Hoofdcommentaar

Krokodillentranen

Elke doorgewinterde ouder kan het vertellen. Als in het gezin eenmaal democratisch is besloten naar het pretpark Eurodisney bij Parijs te gaan, kun je maar beter de knop in je hoofd omschakelen en je verzet tegen deze vorm van volksvermaak opgeven. Je vergalt ieders plezier als je met een chagrijnig gezicht langs de attracties blijft lopen. En je gelijk haal je er toch niet mee. De andere gezinsleden zullen juist jou een eventuele verknalde dag verwijten en niet het pretpark.

Die les lijkt nooit tot dit kabinet te zijn doorgedrongen, getuige de toenemende ergernis over het referendum over het Europese grondwettelijke verdrag die menig kabinetslid maar met moeite kan onderdrukken. Het kabinet heeft dit referendum opgedrongen gekregen door de Tweede Kamer en zit nu als een mokkende ouder in de enerverende Space Mountain, een attractie waar je alleen met een heel sterke maag niet kotsmisselijk uitstapt. Alles draait en tolt al, maar het kabinet roept steeds luider dat het eigenlijk niet in dit schuitje had willen zitten.

Zo liet minister Brinkhorst (D66) van Economische Zaken zijn chagrijn blijken met de opmerking dat de Europese grondwet eigenlijk te ingewikkeld is voor een simpel ja of nee. Althans voor een simpel ja of nee van het gewone volk, dat zich volgens hem niet of nauwelijks in de grondwet heeft verdiept. Want was er geen referendum geweest, dan hadden de vertegenwoor digers van dat volk, de kamerleden, ook alleen maar ja of nee mogen zeggen. Het enige verschil is dat zij ervoor betaald krijgen om zich in die grondwet te verdiepen. Het merendeel had dat overigens niet gedaan, maar zich laten adviseren door de fractiespecialist.

Onwil zich over te geven aan wat democratisch is besloten, bleek afgelopen weekeinde ook weer uit de woorden van minister Bot (CDA) van Buitenlandse Zaken. Kort gezegd komt het er wat hem betreft op neer dat de Tweede Kamer de puinhoop maar zelf moet opruimen als Nederland woensdag nee zegt tegen de Europese grondwet. De Tweede Kamer wilde dat referendum immers toch zo nodig? Alsof je de geïrriteerde vader op het dagje Eurodisney hoort. Hij wrijft het nog lekker even in wanneer het fout dreigt te gaan en maakt er meteen mee duidelijk dat hij er niet verantwoordelijk voor is.

En passant dreigde Bot ook weer eens dat heel Europa met de brokken zit als Nederland de grondwet wegstemt. Daarmee veegt de minister elk inhoudelijk argument tegen het vele pagina’s tellende verdrag bij voorbaat van tafel. Kritiek hebben op de stemverhoudingen in Europa of op de komst van een Europese minister van Buitenlandse Zaken: wat Bot betreft hoeft het niet, want het is ja of ja. Je bent bijna geneigd te zeggen dat hij aan die houding ook niks kan doen. Hij was als diplomaat immers niet anders gewend.

Zo gaat het altijd in «Europa», ook als alleen de volksvertegenwoordigers in het Nederlandse parlement mogen meepraten. Voordat een minister naar Brussel afreist zegt hij tegen de kamerleden dat hij met ongebonden handen wil gaan onderhandelen met zijn Europese vakgenoten. De geachte afgevaardigde moet toch snappen dat hij speelruimte nodig heeft om een goed onderhandelingsresultaat te bereiken. Is er in Brussel een akkoord bereikt, dan roept diezelfde minister naar diezelfde geachte afgevaardigde in Den Haag dat deze hem toch echt niet terug kan sturen omdat een moeizaam tot stand gebracht akkoord hem op één onderdeel niet zint. Het is dus ja of ja.

Ook het steeds terugkerende verwijt dat de nee-stemmers er van alles bij halen waar het bij het referendum formeel helemaal niet om draait, bewijst dat de campagne voor de grondwet bij de bewindslieden niet con amore gaat. Veel kiezers weten heel goed dat ze niet stemmen over de toetreding van Turkije tot de Europese Unie. Net zo goed als ze weten dat de euro niet meer teruggewis seld kan worden naar de gulden. Dat zijn niettemin twee stappen die in de hele geschiedenis van de Europese Unie misschien maar klein zijn, maar die wel markeren dat er iets gebeurt dat groter is dan alleen maar de versoepeling van de handel tussen Europese landen. De grondwet mag voor insiders slechts één stapje verder zijn in het hele proces van eenwording, als je de kiezer voor het eerst écht vraagt na te denken over de Europese Unie, dan zal die niet alleen dat laatste stapje beoordelen, maar het geheel erbij halen, inclusief verleden en toekomst, teleurstellingen, angstdromen en onzekerheid.

Bovendien gaan kiezers niet vóór de grondwet stemmen als hen steeds verweten blijft worden dat ze op oneigenlijke gronden tegen stemmen. Integendeel, het sterkt hen juist in de gedachte dat er niet naar ze wordt geluisterd. En daar lijkt het bij het referendum voor velen om te gaan. Het nee als één grote schreeuw: Luister Naar Ons!

Maar als woensdagavond de stembussen sluiten en zich een daadwerkelijk nee zou aftekenen, dan geen krokodillentranen graag. Geen beloftes van politici dat ze voortaan beter naar de kiezer zullen luisteren, alstublieft. Ook geen smoesjes dat de boodschap alleen maar beter gecommuniceerd had moeten worden. Dat is allemaal al te vaak gebeurd. Bij elke stembusuitslag die onwelgevallig is – niet pas sinds de komst van Pim Fortuyn in 2002 maar al ver daarvoor – beloven politici dat ze meer de wijk in zullen gaan.

Voor het kabinet geldt een variant op een uitspraak van Wim de Bie: je moet niet aan de kiezer vragen wat hij ervan vindt als je zijn antwoord niet wilt horen. De schuld daarvoor bij het parlement leggen is zwak. En ondemocratisch.