Kroonprins johan

Johan Stekelenburg, nu nog burgervader van Tilburg, wordt( ongetwijfeld de verlosser van de PvdA. Als opvolger van Kok zal hij de partij bevrijden van het imago van machtbeluste bestuurdersclub. ‘De Stekel’ is immers een ‘working class hero’ bij uitstek, het vleesgeworden socialistische sentiment in een eigentijds jasje.

HET RAMPENPLAN ligt klaar. Het beslaat slechts één velletje met daarop maar één naam: Johan Stekelenburg. Maar niemand weet wanneer het uit de kast moet komen. Een paar keer al stonden verlichte geesten met het velletje op het Binnenhof te wapperen. Toen Kok wellicht als voorzitter naar Europa zou gaan en zijn ploeg in de steek zou laten en toen Wiegel in zijn nacht de paarse droom aan diggelen leek te slaan. Al heeft het kabinet deze stormen doorstaan, het plan is nog altijd uiterst actueel. Kok II heeft de Bijlmerenquête, de varkens en het gemarchandeer van PvdA-potentaat Peper inzake de Utrechtse burgemeesterbenoeming overleefd. Maar vroeg of laat zullen de olifanten van de PvdA en VVD merken dat de muis die lekker mee mag stampen niet tevreden te stellen is, vroeg of laat zullen de olifanten eerst de muis D66 en daarna elkaar vermorzelen. De leider van de moeizaam voortmarcherende kudde vertoont inmiddels ernstige slijtageverschijnselen. Vorige week nog verscheen HP/De Tijd met op de cover het droeve, vermoeide gelaat van de premier. ‘Meester Wim ziet het niet meer zitten’, kopte diezelfde week Het Parool. Kok zou volgens een bericht in deze krant grote apathie uitstralen. Hij zou, aldus VVD-vice-premier Jorritsma, spijt hebben van zijn toezegging aan Bolkestein hem kandidaat te stellen voor de Europese Commissie, omdat Kok inmiddels zelf voor het baantje voelt. Kok, zegt men ook binnen D66, is 'uitgeregeerd’. 'Kok is op.’ Vandaar dat het rampenplan niet onder in een bureaula ligt, maar boven op de stapel papieren van vooruitziende partijgenoten. Het velletje betreft de opvolging van de premier en partijleider. De PvdA heeft daarvoor maar één reële optie: het Kok-model, oftewel de lange weg van vakbondsjongen tot partijleider tot premier. Het is een beproefd droomscenario dat op het lijf geschreven was van de huidige minister-president, onder wiens leiding de PvdA de grootste partij van het land is geworden. Bovendien maakte het in een klap een einde aan de naargeestige en decennia durende strijd tussen de mandarijnen die zichzelf zagen als de opvolger van Den Uyl. Momenteel is het scenario echter nog een beetje een noodgreep. De vraag is namelijk of de kandidaat er al helemaal klaar voor is. Ook is niet duidelijk of de handen van alle partijbonzen al voor hem op elkaar gaan. Maar dat Johan Stekelenburg het moet worden, daarover kan nauwelijks twijfel bestaan. Wie anders moet de partij van de machtsbeluste carrièremakers weer een menselijk gezicht geven? Wie anders moet de brug slaan naar al die kiezers van de oude stempel die Kok zo waarderen om de wijze waarop hij, zoals Kees Fens terecht eens schreef, het woord 'portemonnaie’ weet uit te spreken - namelijk zo dat je steeds een verouderd stukje leer voor je ziet met daarin de laatste centen van de minima. Klaas de Vries, die als minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vooral uitblinkt in afwachten, is geen serieuze kandidaat voor de eerste plaats in de partij en het landsbestuur. Staatssecretaris Job Cohen is dat evenmin. Beide zeer bestuurlijk ingestelde PvdA-bewindslieden zullen bij de kiezers het electoraal onfortuinlijke Heerma-effect teweegbrengen en vallen alleen al om die reden af. Fractievoorzitter Ad Melkert maakt helemaal geen kans. Hij is te veel een ruziemaker om premier te zijn, toont zich te veel de slippendrager van Wim Kok (bijvoorbeeld in het debat over de Bijlmerenquête) en verdeelt mensen in plaats van ze te verenigen. Blijft over: Johan Stekelenburg, burgervader van Tilburg, senator voor de PvdA en voorheen achtereenvolgens voorzitter van de FNV, en bestuurder en medewerker van de bond. WAT PLEIT ER eigenlijk voor Stekelenburg, behalve het gebrek aan kandidaat-opvolgers binnen de PvdA? Veel, heel veel. Stekelenburg heeft wat de anderen missen. Hij is een man van en vóór allen. Waar hij een langere tijd verblijft, krijgt hij meteen een koosnaam. En dat is hoogst uitzonderlijk in de Nederlandse openbare politieke arena. Een dergelijke frivole behandeling van een politiek publiek persoon geeft eigenlijk geen pas, is de algemene opvatting in onze tochtige moerasdelta. Dat is meer iets voor onze voormalige rijksgenoten, die het hebben over 'Bouta’ als ze Bouterse bedoelen. Maar goed, Stekelenburg krijgt het moeiteloos voor elkaar. Bij de bond stond hij bekend als 'De Stekel’, in Tilburg noemen ze hem liefdevol 'De Steek’ of 'mooie Johan’ en straks, eenmaal premier, zal hij ongetwijfeld weer een nickname krijgen. Stekelenburg maakt bij bijna iedereen warme gevoelens los. En daarvoor is maar één verklaring: Johan is een working class hero, hij is de laatste algemeen bekende en beminde volksjongen en volksheld binnen de sociaal-democratie. Het proletariaat houdt van Stekelenburg omdat hij 'zo gewoon’ is, zo eerlijk en oprecht belangstellend. Wie over hem praat op het hoofdkantoor van de bond in Amsterdam kan uren achtereen anekdoten optekenen over zijn eenvoud. In het ene verhaal komt hij de kamer van de medewerkster Druk en Papier binnenlopen, neemt onverwacht een telefoontje aan dat niet voor hem bestemd is en vraagt hoe het de persoon aan de andere kant van de lijn vergaat. In het andere verhaal komt hij zomaar binnenvallen om 'even met je te praten’. Talloos zijn de plaatjes van Stekelenburg als biertapper, als serveerder van toastjes en als medewerker die aan de lopende band saté aan stokjes rijgt. Iedere bouwvakker kan zich in 'De Steek’ net zo makkelijk herkennen als in Koos Alberts of in René Froger. Bovendien: een man die zo over zijn moeder praat als Stekelenburg moet wel deugen. In talloze interviews vertelt hij vol eerbied over zijn moeder, die met de leesportefeuille langs de deuren ging zodat Johan kon studeren. Hij noemt haar 'zijn linkse geweten’, bij wie hij eerst even is binnengewipt alvorens de burgemeesterspost in Tilburg te aanvaarden. Pas toen hij wist dat zij het niet erg vond als hij de bond zou verlaten, kon hij met een gerust hart het elitebaantje aannemen. WAT STEKELENBURG ook mee heeft, is zijn afkomst. Hij komt, net als veel van zijn potentiële kiezers, uit een echt arbeidersgezin. Samen met zijn tweelingbroer Jan (bekend van Studio Sport) is hij de jongste van negen kinderen. Stekelenburg heeft vooral warme herinneringen aan zijn jeugd. Ze woonden in een bovenhuis met drie slaapkamers: 'met zijn tweeën in één bed en met zijn vijven op één kamer’, liet hij Het Parool weten. Kortom: eerlijke armoede. Het was overigens niet zomaar een gezin waarin Stekelenburg werd grootgebracht, het was een godsvruchtige en hard werkende familie. Hun godsdienstige voorkeur was wel een beetje raar - een vooruitstrevend huiskamerkerkgenootschap rond dominee Buskes en Geelkerken, afgescheiden van de Gereformeerde Kerk - maar het waren goed-christelijke mensen. Wat ook tot de verbeelding van de werkende klasse zal spreken is het karakter van Stekelenburgs vader. Hij was, zoals dat heet, een jongen van de gestampte pot: een door en door eerlijk type dat nog geen dubbeltje van de steun wilde aannemen, omwalser bij de metaalfabriek Demka in Utrecht, en bovendien vakbondsman in hart en nieren. 'De Steek’ dankt zijn populariteit ook aan zijn vele televisieoptredens. Zo heeft hij zich onsterfelijk gemaakt voor de Varatelevisie met zijn carnavalsplaatje 'Hé hé Heleen’, over zijn tweede vrouw, die hij op de gang van een districtskantoor in Arnhem heeft leren kennen, nu alweer 25 jaar geleden. Wat hem ook tot vriend van de arbeidersklasse maakt, is zijn gewone smaak. De tuin van zijn vorige huis schijnt vol te hebben gestaan met tuinkabouters. Of dat nu allemaal politiek enig gewicht in de schaal legt? Jazeker! Doorslaggevend is uiteindelijk het beeld dat Stekelenburg achterlaat op het netvlies van de leden van de traditionele achterban die straks op hem moeten gaan stemmen. Dat beeld laat zich eenvoudig omschrijven: Johan heeft het ver geschopt, maar hij heeft zijn afkomst nooit verloochend. Nog geen dag, nog geen minuut. Om die reden is hij voor zijn partij goud waard. Want van wie kan dat nog meer gezegd worden in de PvdA? Van wie zouden de kiezers verder bereid zijn dat te geloven, behalve van Kok? Juist. Van niemand. DE HELD VAN de werkende klasse is ook geliefd bij het denkende deel der natie. Vooral bij dat deel met nog enig sociaal benul. Getuigenis daarvan is het boekje dat het politiek deskundige journaille Stekelenburg aanbood bij zijn afscheid als voorzitter van de FNV. Zoals het hoort bij zulke gelegenheidswerkjes wemelt het van de vleiende woorden. Zonder betekenis is het boekje echter niet; niemand is immers verplicht aan dit soort presentjes mee te doen. Volkskrant-hoofdredacteur Pieter Broertjes schrijft over 'de aardigheidsfactor van Stekel’. En een vrouwelijke redacteur van NRC Handelsblad verklapt dat hij door haar vrouwelijke collega’s 'de knapste man van het maatschappelijk middenveld’ wordt genoemd. Opvallend vaak wordt in het boekje gerefereerd aan Stekelenburgs strijdbare jonge jaren. Deze hebben onmiskenbaar een archetypische waarde voor iedereen met het hart op de juiste linkse plaats. Stekelenburg kwam in 1966 als 25-jarige jongeman in dienst van de Metaalbedrijfsbond NVV, waar hij al eerder stage had gelopen. Opgeleid aan de christelijk-progressieve sociale academie De Horst te Driebergen was hij het toonbeeld van linkse keurigheid. Johan was 'bij uitstek een dromertje in de vakbeweging’, zeggen collega’s van toen. Hij was ook lid van de Maatschappij Kritische Vakbeweging, een soort informele club, die zich, zoals zovele groepjes in de jaren zestig, liet inspireren door Rudi Dutschkes 'lange mars door de instituties’. Het groepje moest de vakbeweging van binnenuit hervormen. Nog altijd draagt Stekelenburg iets van het activisme en idealisme uit die tijd in zich mee. 'Johan Pavlov’ schijnt men hem op de redactie van Het Parool genoemd te hebben vanwege zijn voorspelbare en politiek wenselijke opvattingen over racisme, vrouwen en minderheden. Maar voorspelbaar of niet, zijn generatiegenoten mogen hem graag of waarderen hem op zijn minst. Hij houdt immers het vuur uit de jaren zestig brandend dat bij de meesten van hen allang is gedoofd. En of het niet op kan, Stekelenburg is ook nog bemind bij de natuurlijke vijanden van de arbeidersklasse: het grootkapitaal. Wederom verraadt een bijnaam zijn status. 'Redelijkburg’ noemen the captains of industry hem. IS ER DAN werkelijk niets anders dan lof? Mankeert er niets aan Stekelenburg? Zijn onervarenheid in de politiek kan toch nauwelijks een pluspunt worden genoemd? Hij is vanaf zijn 25ste partijlid, hij is voorzitter van de PvdA-afdeling Leeuwarden en Zevenaar geweest en is sinds kort lid van de Eerste Kamer voor de partij. Daarmee zijn alle wapenfeiten opgesomd. Van het aanhangen van een heldere partij-ideologie kan hij ook nauwelijks worden beticht (dat geldt overigens voor bijna alle vooraanstaande partijgenoten). Over het Derde-Wegsocialisme van Blair en Schröder heeft men hem nog nooit gehoord. Als men hem ernaar vraagt, zal hij ongetwijfeld zeggen dat de vrije marktwerking een groot goed is, maar dat het niet vanzelf sociale oplossingen teweegbrengt. Correctie, zal hij vinden, is nodig, en daarvoor is er het poldermodel, waarvan hij wel eens de verpersoonlijking is genoemd. Het kan ook geen toeval zijn dat hij onlangs in Vrij Nederland pleitte voor een einde aan Paars en voor een herstel van Rooms-Rood, aangevuld met Groenlinks. Van zulk een coalitie verwacht hij meer 'eerlijke spreiding van macht en inkomen’, meer actie 'tegen het egoïsme’ en meer bijsturing van het ongebreidelde handelskapitalisme. Het zijn ongekend heldere woorden voor Stekelenburg, die meestal het betekenisloze brabbeltaaltje spreekt dat politici eigen is. Een teer onderwerp voor aankomend politicus Stekelenburg zijn ook zijn bijbaantjes (samen goed voor een slordige anderhalve ton). In Het Parool vertelde hij dat zijn commissariaten bij DSM, ING en KLM een voorwaarde waren voor zijn zegenrijke werk. 'Je moet’, zei hij, 'op een behoorlijke manier kunnen leven, zodat je energie overhoudt om te zorgen dat anderen het beter krijgen.’ Tja, een beetje opportunist is hij natuurlijk ook. Maar zijn gebreken beschadigen zijn imago niet. Stekelenburg verkeert in de begenadigde positie van de man die door zijn zwakheden juist sterker wordt. Hij heeft weinig politieke ervaring en bezit daardoor nauwelijks vijanden onder deze overgevoelige bevolkingsgroep. Hij heeft geen ideologie en is dus plooibaar. Zijn doorgaans verhullende taalgebruik is veeleer een voordeel dan een nadeel voor een toppoliticus en kandidaat-premier. En zijn goedbetaalde commissariaten? Ach, zijn potentiële arbeiders-kiezers zullen het hem niet euvel duiden, iedereen pikt wel eens een centje mee, nietwaar? En in ondernemerskringen heeft men vanzelfsprekend ook wel begrip voor iemand die wat bijklust. De vraag is natuurlijk of Johan Stekelenburg het partijleiderschap aandurft, of hij ja zegt als hij wordt gevraagd. 'Wie al te nadrukkelijk kroonprins wordt genoemd, weet bijna zeker dat hij of zij niet de echte opvolger zal worden’, zegt Stekelenburg in Vrij Nederland. Daarom houdt hij, de uitverkorene, de boot af. Maar van binnen moet hij koken van ambitie. Toch bestaat de kans dat hij nee zegt. Stekelenburg is immers, om nog een minpunt te noemen, een weifelaar, een voorzichtig strateeg: pas als anderen genoeg water naar de zee hebben gedragen, trekt hij zijn zwembroek aan. Hij heeft zogezegd leergeld betaald uit het enige grote openbare conflict in zijn leven, dat met bondsgoeroe Arie Groenevelt en diens apparatsjik Dick Visser. Het conflict ging over de opvolging van Groenevelt als voorzitter van de Industriebond. 'Rooie Arie’ had zijn volgzame naprater Visser naar voren geschoven en de jonge Turken van de vakbeweging hadden na langdurig aandringen Stekelenburg zover weten te krijgen dat hij zich tegenkandidaat stelde. Vele schimpscheuten van Groenevelt en de zijnen verder - Johan, riepen zij, zou hooguit ooit 'burgemeester van een klein plaatsje’ worden - trok Stekelenburg zich terug. Naar verluidt na een telefoontje van toenmalig FNV-voorzitter Wim Kok. Hoe nu te voorkomen dat 'mooie Johan’ de sprong in volle zee niet durft te wagen? Weer eens een telefoontje van Kok zou natuurlijk veel goed doen. Verder doen PvdA-bestuurders er verstandig aan hun oor te luisteren te leggen bij voormalig vakbondsman en tegenwoordig burgemeester van Zaanstad Ruud Vreeman. Hij kan hen haarfijn uitleggen waarom Stekelenburg het goudhaantje van de partij is. (Een partij als het CDA mocht willen dat ze zo'n man achter de hand had.) Stekelenburg is het enige alternatief voor de sociaal-democratie op de grens van deze eeuw. Hij is de laatste die de partij verbindt met haar grootse verleden. Ook al heeft hij nooit een ideologie gehad, zijn romantische voorliefde voor het klassieke arbeiderisme, en zijn status van working class hero maken hem de onbetwiste nummer één. Hij combineert de degelijkheid van Drees en Kok met de lichtvoetigheid van Tony Blair. Hij zal het socialistisch sentiment losmaken bij kiezers van zowel het type André Hazes als het type Harry van Wijnen. De partij heeft hem nodig, het land heeft hem nodig. Na hem komen de rode bonzen en partij-ambtenaren die Rottenberg niet weg heeft kunnen krijgen, na hem komt de technocratische zondvloed. Kameraden, laat daarom als dit kabinet opstapt uw verstand en uw hart spreken: kies voor de volksheld, kies voor 'Operatie Stekel’.