Kroonprins lebed in jeltsins slangenkuil

Met zijn benoeming tot secretaris van Jeltsins Veiligheidsraad is Aleksandr Lebed opgeklommen van machteloze nummer drie in de verkiezingen tot machtige nummer twee van Rusland. Daar het niet waarschijnlijk is dat Zjoeganov nu nog het presidentschap weet te veroveren en het evenmin waarschijnlijk is dat Jeltsin de komende ambtstermijn zal uitdienen, lijkt Lebed Ruslands aanstaande sterke man.

Het is in Rusland echter merkwaardig gesteld met kroonprinsen. Meestal vallen ze voortijdig uit de boot. Dat lot trof Jeltsins eerdere nummers twee, Roetskoj en Korzjakov. Van Gorbatsjovs beoogde opvolgers Ligatsjov en Janajev tot Lenins rechterhand Trotski, allen sneuvelden ze voortijdig. De enigen die het wel haalden, deden dat met vertraging of via een paleisrevolutie, een instrument dat overigens vaker faalt dan slaagt. Maar een coup van Lebed tegen Jeltsin lijkt momenteel niet opportuun: de president verlost hem in een adembenemend tempo van diegenen met wie hij als bevelhebber van het Veertiende Leger en als aanstormend politicus jarenlang op voet van oorlog leefde, te beginnen bij de man die hem uit het leger ontsloeg, Pavel Gratsjov. Lebed is nog geen gevestigde kracht in het Kremlin en moet zich derhalve Jeltsins grillen nog laten welgevallen.
Lebeds carriere wijst op een onstuitbare mars naar de top. Zowel in het leger, waarin hij vijfentwintig jaar diende, als in de partij waarmee hij in 1995 als nummer twee de parlementsverkiezigingen in ging, heeft hij gepoogd zijn beschermheer te verdringen. Lebeds rebellie was echter nimmer goed opgezet. Telkens verliet hij zijn oude organisatie, om vervolgens weer snel in een nieuw gespreid bed met een nieuwe leider te kruipen. Lebed schittert vooral in opdrachten van bovenaf; de Afghanistan-oorlog, het verdedigen van het Witte Huis tijdens de Janajev-coup, het stabiliseren van de orde in Moldavie, telkens handelde hij onder protectie van anderen. Slechts zijn beslissing politicus te worden nam hij zelfstandig. Maar ook zijn overstap naar Jeltsins staf oogt voorgekookt met anderen.
Lebed betoont zich buitengewoon onhandig in het handwerk van politieke kuiperijen, precies vanwege die eigenschappen die de bevolking en zijn militaire oud-collega’s het meest aanspreken: zijn bluf, directheid, eerlijkheid en beslistheid, zijn kortaangebondenheid en onvermogen tot compromissen, zijn hoge eigendunk, en zijn haat jegens dubieuze politici.
Indien Lebed niet voortijdig onder Jeltsins politiek sneuvelt, kan hij slechts onder begeleiding van derden tot een geslaagde coup komen of Jeltsin opvolgen. Dan groeit hij mogelijk uit tot het evenbeeld van de door hem bewonderde Pinochet en zuivert hij Rusland van alle schuim, vuil en volksvreemde elementen. Waarschijnlijker treft hem echter een zelfde lot als Trotski. Deze eenling die door Lenin werd binnengehaald en net als Lebed een mengeling kende van hanigheid en rechtlijnigheid, verrichtte als geisoleerde nummer twee menig aansprekende daad, om vervolgens na het verdwijnen van de leider te sneuvelen in de politieke slangenkuil.