Kruismannetje

Schrijvers scheppen hun eigen orde in de chaos. ‘Je gaat niet bij God spieken’, vindt W.F. Hermans. ‘Hij is de concurrent. Bij de Schepper afkijken, dat zou industri‰le spionage zijn.’

Is dat zo? Is de schrijver de concurrent van God? Als dat zo was, leefden we nu in een roman.
Geen onaardige gedachte, trouwens. En als ik even voor mezelf mag spreken: zo'n beroerde schrijver is die God dan niet. Ik vind mijn leven heel wat boeiender dan dat van menig romanpersonage. De schrijver mag dan een concurrent van God zijn, in de meeste gevallen verliest hij de slag.
Hermans wil nog wel eens een slag winnen. Nooit meer slapen, bijvoorbeeld, doet God hem niet na.
Maar spiekt Hermans echt niet bij God? Neem die beroemde uitspraak van hem. In een goede roman, heeft hij gezegd, ‘valt geen mus van het dak, zonder dat het een gevolg heeft’. En wat lezen we bij God? 'En toch zal buiten de wil van uw Vader niet ÇÇn mus op de grond vallen.’ (Matth. 10:29-30)
Nee, die heb ik niet zelf gevonden. Die kwam ik tegen in De god van Nederland is de beste. Een heel niet slechte bundel opstellen over religie in de moderne Nederlandse literatuur, vorig jaar verschenen bij - wie anders? - Kok Agora.
Multatuli, zo lees ik daar, was de eerste die de concurrentie met God aanging. Door in Max Havelaar een boeiender orde te scheppen dan God deed. Maar ook door hem uit te dagen en te pesten, door hem 'de beste’ te noemen, beter dan de god van de verslagen Spanjaarden, en door, in Minnebrieven, zelf voor 'kruismannetje’ te spelen. Met andere woorden: aan de oorsprong van de moderne Nederlandse literatuur staat de blasfemie.
Sindsdien is er in de Nederlandse letteren heel wat afgespot met God. Van Piet Paaltjens tot Maarten ’t Hart. Maar het beter doen dan God, dat lukte slechts een enkeling.
Moeten Nederlandse schrijvers dan maar wat vaker spieken bij God?
De schrijvers van de bundel, een stel Groningse godsdienstwetenschappers, stellen verheugd vast dat er nog heel wat moderne Nederlandse schrijvers zijn die dat doen. Van Eeden, Reve, Kellendonk. Die proberen de wereld die zij in hun boeken scheppen op die van God te laten lijken.
Dat is wat je noemt concurrentievervalsing. Ik zou dat niet pikken als ik God was. Reve zou van mij, als de tijd voor de Grote Afrekening daar is, een reeks fijne martelingen tegemoet kunnen zien.
Wat zou ik verder doen als God? Ik zou keihard de concurrentie aangaan. Zorgen dat mijn eigen schepping boeiender blijft dan die van welke schrijver ook. Wat mij in het geval van Nederlandse schrijvers niet al te moeilijk lijkt.