Kro steelt primeur

Marcel Metze, auteur van het verleden week gepresenteerde boek De stranding: het CDA van hoogtepunt naar catastrofe is woedend op de KRO. Volgens Metze hebben de Brandpunt-journalisten Ton F. van Dijk en Steven de Vogel hem bedrogen door er in hun uitzending van vrijdag jongstleden melding van te maken dat de inmiddels wijd en zijd bekende en beruchte brief van (toen nog) premier Lubbers ter liquidatie van Elco Brinkman als politiek leider van het CDA, ook aan koningin Beatrix was verstuurd. Door het ‘CCHM’ onderaan de brief in beeld te vertonen heeft Brandpunt, aldus Metze, onherstelbare schade berokkend aan diens journalistieke loopbaan.

Niet bekend
Niettemin begonnen er al enige dagen voor de presentatie van Metze’s boek geruchten rond te zingen in het Haagse circuit over een mysterieus schrijven van Lubbers aan de koningin over Brinkman. Het ontstaan van die geruchtenstroom was niet zo bevreemdend, daar Metze van zijn uitgeverij Sun een ‘meelezer’ van zijn manuscript had gekregen in de persoon van niemand minder dan Jan Hoedeman, werkzaam op de parlementaire redactie van de Volkskrant. Dat was de kat op het spek binden, zo bleek al snel. Hoedeman kon zich niet bedwingen. De Volkskrant plofte die vrijdagochtend dan ook vrolijk op de deurmat met de primeur van Lubbers’ briefsgewijze dolkstoot in de rug van zijn opvolger. Bij de Brandpunt-redactie, zeer gespitst op de exclusiviteit van haar 'scoops’, zette dit kwaad bloed. Brandpunt-redacteur Steven de Vogel: 'Wij hadden ons geheel aan onze afspraak met Metze willen houden, als hij zich tenminste ook aan zijn afspraak met ons op het gebied van de exclusiviteit had gehouden. Maar wij kregen sterk de indruk dat we in de maling waren genomen door Metze, Hoedeman en de uitgeverij, en dat het hen alleen maar ging om een maximum aan publiciteit. Op dat moment besloten we dat de deal met Metze niet meer van kracht was. Vandaar dat we ook besloten om het Brandpunt-item over het CDA van die avond nog aan te vullen met de melding dat de brief van Lubbers naar de koningin was gegaan. Aanvankelijk stond dat er niet in, zoals iedereen die vrijdag heeft kunnen zien die aanwezig was tijdens de voorvertoning van de documentaire op diezelfde vrijdag.’
Marcel Metze bestrijdt de beschrijving van die gang van zaken: 'Ze hadden het op z'n minst aan me moeten vragen, hoewel ik dan ook gewoon nee had gezegd. Natuurlijk, het is betreurenswaardig dat Hoedeman zich niet aan zijn afspraak heeft gehouden, maar dat geeft Brandpunt niet het recht om dan maar hetzelfde te doen. Ze hebben me in de waan gelaten dat de voorvertoning de echte documentaire was. Daarna hebben ze snel nog een nieuwe versie gemaakt. Dat is gewoon achterbaks. Kijk, mijn grote probleem is dat mijn reputatie op deze manier naar de bliksem gaat. Als journalist krijg je vertrouwelijke informatie alleen maar los als je bescherming van de bronnen kunt garanderen en als je een geheim weet te bewaren. Bij mijn volgende project kan ik veel hinder krijgen van deze streek.’ Vraag aan Metze: was het dan niet beter geweest om dat 'CCHM’ gewoon weg te lakken met een potje Tippex en het dan pas aan Brandpunt te geven? Kent hij dan niet de diepere betekenis van het aloude adagium 'publish and be damned’? Antwoord: 'Achteraf gesproken was dat natuurlijk beter geweest. Maar ik dacht dat ik met betrouwbare professionals te maken had’.