Toneel

Kroon als bivakmuts

Toneel: Shakespeares Henry IV in Diever

Op zijn sterfbed heeft koning Henry IV nog wel een paar levenslessen voor de zoon die straks zijn opvolger zal zijn. ‘Op mijn hoofd zag men een sieraad dat gestolen was. Als ik die kroon op mijn hoofd zette dan zagen mijn tegenstanders een bivakmuts. Ik was van plan om die mannen in het Heilig Land te laten vechten. Dat is minder gevaarlijk dan dat ze hier niets zitten te doen. Want dan houden ze je constant in de gaten. Je kunt het best de massa afleiden met een oorlog in het buitenland.’ Het duizendkoppig publiek in het Openluchttheater van Diever grijnst hoorbaar. Aha! Daar ging het William Shakespeare om! Of zijn vertaler/bewerker/regisseur anno 2006: Jack Nieborg. Hier wordt een potje hogeschoolstratego gespeeld teneinde de massa haar grote mond te snoeren. God zegene de dode koning van de burgeroorlog! Het Volk zegene de nieuwe koning tegen het internationaal tribalisme! Het is (wás moet ik schrijven, de voorstellingenreeks loopt op haar eind) een mooie zet om in het jubileumjaar van de Shakespeare-spelen in het Drentse dorp Diever de beide delen van het koningsdrama Henry IV op te voeren. Die zes uur toneel gaan over oorlog én over onverschilligheid tegenover oorlog. Politici strijden met kroegtijgers. Verheven doelen knokken met de waan van de dag. Verlopen idealisten zetten hun hakken in het zand tegenover opportunistische Pietjes Paardenlul die oprijzen uit het moerasgas van het Gesundes Volksempfinden. Het stuk, geschreven aan het eind van de zestiende eeuw, is een verontrustende schreeuw in een mistbank van politieke en egoïstische duisternis. Niemand meent hier wat hij of zij zegt. Wordt er gesproken over ‘respect’ of over ‘waarden & normen’ – dan is de toeschouwer meteen gewaarschuwd. Daarover gaat het hier dus niet.

Het openluchttheater in het Shakespeare-dorp Diever is in dit jubeljaar (de spelen bestaan zestig jaar) nog nooit zo imposant verbouwd als nu: een houten vesting die tot ver in de publiekstribune reikt. De voorstelling beslaat twee overvolle avonden. Behalve door regen werd het jubileum door een andere tegenslag getroffen: de titelrolvertolker – grand old Diever-veteraan Rob Jongepier moest in de tweede serie voorstellingen wegens ernstige ziekte worden vervangen. Ook hier geldt wat in Shakespeares theater gold: de show moet dóór! De Drentse toneelfamilie bleek danig in de war toen ik er was, er ging van alles mis in Henry IV deel I, de stand-in hield zich met het script in de hand kranig staande. Op zulke avonden laat dit toneelspelerscollectief zien dat het alle denkbare tegenslagen aankan. De invallende Koning (Dick van Veen, plaatselijk predikant) oogstte zelfs met het script in de hand middels mooie oneliners drie open doekjes op rij. Dank opnieuw aan de prachtige vertaling van Jack Nieborg.

Die, als gezegd, ook de regisseur is. Hij heeft als geen ander de slimheid van Shakespeare in dit megatoneel begrepen: de vertoning van een onophoudelijke burgeroorlog, gespiegeld in het glaswerk van kroegen en in de nepwijsheden van deliriale dronkenschappen. Dit loodzware en eindeloos lange toneelwerk dankt zijn faam aan de eerste grote clownsrol die Shakespeare schreef: Sir John Falstaff, de verlopen ridder die zo dik is dat hij zijn schoenen niet meer kan zien, laat staan dat hij zijn veters kan strikken. Diever-veteraan Wim Smits maakt van dit personage een prachtig nummer. Nooit voor één gat te vangen, altijd een verklaring klaar – hoe ongerijmd ook. Laf, bezopen, allemansvriend, levenskunstenaar, Bourgondiër par excellence. En eersteklas opvoeder van kroonprins Hal, hier consequent aangesproken als ‘Pielemans’. Maar die kroonprins heeft ons al in de tweede scène van dit zes uur durende stuk ingelicht over waar het spel gaat eindigen: ‘Ik heb dat schorem wel door en ik zal een tijdje meespelen met hun valse streken. (…) Zoals een blinkend zwaard schittert op donker fluweel, zo zal mijn terugkeer nog schitterender zijn, en ik zal ze voor eens en voor altijd duidelijk maken wat het verschil is tussen goed en kwaad. Wacht maar, mijn tijd komt nog wel, wanneer men dat ‘t minst van mij verwacht.’ Zo eindigt Henry IV in een fraaie anticlimax. Op naar de volgende editie van Diever. As You Like It, 2007!

Nog tot en met 9 september.

www.shakespearediever.nl