Kroon op onze eigen schepping

Frank J. Tipler, De fysica van de onsterfelijkheid: Moderne kosmologie, God en de wederopstanding. Vertaald door Jack Verheydt, uitgeverij Anthos, 580 blz., f59,50
KUNNEN WE onsterfelijk worden? Ja. Hebben we daar God voor nodig? Nee. Sterker: als we eenmaal onsterfelijk zijn, kennen we God en zijn we derhalve zelf God. Voor de goede orde: het gaat niet om iets bovennatuurlijks - onze onsterfelijkheid ligt besloten in de Omega-punt, meer in het algemeen: in de reguliere fysica. Dat is de mening van Frank Tipler, schrijver van De fysica van de onsterfelijkheid.

Tipler is een gerenommeerd wis- en natuurkundige. Hij studeerde aan het befaamde MIT en is gespecialiseerd in Einsteins Algemene Relativiteitstheorie. Hij deed onderzoek aan het Max Planck Instituut en publiceerde in bladen als Nature en Journal of Mathematical Physics. Tipler appelleert met zijn onsterfelijkheidstheorie dan ook niet aan geloof, maar alleen aan de tastbare resultaten van de moderne natuurkunde. Dat hij desondanks met het godsbegrip in de weer is, lijkt voornamelijk voort te komen uit zijn afkeer van de theologie die God als iets ‘Volkomen Anders’ ziet. 'Een afschuwelijke vergissing’, meent Tipler, omdat dit leidt tot het dualistische denkbeeld van een boosaardige God die de stoffelijke wereld heeft geschapen. Ook blijven theologen vasthouden aan het idee dat de 'ultieme werkelijkheid’ oneindig is, terwijl de natuurkunde slechts het eindige zou beschrijven. Nee, zegt Tipler, de natuurkunde is niet langer tot het eindige beperkt. Technische vorderingen hebben fysici nu juist genoodzaakt zich met oneindige te gaan bezighouden. Volgens Tipler begrijpt het merendeel van de theologen er niets van. God is simpelweg een deel van de natuurkunde, dus moet Hij te vinden zijn. Aldus de religieuze atheist Tipler, die de Hemel even reeel noemt als een elektron.
HOE STELT Tipler zich die onsterfelijkheid/wederopstanding voor? Om te beginnen dienen we ergens de komende 750 miljoen jaar de aarde te verlaten. Het volume van koolzuurgas zal namelijk na het verstrijken van die periode tot het kritieke punt zijn gedaald dat noodzakelijk is voor fotosynthese. Om de aarde te verlaten, hebben we natuurlijk geavanceerde technologie nodig. Nu is het punt dat het ons daarvoor ontbreekt aan voldoende computertechnologie. Omdat de sterren lichtjaren van elkaar verwijderd zijn, moeten interstellaire ruimtevaartuigen namelijk volkomen zelfstandig kunnen functioneren. Onze nog te fabriceren robotsonde beschikt derhalve over menselijke intelligentie en een enorme geheugencapaciteit. Een voordeel is bijvoorbeeld dat een dergelijk sonde in staat zou zijn het leven in andere zonnestelsels uit te zaaien, omdat hij de codes voor DNA-ketens van zowel mensen als andere aardse levens vormen in zijn geheugen heeft opgeslagen, informatie die gebruikt kan worden om in andere zonnestelsels levende cellen van deze levensvormen te creeren.
De kwestie is nu: hoe maak je een werkelijk intelligente computer. Tipler onderkent dit obstakel, maar in een ingenieus betoog draagt hij er 'overstelpende bewijzen’ voor aan dat we over een jaar of dertig in staat zullen zijn een machine te vervaardigen die zelfs intelligenter is dan de mens.
Het volgende probleem is de robotsonde voor de interstellaire kolonisatie. Om de kosten laag te houden, moeten we gebruik maken van materialen die aanwezig zijn in andere zonnestelsels. Uitgaand van de inmiddels beschikbare computertechnologie kan dit geen punt zijn. De veronderstelde sonde is namelijk ook een vermenigvuldigende universele constructor, een allesvervaardiger, en hij is in staat een kopie van zichzelf te maken; het is een Von Neumann-sonde die de opdracht krijgt naar materialen te zoeken waarmee hij kopieen van zichzelf kan maken.
Nog meer kosten kunnen worden bespaard door de sonde niet vol te stouwen met mensen en ander aards leven, maar door te volstaan met gesynthetiseerde cellen. Volgens Tipler een peuleschil als we bedenken dat het menselijk-genoomproject al een belangrijke stap is in de richting van het synthetiseren van een bevruchte eicel. In combinatie met een kunstmatige baarmoeder kunnen we negen maanden later ergens in de omgeving van het eerste reisdoel, de ster Proxima Centauri, de eerste menselijke bewoners zien. Opvoeding van de pasgeborenen geschiedt door robots. Als de kinderen volwassen zijn, kunnen ze weer overgaan op normale voortplanting. Op het moment dat er een levensvatbare kolonie ontstaat, kloont de Von Neumann-sonde zich tweemaal en vuurt deze klonen af naar de twee dichtstbijzijnde sterren. Dit proces herhaalt zich, totdat alle zonnestelsels van de Melkweg een sonde bevatten. En dat alles voor de prijs van een sonde!
ZAL HET HEELAL uiteindelijk bezwijken onder haar eigen zwaartekracht, met als gevolg dat alle materie wordt samengebald tot een punt met een oneindige dichtheid en een oneindig hoge temperatuur die alle leven vernietigen - zoals verondersteld in de Tweede Hoofdwet van de thermodynamica (die overigens recentelijk onder vuur is komen te liggen)? In eerste instantie is het verrassend dat ook Tipler uitgaat van de Tweede Hoofdwet; de fysica van de Omega-punt is er zelfs op gebaseerd. Het sleutelwoord om toch aan de warmtedood te kunnen ontsnappen, luidt: vooruitgang. Onbeperkte technologische vooruitgang, zoals verwoord door de marxist en geneticus J. B. S. Haldane en de marxist en kristallograaf J. D. Bernal. Deze laatste heeft Tipler zelfs geinspireerd zijn Omega- punttheorie te ontwikkelen.
Welnu, deze onbegrensde technologische vooruitgang zal ons, als het in verband met de Tweede Hoofdwet linke soep wordt, de mogelijkheid bieden de virtuele ruimte of cyberspace te betreden. We zullen ons eenvoudigweg met inbegrip van de ons omringende omgeving overzetten op computers; deze machines zijn dan bovendien zo ver ontwikkeld dat ze vrij hittebestendig zijn. Vanzelfsprekend redden ook deze computers het op den duur niet. Dus moet hun inhoud weer op iets anders worden overgezet: op het alom in de kosmos aanwezige Higgs-veld, bestaande uit Higgs-deeltjes (waarvan het bestaan overigens nog moet worden aangetoond), die zich uitstekend lenen voor informatie-opslag.
Het heelal bestaat nu uit een fluide superbrein/computer: de Omega-punt, 'alomtegenwoordig, alvermogend en alwetend’, omdat met het bereiken van de 'eindtoestand’ de opgeslagen informatie en de beheersing over alle materie en energiebronnen bij de Omega-punt totaal en oneindig wordt. De Omega-punt weet daardoor alles wat maar over de materiele kosmos te weten valt, inclusief 'zichzelf’.
Rest nog slechts de wederopstanding van de doden en het ontsnappen aan de warmtedood. Het tot leven wekken van de doden geschiedt op het moment van nagenoeg oneindige computerkracht, en wel door de emulatie van alle mogelijke levende varianten van onze wereld. Om ons even tot onze eigen soort te beperken: uitgaande van 110.000 actieve genen per individu kan het menselijk genoom tien tot de macht miljoen genetisch verschillende individuen coderen. De Omega-punt zal dus door evenzovele mensen worden 'bewoond’, al zullen de meeste van hen waarschijnlijk nooit eerder geleefd hebben. Het zijn immers mensen die geleefd zouden kunnen hebben. Het gaat dus meer om de wederopstanding van het leven als zodanig, de mensheid als geheel, dan om Marietje van driehoog achter.
Dan nog even die Totale Collaps. Wees niet bevreesd. We zullen gedurende het laatste moment voor de Grote Implosie het gevoel hebben in een eeuwig nu te leven. Het gaat hierbij om het verschil tussen het fysische begrip 'eigentijd’ en de menselijke beleving van tijd: de subjectieve tijd. Gesloten universa eindigen in een eindsingulariteit van oneindige dichtheid en een oneindig hoge temperatuur. Onder invloed van 'ruimtelijke vervorming’ ontstaan er temperatuursverschillen die voldoende vrije energie kunnen opleveren voor een oneindige hoeveelheid informatieverwerking, ook al is er in een gesloten universum slechts een eindige hoeveelheid eigentijd tussen nu en de eindtijd. Nu zal volgens Tipler een levend wezen dat oneindige informatie kan verwerken en dus oneindig veel gedachten kan produceren, het gevoel hebben eeuwig te leven.
Laatste, maar niet onbelangrijkste punt: hoe ziet die Hemel er uit? Die ziet er uit zoals Wij het willen! Immers, ook de emulatietechniek is oneindig. Dit betekent dat een emulatie dingen kan gaan denken die het lang geleden gestorven origineel nooit heeft gedacht. Hetzelfde geldt voor de omgeving. Die kan zijn: de oorspronkelijke omgeving, een wereld die nooit heeft bestaan, zelfs nooit had kunnen bestaan, maar ook kan het de ideale fantasiewereld zijn. Bovendien kunnen allerlei combinaties van herrezen doden met elkaar in wisselwerking treden. Het spreekt dat onze scheppende God op dat moment allang van het toneel is verdwenen. De Omega-punt heeft definitief Zijn plaats ingenomen.
HET IS TE krankzinnig voor woorden, en toch fascineert het. Die ijzeren logica, dat tot in het absurde doorgevoerde reductionisme en dat onwrikbare geloof in vooruitgang. Maar ook die merkwaardige mengelmoes van atheisme en religie. In dit verband is het niet helemaal toevallig dat Tiplers inspiratiebronnen wetenschappers zijn die tevens overtuigd marxist waren. Daarnaast onderstreept Tipler de idee van de neodarwinist Richard Dawkins, die stelt dat de mens tegen zijn genen in opstand kan komen en zijn evolutie in eigen hand nemen. Maar doordat Tipler zo hardnekkig aan het Godsbegrip vasthoudt, krijgt zijn verhandeling toch ook een beetje het karakter van lotsbestemming in de creationistische betekenis: de mens als de kroon op zijn eigen schepping.