands ooit nog hopen te schrijven. Hetzelfde geldt voor het akoestische kampvuurliedje Half the World Away. In retrospectief had de band deze songs voor latere platen moeten bewaren, maar in al haar bravoure dacht de band dat alles wat ze later zou schrijven per definitie briljant zou zijn. Op deze verzamelaar geeft Oasis zelf aan dat dit niet het geval is.

De selectie getuigt van realiteitszin; tegelijkertijd zetten de Gallaghers zichzelf weg als ‘band van toen’. Oasis maakt van Stop the Clocks geen compleet tijdsdocument, maar gunt de luisteraar alleen het beste. Een hard zelfoordeel, maar erg dapper, dat moet ze worden nagegeven.

Oasis: Stop the Clocks. SonyBMG