De plannen van Sharon voor de Israëlische nederzettingen

Kroniek van een aangekondigde kabinetscrisis

Op 2 mei valt het Israëlische kabinet. Over de nederzettingenpolitiek van premier Sharon. Heeft Sharon zijn eigen politieke vonnis getekend of komt hij juist steviger in het zadel?

Premier Ariel Sharon heeft een nieuw plan met de nederzettingen. Alle troepen en kolonisten zullen zich eenzijdig terugtrekken uit de Gazastrook. Van Palestijnse zijde hoeft daar niets tegenover te staan. De nederzettingen in Gaza wil Sharon overdragen aan de Wereldbank, die vervolgens zal bekijken hoe ze de Palestijnen ten goede kunnen komen. Op de Westelijke Jordaanoever daarentegen zullen zes grote nederzettingen in handen van kolonisten blijven. Voor altijd. Daarbuiten dient alles overgedragen te worden aan de Palestijnse Autoriteit.

Het plan is geen onderdeel van de «Routekaart», maar een eigen initiatief van Sharon. President Bush heeft de Israëlische premier vorige week gesteund, omdat het voornemen van Sharon naar de letter niet in strijd is met de Routekaart die onder auspiciën van de grote mogendheden zou moeten worden gevolgd.

Wat geeft Sharon op en wat niet? Verspreid binnen het gebied van de Palestijnse Autori teit bevinden zich 144 nederzettingen, variërend van legerposten tot volwaardige dorpjes. Over de functie van die nederzettingen bestaat verdeeldheid. Nissan Slomiansky van kolonistenpartij Mafdal (Nationale Religieuze Partij, NRP): «Nederzettingen hebben geen enkel economisch belang. Maar een strategisch belang hebben ze wel degelijk. Voor 1967 waren de stadjes Rosh Ain en Petach Tikva broeinesten van terroristen. Nu hebben we daar niets meer van te duchten. De nederzettingen zijn min of meer te vergelijken met legerkampementen.» De socialist Amram Mitzna, die met zijn Arbeiderspartij gran dioos het onderspit dolf in de laatste verkiezingen, ziet zelfs dat heil niet in de nederzettingen: «Noch uit economisch oogpunt, noch uit het oogpunt van veiligheid hebben de nederzettingen enig nut. Ook niet op de Westoever. Israël kan daar vanaf de West oever bij een eventuele aanval inderdaad makkelijk in tweeën gesplitst worden, maar geen nederzetting zal Israël daar tegen verdedigen.»

De conservatieve Likoed van Sharon heeft niettemin altijd vastgehouden aan de nederzettingen en is daarvoor tot nu toe beloond. Bij de verkiezingen van 28 januari 2003 werd Sharon, als eerste minister-president sinds Menachem Begin in 1981, herkozen voor een tweede termijn. De Arbeiderspartij van Mitzna duikelde toen naar negentien van de 120 zetels in de Knesset, een historisch dieptepunt. Omdat ook de radicaal linkse Meretz-partij werd gedecimeerd, leek links in Israël definitief verslagen. Likoed vormt sindsdien een kabinet met twee religieuze splinter partijen en de liberale, fel antireligieuze Shinui. In het regeerakkoord werd onder meer overeengekomen dat de joodse nederzettingen uitgebreid mochten worden «om tegemoet te komen aan de natuurlijke groei van de bevolking».

Ruim baan voor de nederzettingen, zou men zeggen. Toch handhaaft Sharon die politiek nu niet. Verwondering alom. Amram Mitzna desgevraagd tegen deze krant: «Het meest verbazingwekkend vond ik nog de uitspraak die Sharon enkele dagen geleden deed: ‹De nederzettingen zijn een hindernis op weg naar vrede.›» En regeringspartner Slomiansky: «Ik vraag me af of Sharon serieus is. Ik kan het haast niet geloven. Het is zo’n enorme ommezwaai.»

Het is inderdaad een flinke draai. Maar het is geen onbegrijpelijke stap. Israël heeft 4,7 miljoen kiezers en ruwweg tweehonderd duizend kolonisten. De nederzettingen vertegenwoordigen dus maximaal 4,5 procent van het electoraat. Uit een onderzoek van de Israëlische krant Yediot Ahronot bleek dat dertig procent van de kolonisten in 2003 gelijkelijk verdeeld op de traditionele kolonisten partijen (Nationale Unie en NRP, die beide in het kabinet-Sharon zitten) hebben gestemd. Likoed op haar beurt vertegenwoordigt 28,6 procent van de kolonisten. Een heldere meerderheid.

Het lijkt erop dat Likoed niet meer geïnteresseerd is in deze kruimels. Het gaat haar nu om de grote kluif. Sinds het immense succes bij de laatste verkiezingen weet de partij dat de stemmen van de kolonisten niet meer het verschil met de concurrentie uitmaken. In Israël stemt men sowieso wel op Likoed.

Waarschijnlijk heeft Sharon goed gekeken naar de Peace Index van de Universiteit van Tel Aviv, een indicator van het politieke klimaat in Israël. In januari is de laatste index over nederzettingen gepubliceerd: vijftig procent van de ondervraagden zegt bereid te zijn Gaza volledig op te geven, ook al staat daar niets tegenover. Dertig procent is voorstander van evacuatie in het kader van een vredesovereenkomst, veertien procent acht ontmanteling onbespreekbaar en zes procent heeft geen mening. Kort gezegd: tachtig procent van de Israëliërs hoeft de Gazastrook niet meer. Voor de Westoever ligt dat anders. Slechts 29 procent vindt unilaterale evacuatie de juiste tactiek. Een groter deel (37 procent) ziet meer in ontmanteling in het kader van een overeenkomst. Niets opgeven lijkt 27 procent het beste en zeven procent weet het niet. Enkele nuances zijn overigens gepast. De Gazastrook herbergt slechts 7500 kolonisten, tegen tweehonderdduizend op de Westelijke Jordaanoever. Sharon strijkt de Gaza-kolonisten tegen de haren in, maar hun 25 maal grotere broer juist niet.

Sommige nederzettingen op de Westoever bevinden zich aan de rand van Jeruzalem, andere zijn volledig geïsoleerd of afgelegen. Het publiek denkt dan ook niet hetzelfde over de «nabije» en de «verre» nederzettingen. De index voor de Westoever heeft met name betrekking op de dichtbij gelegen neder zettingen. De afgelegen posten mogen unilateraal worden opgegeven, aldus een aanzienlijk groter aantal Israëliërs (51 procent).

Daarmee is nog niet alles gezegd. Binnen Likoed stuitte de unilaterale ontmanteling op veel verzet. Gerenommeerde partijleden als Benjamin Netanyahu waren mordicus tegen de terugtrekking. Maar de kritiek is intussen enigszins verstomd. Een voorname reden daarvoor is Sharons bezoek aan Washington, waar de premier de steun van Bush kreeg. Die visite was getimed. Op 2 mei wordt er een referendum gehouden onder alle Likoed-leden. Dankzij Bush heeft Sharon daarvan nu minder te vrezen. Sinds het bezoek aan de VS zijn negen van de Likoed-ministers vóór het plan en slechts vijf tegen. Nog belangrijker is dat ook Netanyahu nu tot voorstander is bekeerd. Vorige week hield de Israëlische legerradio een opiniepeiling: 57 procent van de Likoed-stemmers is voor en slechts 25 procent tegen.

Sindsdien staan de kolonistenpartijen voor het blok. Van de oppositie heeft Sharon geen tegenstand te duchten. Daags voor het bezoek aan de VS zei Amram Mitzna tegen ons dat de uitkomst van de besprekingen hem niet uitmaakt en dat ook het referendum hem koud zal laten: «Bush zal zich een acrobaat met woorden tonen. Sharon en zijn staf zullen aan de hand van zijn uitspraken kunnen zeggen: kijk, Bush zegt het, het is een goed plan, dit moeten we doen. Maar wat Bush eigenlijk ook zegt, het is van generlei waarde voor de binnenlandse verhoudingen in Israël.»

Mitzna bedoelde dat de steun van Bush niet expliciet genoeg zou zijn, maar in een grijs gebied zou blijven. De uitspraken van Bush zijn noch een openlijke garantie voor het voortbestaan van nederzettingen op de Westoever noch het omgekeerde. De Routekaart gaat er namelijk van uit dat over de uiteindelijke grenzen in de laatste fase van het vredesproces onderhandeld moet worden. Bush verklaarde alleen dat het «niet realis tisch is te verwachten dat die grenzen gelijk zullen zijn aan die van 1949». Dat is geen standpunt maar een prognose. Inderdaad: woordacrobatiek.

«De Arbeiderspartij is tegen unilaterale ontmanteling», aldus Mitzna. «Op zich ben ik tegen de plannen van Sharon. Simpelweg omdat het geen plannen zijn. Er zit geen idee achter. Maar we hebben al toegezegd dat we in de Knesset vóór de plannen zullen stemmen. Als een soort safety-net. Want het is toch een grote omwenteling. Het is een enorme revolutie als de Likoed-partij met Sharon aan het roer nederzettingen wil ontmantelen. Daar moet je vóór stemmen. Overigens is het überhaupt al een succes dat Sharon de uitspraken heeft gedaan die hij de afgelopen dagen deed.» Mocht het Sharon toch niet lukken zijn plan door het referendum te loodsen, dan zal de Arbeiderspartij hem dus te hulp schieten.

Maar zonder gevolgen in Israël zal deze reddingsactie van de Arbeiderspartij niet blijven. Slomiansky van de NRP windt er desgevraagd geen doekjes om: «Als het plan wordt doorgezet, stapt de NRP absoluut uit de regering. De vraag is alleen: wanneer? Sommigen zeggen dat we er nu al uit moeten stappen, anderen als ze beginnen met de feitelijke evacuatie.»

De procentjes van het electoraat die Likoed niet meer de moeite waard achten zijn juist de strohalmen waar de NRP en de Nationale Unie zich aan vastklampen. Samen zijn de partijen goed voor dertien zetels. Mochten de kolonisten het gevoel krijgen dat ze hun heil beter elders kunnen zoeken, dan zou het aantal zetels worden teruggebracht tot acht of minder. Een zware slag en misschien zelfs de genadeklap voor één van beide partijen. Maar als de NRP en de Nationale Unie nu al uit de regering stappen, zetten ze de deur open voor het kabinet van nationale eenheid waarvan Sharon opnieuw droomt: een regering van Likoed, Arbeiderspartij en, indien nodig, Shinui.

Dat kan alleen als de Arbeiderspartij daarin zitting zou willen nemen. En dat is volgens Mitzna geen uitgemaakte zaak: «De Arbeiderspartij is nu verdeeld: moeten we deel gaan nemen aan de regering als de radicaal rechtse partijen eruit stappen? Als de corruptiezaak tegen Sharon níet meer zou lopen, is zo’n 65 procent van de partij vóór een eenheidskabinet met Likoed en 35 procent tegen.»

Mitzna zelf is hoe dan ook tegen een ondergeschikte rol voor zijn partij onder premier Sharon: «Ík wil onder geen beding deelnemen aan een eenheidskabinet met Sharon. Het is tijd dat Sharon de politieke arena verlaat. Sharon denkt de koning te kunnen behouden door de koningin op te offeren. Door Gaza te evacueren, zodat hij de grote nederzettingen op de Westoever kan houden. Hij probeert van Amerika toezeggingen te krijgen die we al van de Palestijnen hebben gekregen in het Akkoord van Genève. Hebron is een goed voorbeeld. Er wonen tachtig joodse families te midden van 140 Palestijnse. Niemand denkt dat Hebron in de toekomst van Israël zal zijn. Het is naïef om dat te denken. Toch heeft Sharon niet lang geleden nog gezegd: ‹Hebron zal voor altijd deel uitmaken van Israël.› Nogmaals: er zit geen enkele visie achter deze terugtrekking.»

Voor Mitzna is de discussie daarmee wel ten einde. «Goed, dan ga ik nu mijn mobiele telefoon eenzijdig ontmantelen.»