Illegale deportaties

Kroatië uitgeknuppeld

De Kroatische politie stuurt asielzoekers systematisch terug naar buurlanden en schendt daarmee nationale en internationale wetten. Wie geeft hier de orders?

Vluchtelingenkamp in Bihać, Bosnië-Herzegovina. 10 augustus 2018 © Maciej Luczniewski / NurPhoto / HH

‘Mijn collega’s en ik namen deel aan de illegale verdrijving van migranten uit Zagreb naar de Kroatische grens met Bosnië-Herzegovina en Servië. We brachten ze naar een groene grens en droegen ze op die over te steken. We documenteerden ze niet, stonden niet toe dat ze asiel zochten. Dit waren orders van onze superieuren op het politiebureau’, vertelde een politieagent uit Zagreb me toen ik hem afgelopen juni interviewde. Het bevestigt waar internationale en plaatselijke organisaties als Amnesty International, Human Rights Watch en Are You Syrious al tweeëneenhalf jaar voor waarschuwen: de Kroatische politie schendt de eigen wet en het internationaal recht door asielzoekers systematisch en illegaal terug te sturen naar de buurlanden.

Hoewel het land lid is van de Europese Unie is Kroatië geen Schengenland. Maar het wil graag aantonen dat het klaar is om in 2020 toe te treden tot het gebied zonder binnengrenzen, door de buitengrenzen van de EU te beschermen tegen irreguliere migratie. Nadat Hongarije in 2015 ondoordringbare hekken had opgetrokken langs zijn grenzen met Servië en Kroatië, hebben vluchtelingen een nieuwe route naar West-Europa gevonden, via Bosnië-Herzegovina en Kroatië. De twee landen delen een grens van 950 kilometer, waarvan een groot deel zich in het zogenoemde ‘groene gebied’ bevindt, buiten de officiële grensovergangen.

Ondanks honderden getuigenissen van vluchtelingen die zelf illegaal zijn teruggestuurd, ondanks videobewijsmateriaal verzameld door ngo’s en media en ondanks beweringen van inwoners van Bosnië-Herzegovina die hebben gezien dat de Kroatische politie vluchtelingen terugstuurde, ontkent het Kroatische ministerie van Binnenlandse Zaken alle aantijgingen. Minister van Binnenlandse Zaken Davor Božinović stelt dat migranten politieagenten vaak ‘valselijk beschuldigen’ en dat de politie heeft gehandeld binnen de grenzen van de nationale en de EU-wetten. Hij beweert ook dat er geen gevallen zijn waarbij vluchtelingen zijn teruggestuurd, maar dat vluchtelingen wel vaak aan de grens worden tegengehouden.

Dit is de eerste keer dat bronnen binnen de politie de gedwongen verdrijving van asielzoekers uit Zagreb, ver van de Kroatische grens, bevestigen. De agent in kwestie is al een aantal jaren in dienst en we hebben afgesproken dat we om veiligheidsredenen zijn naam en district geheim houden.

‘Begin 2017 heb ik de eerste groep migranten teruggestuurd’, zegt hij. ‘Ik wist niet eens waar ik ze heen moest brengen. Ik kreeg mijn orders van een politie-manager, want je moet verslag uitbrengen aan je manager over alles wat er in het veld gebeurt. Ik belde de chef om te vertellen dat we een groep migranten hadden. Burgers bellen vaak op om groepen te verklikken, en soms komen we ze zelf op straat tegen. De manager zei dat hij binnen tien minuten terug zou bellen. Vervolgens belde hij me op mijn privé-nummer, waarvan de gesprekken niet worden opgenomen, om me opdracht te geven ze naar de grens te brengen. De migranten zeiden “asiel”, maar wij antwoordden met “geen asiel”. We stopten ze in een politiebusje waarvan de gps-verbinding onklaar was gemaakt, zodat niemand wist waar we waren. We doorzochten hun onderkomen en bezittingen, zonder rechterlijke volmacht, om te zien uit welk land ze kwamen. Daarna namen we hen mee, zonder enige gedocumenteerde procedure. Het was alsof we ze nooit hadden gevonden en hen niet naar de grens hadden gebracht.’

Aanvankelijk wist hij niet dat een dergelijke aanpak illegaal was. ‘Toen de eerste golf migranten in 2015 arriveerde, kregen we richtlijnen hoe we het moesten aanpakken. Maar toen ze illegaal begonnen binnen te komen, wilde niemand ons een procedure geven. Pas nadat we ze administratief moesten verwerken, omdat ze niet allemaal automatisch werden teruggestuurd naar de grens, gingen we de wet online bestuderen. We beseften dat wat we gedaan hadden niet legaal was.’

Dergelijke handelingen zijn niet alleen een schending van het recht van vluchtelingen om internationale bescherming te zoeken, ze vormen ook een schending van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat collectieve uitzettingen verbiedt. Deportaties mogen uitsluitend op individuele basis plaatsvinden en in samenwerking met de politie van het land waarheen een persoon wordt gedeporteerd. Onze bron heeft nooit de Bosnische of Servische politie geïnformeerd; hij bracht mensen eenvoudigweg naar de groene grens en dwong hen die over te steken. Er bestaan geen geschreven verslagen van deze procedures.

Niet iedereen die werd ontdekt werd teruggestuurd. Als het om vrouwen en kinderen ging, of als meer burgers hadden gemeld dat ze de migranten hadden gezien, of als ze midden op de dag waren aangetroffen (wanneer het mogelijk was dat iemand foto’s had gemaakt van de politie die hen meenam), gingen de zaken wél volgens het boekje. Dan werden ze meegenomen naar het bureau voor het identificatieproces, werden er foto’s van hen gemaakt en vingerafdrukken afgenomen en werden ze naar de Porin gestuurd, het onderkomen voor asielzoekers in Zagreb, waar ze moesten blijven tot er een besluit was genomen over hun asielaanvraag.

Bovendien gaven niet alle managers opdracht tot het illegaal terugsturen van vluchtelingen, en accepteerden niet alle agenten deze orders. ‘Er waren agenten die zulke orders weigerden; zij werden daarvoor gestraft. Ze moesten een half jaar een gebouw bewaken en kregen een aanzienlijk lager salaris. Daarna weigerde niemand meer om migranten terug te sturen. Volgens de regels moeten we een illegale order weigeren en doorgeven aan de superieuren van de betreffende officier. Maar we wisten allemaal dat de managers de orders juist kregen van hun superieuren. Dat is de hiërarchie bij het ministerie van Binnenlandse Zaken.’

‘De EU heeft het gedrag van Kroatië de facto goedgekeurd’

Alle opdrachten werden mondeling doorgegeven; de agent zag nooit een geschreven order. Hij kreeg nooit de opdracht om geweld te gebruiken of de bezittingen van de migranten te vernietigen, zoals veel migranten hebben gemeld.

Hij heeft twee groepen teruggestuurd naar Bosnië-Herzegovina en één naar Servië. De groepen bestonden uitsluitend uit jonge mannen. Eenmaal zaten er negen in een busje, tweemaal veertien. Volgens de wet mogen maar zes personen tegelijkertijd achter in een politiebusje zitten. En ook al lijken drie uitzettingen niet veel, de agent benadrukt dat dit is wat er tijdens zijn eigen diensten gebeurde, en dat alle diensten van alle agenten in alle districten van Zagreb gedurende 365 dagen per jaar waarschijnlijk een veel groter aantal illegale uitzettingen alleen al uit Zagreb hebben gedaan.

Waarom heeft hij besloten de publiciteit te zoeken? ‘Geen enkele agent is met het idee gekomen om mensen helemaal vanuit Zagreb terug te sturen naar de grens’, zegt hij. ‘Waarom zou zoiets bij een agent in Zagreb opkomen – om een busje te regelen en migranten naar de grens te rijden? Maar geen van de chefs zal de verantwoordelijkheid nemen als dit zou uitkomen; zij zouden ieder medeweten ontkennen en de schuld in de schoenen van de lagergeplaatsten schuiven. En dat is onterecht, zij kregen orders van hun managers, de districtcommissaris of het hoofd van de politie. De agenten die het minst te verwijten valt zouden de schuld krijgen.’

‘Deze aantijgingen bevestigen helaas wat we al jaren zeggen’, zegt de Kroatische ombudsvrouw Lora Vidović. ‘Maar het ministerie van Binnenlandse Zaken blijft alle beweringen ontkennen. Het blijft erop wijzen dat alle politieagenten hebben geleerd hoe ze met migranten moeten omgaan, maar we kunnen nu duidelijk zien dat dit niet het geval is.’ Ze kreeg van het ministerie van Binnenlandse Zaken geen toegang tot informatie over migranten, wat in strijd is met de wet.

In een rapport van maart 2019 constateerde Amnesty dat systematische en doelgerichte collectieve uitzettingen – soms vergezeld van geweld en intimidatie – zich met regelmaat voordoen aan de grens tussen Kroatië en Bosnië-Herzegovina. Jelena Sesar, de auteur van dat rapport, zegt dat er talloze gevallen zijn gedocumenteerd van mensen die onder dwang zijn teruggestuurd naar Bosnië-Herzegovina vanuit Kroatië, Slovenië, en zelfs Italië. ‘Dergelijke operaties zijn uitgevoerd op een schijnbaar goed georganiseerde manier en dankzij de efficiënte samenwerking van de Italiaanse, Sloveense en Kroatische politie’, zegt ze. Milena Zajović Milka van de Kroatische ngo Are You Syrious zegt dat er volgens hun schattingen in 2018 maar liefst tienduizend uitzettingen hebben plaatsgevonden.

De stadjes Bihać en Velika Kladuša in Noordwest-Bosnië, aan de grens met Kroatië, zijn een tijdelijk toevluchtsoord geworden voor zo’n 5500 vluchtelingen en migranten. Tientallen van hen vertelden hetzelfde verhaal: zij waren de Kroatische grens overgestoken en opgepakt door de Kroatische politie; hun mobiele telefoons waren kapotgeslagen zodat ze niet konden bewijzen waar ze gevonden waren en wat hun was aangedaan en om een nieuwe oversteekpoging lastiger te maken. De meesten waren geslagen door de politie. Velen toonden verse wonden en geheelde littekens. Ze waren teruggestuurd naar Bosnië.

Umar (18), Rizwan (18) en Ali (19) komen uit Pakistan en zijn herhaaldelijk naar Bosnië teruggestuurd door de Kroatische politie. Ze werden met knuppels geslagen. Hun geld werd afgenomen. Hun in Bosnië verstrekte papieren werden vernietigd. Hun bezittingen, waaronder slaapzakken, werden verbrand. Ze waren één keer tot Slovenië doorgedrongen, maar de Sloveense politie had ze aan de Kroatische politie overgedragen, die hen weer had teruggestuurd naar Bosnië. ‘De Kroatische politie is heel slecht’, zeiden ze keer op keer.

De burgemeester van Bihać, Šuhret Fazlić, is ook ontevreden over de activiteiten van de Kroatische politie. Toen hij in januari in de buurt van Bihać aan het jagen was, kwam hij twee gewapende Kroatische politieagenten tegen. Ze begeleidden een groep van dertig tot veertig migranten. ‘Ze bevonden zich op zo’n vijfhonderd meter van de Kroatische grens, op Bosnisch grondgebied. Ik stelde me aan de agenten voor en zei tegen ze dat ze zich op Bosnisch grondgebied bevonden en dat wat ze deden illegaal was. Ze haalden hun schouders op en zeiden dat ze orders hadden gekregen.’ De Kroatische minister van Binnenlandse Zaken Božinović deed de uitspraken van de burgemeester af als ‘insinuaties’ en ‘valse beschuldigingen’.

Het lijkt erop dat minister Božinović zich veilig genoeg voelt om al het bewijsmateriaal te ontkennen. Betekent dit dat hij wordt gesteund door de EU om haar buitengrenzen te bewaken – zonder vragen te stellen en met gebruikmaking van alle noodzakelijke middelen? ‘De Europese Commissie heeft de afgelopen jaren ruim honderd miljoen euro aan Kroatië gegeven, waarvan een belangrijk deel bestemd was voor de grensbewaking en de financiering van de salarissen van politieagenten en grenswachten. Door de financiering ter beschikking te stellen zonder Kroatië verantwoordelijk te houden voor waarschijnlijke schendingen van de EU-wetten en door de Kroatische autoriteiten niet publiekelijk ter verantwoording te roepen voor hun behandeling van vluchtelingen en migranten, heeft de EU dit gedrag de facto goedgekeurd’, zegt Sesar.

Ondanks meerdere verzoeken heeft het Kroatische ministerie van Binnenlandse Zaken geen commentaar gegeven op de getuigenis van de politieagent.


Vertaling: Menno Grootveld