Sciencepalooza

Kruistocht tegen suikergoed

In de week dat Nederland zich druk maakte over de gevaren van purschuim verscheen er in het wetenschappelijk tijdschrift PLoS ONE een artikel waarin de gevaren werden beschreven van een stof die we elke dag eten, namelijk suiker. De belangrijkste auteur van dit stuk, Robert Lustig, is bezig met een kruistocht tegen de toevoeging van suiker aan allerlei voedingsmiddelen.

Medium de groene amsterdammer 11 2013

Behalve wetenschapper is hij ook schrijver van een boek met de titel De bittere waarheid over suiker. Lustigs ‘anti’-suiker­houding is inmiddels zijn core business geworden. Vorige week verscheen er een nieuw artikel van de groep van Lustig waarin een relatie wordt gelegd tussen de beschikbaarheid van suiker in allerlei voedingsmiddelen en het aantal diabetes type 2-patiënten. Dit stuk leidde tot een flinke discussie op allerlei wetenschappelijke fora. Veel onderzoekers vinden het veel te simpel om alleen suiker de schuld te geven van de huidige diabetes type 2-epidemie.

De verhitte discussie gaat voornamelijk over wat nu eigenlijk de belangrijkste aanjagers zijn van de ziekte. Vooral obesitas, veroorzaakt door gebrek aan beweging en een teveel aan consumptie van calorieën, wordt gezien als de grootste risico­factor voor diabetes type 2. Hierop valt echter wel het nodige af te dingen. Bijvoorbeeld, twintig procent van mensen met overgewicht krijgt geen diabetes en ook personen met een gezond gewicht kunnen diabetes ontwikkelen. Er zijn ook grote verschillen tussen landen in het vóórkomen van diabetes type 2 en obesitas. In de Filippijnen, Roemenië, Frankrijk en Bangladesh komt diabetes veel meer voor dan obesitas. En in Nieuw-­Zeeland is het aantal diabeten gedaald van acht procent in 2000 tot vijf procent in 2010 terwijl het percentage personen met obesitas in dezelfde periode steeg van 23 tot 34. Er lijkt dus meer aan de hand.

In het recente artikel van Robert Lustig zijn de gegevens van het aantal diabetespatiënten van 175 landen vergeleken met de beschikbaarheid van voedingscomponenten. Deze laatste informatie komt uit een database van de Verenigde Naties, en geeft aan hoeveel voedingscomponenten zoals suiker, vezels, fruit of vlees, uitgedrukt in kilocalorieën, er in een land per persoon per dag beschikbaar zijn (in winkels of op markten et cetera). Dit is een afgeleide maat voor de consumptie ervan. Met behulp van een rekenmodel geleend uit de econometrie concludeert Lustig dat van alle geteste nutriënten suiker de grootste bijdrage levert aan de toename van diabetes. De beschikbaarheid van elke 150 kcal per persoon per dag aan suiker (ongeveer een blikje cola) verhoogt het aantal diabetesgevallen in een land met 1,1 procent. Opmerkelijk is dat de gevonden relatie tussen blootstelling aan suiker en diabetes losstaat van andere mogelijke ­oorzaken zoals leeftijd, fysieke ­activiteit en niet onbelangrijk, obesitas.

Zelf heb ik moeite met wetenschappers die ook duidelijk andere belangen hebben. In dit geval passen de resultaten van de publicatie precies in het straatje van Lustig en zal de discussie op allerlei blogs zijn boekverkoop geen windeieren leggen. Toch worden artikelen in PLoS ONE er vooral op beoordeeld of de analyse van de gegevens goed is uitgevoerd en niet zozeer op de boodschap die in het artikel wordt uitgedragen.

Een zoethoudertje tot besluit: momenteel is er, ongerelateerd aan het onderzoek van Lustig, een interessante test gaande. De burgemeester van New York, Bloomberg, heeft een verbod ingesteld op de verkoop van grote bekers frisdrank. Als Lustigs resultaten inderdaad kloppen zouden we in New York op termijn een afname moeten zien van het aantal diabetes type 2-gevallen.