Bodo Kirchhoff, Tegen de looprichting. Uit het Duits vertaald door Annemiek Munsterman, uitgeverij Meulenhoff, 95 blz, f29,90
Waar zou God zich schuil kunnen houden? ‘Ik denk dat hij zich verbergt in mysteries als het getal pi, een paar miljoen cijfers achter de komma begint zijn thuis, daar heeft hij dat allemaal uitgeknobbeld.’ Zo filosofeert tijdens het eten de succesloze schrijver Roth net voor de ex-tennisser Jonas hem op een cafeterras de keel opensnijdt. Jonas is nog maar een paar uur uit de gevangenis ontslagen. Drie jaar zat hij vast omdat hij de minnaar van zijn ex- vriendin op precies dezelfde plaats met een steakmes had doodgestoken.

In het genre van het morbide verhaal, dat we van hem gewoon zijn sedert het verschijnen van Verre vrouwen, toont de Duitse schrijver Bodo Kirchhoff zich nog altijd het sterkst. Tegen de looprichting is zo'n novelle. De ex-gedetineerde Jonas, een tennisspeler die de top had kunnen bereiken indien hij dat had gewild, is seksueel uitgehongerd wanneer hij plaatsneemt op het cafeterras aan de Opernplatz. Hij raakt in gesprek met een zekere Christine, op wie al zijn begeerte zich richt. ‘En zo behoedzaam alsof de stoel onder zijn verlangens zou kunnen doorzakken, gaat hij naast haar zitten.’ Aan haar, die voogdijrapporten schrijft en gewend is met gedeformeerde mensen te praten, vertelt hij openlijk hoe hij haast terloops een moordenaar is geworden en hoe hij in de gevangenis seksueel aan zijn gerief kwam door gebruik te maken van de varkenskleurige rubberen vagina’s die er circuleerden.
Nadat Christine aan de telefoon in het souterrain vernomen heeft dat haar gehate tante is overleden (ze huilt van pure opluchting) neemt ze Jonas mee in het herentoilet. Maar in die be nepen ruimte waar twee hokjes verder een man zijn behoefte doet ('De man veegt zich af, hij gebruikt veel papier, louter losse velletjes, als een vrouw’), wordt de paring verhinderd door een te snelle ejaculatie. 'In een mum van tijd is alles voorbij, en Christine knikt alsof ze niets meer verwacht heeft…’
De vraag of het gebeuren zich 'werkelijk’ afspeelt of alleen maar de beschrijving is van een dwangneurose en haar gevolgen, is van geen belang. Het is wel boeiend te zien hoe de schrijver een man opvoert die kennelijk tot de categorie van de verliezers wil behoren, ook in de sport waarin hij zou kunnen uitblinken: 'Van tenissers, zegt Jonas, kun je drie dingen leren: kunnen vergeten, kunnen slapen, inzet. Ik vergat niets, ik sliep slecht, ik was lui.’ Feitelijk wil Jonas niet eens doden, maar hij beschikt gewoon niet over andere middelen om een tegenstander het zwijgen op te leggen. Ook zijn dodelijke uithalen worden beschreven in termen uit het tennisjargon.
Deze knap geschreven novelle geeft niet al haar geheimen prijs. Ze verbeeldt een wereld waarin nagenoeg iedereen het slachtoffer is van een amper onder controle gehouden kronkel die snel in krankzinnigheid kan ontaarden. Alleen die controle - maar voor hoe lang? - onderscheidt de personages van Jonas, bij wie werkelijk alle stoppen zijn doorgeslagen. Zijn ongeremdheid keert zich tegen hem. In het junkiepark prikt Jonas zich vrijwillig met een vuile spuit: 'Niets wil hij meer, alleen dat bloed, alleen die schande, tot het eind.’