Kruistochten

Negenhonderd jaar na de verovering van Jeruzalem door Godfried van Bouillon kwamen Europese, Amerikaanse en Australische christenen deze zomer aan in de Heilige Stad om vergeving te vragen. Dat kwam rijkelijk laat, vond de groot-moefti. Bovendien: ‘De kruistochten duren nog steeds voort.’(

IN HET RAMPJAAR 1095 riep Paus Urbanus II op tot een kruistocht tegens de ongelovige moslims. Vier jaar later, op 15 juli 1099, veroverde Godfried van Bouillon Jeruzalem, met in zijn gevolg twintig- tot veertigduizend door godsdienstwaanzin, zonnesteken en vooral primitieve bloeddorst bezeten christenstrijders. De tot dan toe redelijk florissante, multi-religieuze verhoudingen binnen de muren van de Heilige Stad werden in een dagenlang voortslepende moordpartij naar de andere wereld geholpen. De Arabische kronieken van die tijd laten geen illusies bestaan over de rauwe werkelijkheid van deze historische onderneming. Nadat de troepen onder leiding van de Frankische veldheer Saint-Gilles de Egyptische soldaten van Jeruzalem een veilige aftocht hadden geboden, stortten de eufore christenen zich op de weerloze bewoners. ‘De bevolking van de heilige stad werd aan het zwaard geregen en de Franken brachten een week lang de moslims massaal om het leven’, schreef Ibn-al-Athir. 'In de al-Aksa-moskee doodden ze meer dan 70.000 mensen.’ Collega-chroniqueur Ibn-a-Kalinisi bericht: 'Heel wat mensen werden gedood. De joden werden samengebracht in hun synagoge, waar ze levend door de Franken werden verbrand. Bovendien vernielden de Franken heiligenmonumenten en het graf van Abraham.’
Godfried, die al zijn Europese bezittingen verkocht en zich als verdediger van het heilige graf definitief in Jeruzalem vestigde, riep daarop het Koninkrijk van Jeruzalem uit, met zijn broer Boudewijn als eerste koning. De graven van dit curieuze vorstenhuis liggen nog altijd in Jeruzalem, op een achteraf gelegen terreintje bij de Arabische wijk van de stad. Het mini-koninkrijkje zelf mocht het niet lang maken. In 1187 werd Jeruzalem heroverd door de Osmaanse sultan Saladin. Diens neef Al-Kamel doneerde het vorstendommetje tot grote verontwaardiging in de Arabische wereld in 1229 weer aan Frederik II 'Barbarossa’ van Hohenstaufen, van wie wel wordt gezegd dat hij zich stiekem tot de islam bekeerd had. In 1244 werd Jeruzalem weer bij het Osmaanse rijk ingelijfd, maar de verschrikkingen van de kruistochten bleven er goed in zitten in de Arabische wereld. In zijn befaamde studie Rovers, christenhonden, vrouwenschenners (1984) toonde de Liba nese historicus Amin Maalouf op grond van oude Arabische en joodse bronnen overtuigend aan dat het toch redelijk heroïsche beeld dat in het Westen van de kruistochten bestond, drastisch diende te wor den bijgesteld. De heilige oorlog van het Europese christendom was toch vooral een kwestie geweest van een massapsychose onder zowel de Frankische nobelen als het lompenproletariaat, die zich al verkrachtend, rovend en moordend een weg baanden naar het Heilige Land.
EEN ANDER NAAR trekje van de christenstrijders was hun ongezonde neiging tot kannibalisme. Ook de Frankische historici schreven daarover. 'In Mara kookten de onzen de volwassen heidenen in ketels, regen zij de kinderen aan het spit en verorberden zij hen geroosterd’, zo schreef bijvoorbeeld Raoul van Caen. In een officiële brief aan de paus berichtten de Frankische veldheren: 'Een verschrikkelijke hongersnood overviel het leger in Mara en plaatste het voor de gruwelijke noodzaak zich te voeden met de lijken van de Saracenen.’ Geschiedschrijver Albert van Aix kwam zelfs tot de gruwelijke jammerklacht: 'De onzen deinsden er niet voor terug om behalve de gedode Turken en Saracenen ook honden te eten.’
Het Heilige Land is trouwens niet het enige gebied dat onaangename herinneringen bewaart aan de kruistochten. Ook Europa zelf kreeg zijn deel. Er werden kruistochten ondernomen naar Engeland, Duitsland en ook naar Zuid-Frankrijk. Zo riep Paus Innocentius III in 1208 de Noord-Franse edelen op tot een door God gezegende strafexpeditie richting Zuid-Frankrijk, waar de Katharen in naam van God om zeep moesten worden gebracht. Kort na de moord op de pauselijke legaat Pierre de Castelnau in de Languedoc trokken dertigduizend soldaten onder leiding van Simon van Montfoort moordend en plunderend door de Languedoc. Alleen al in de stad Béziers werden vijftienduizend mannen, vrouwen en kinderen vermoord. 'Dood allen’, was het bevel van de pauselijke vertegenwoordiger ter plekke. 'God zal de zijnen herkennen.’ De slachting duurde in totaal twintig jaar.
Zelfs de Tempeliers, de ridderorde die door Hugo van Payens was opgericht om Godfried van Bouillon bij te staan, zouden er uiteindelijk aan moeten geloven. Hun machtspositie kwam in gevaar toen in 1291 hun laatste Palestijnse vesting Akko viel. In samenwerking met paus Clemens V bereidde de Franse koning Philips IV de Schone in het geheim een plan voor om de hele orde op te rollen. Tegelijkertijd aasde Philips natuurlijk op de bezittingen van de Tempeliers. Op vrijdag 13 oktober 1307 werden alle tempeliers in Frankrijk gearresteerd en aangeklaagd wegens immorele seksuele praktijken en godslastering, om uiteindelijk op de brandstapel te belanden. De kruistochten zelf, op gezag van de paus gevoerde oorlogen tegen vijanden van de Heilige Moederkerk, duurden nog voort tot de zeventiende eeuw.
NEE, ECHTE PILAREN van de beschaving waren het niet, de christenstrijders van Godfried van Bouillon en de zijnen. De sfeer in Jeruzalem was dan ook niet bepaald opgetogen toen de stad in juli 1999 weer het middelpunt was van een christelijke massa-processie. Maar dit keer kwamen de christenen vragen om vergiffenis. Een en ander was het initiatief van de Amerikaanse evangelist Lynn Green van de organisatie Youth with a Mission. Green had begin jaren negentig aan de rand van zijn zwembad een soort visioen gehad waarbij de Heer hem opriep naar Jeruzalem te trekken om vergeving te vragen voor de door de voorvaderen gepleegde misdrijven. Net als tijdens de eerste kruistocht naar Jeruzalem was het eerste grote vertrekpunt Keulen, waar de eerste groep wandelaars vertrok richting Jeruzalem, gewapend met dikke pakken folders waarin omstandig vergiffenis werd gevraagd. In totaal deden er 2500 jongeren uit 44 landen mee aan deze nieuwe kinderkruistochten. In tegenstelling tot hun middeleeuwse voorgangers werden de kinderen niet en masse verkocht op de slavenmarkt van Algiers, maar keerden ze allen veilig terug van hun heilige missie.
Carl Heatley, woordvoerder van Youth with a Mission in Keulen, spreekt van een daverend succes. 'In het Westen hebben we niet veel aandacht gekregen. Daar is het klimaat te cynisch voor. In de oosterse wereld blijken de mensen veel meer met hun geschiedenis te leven. Overal waar we kwamen, in Turkije, Syrië, Tripoli en natuurlijk Jeruzalem kregen we ontzettend veel aandacht van de media, de lokale besturen en van de bevolking zelf. De gewone mensen bleken allemaal veel verhalen te kennen over de verschrikkingen van de kruistochten. Ze waardeerden het zeer dat we daar vergeving voor kwamen vragen. Dat werd beschouwd als een teken van hoop. Ons bleek dat het Westen in die landen nog altijd zeer wordt gevreesd, zoals in het Westen juist de islam als een enorm gevaar wordt gezien.’
Toch kwam niet overal tijdens de tocht de boodschap even goed aan. Oppassen was het bijvoorbeeld op de Balkan, waar de boodschap van een christelijke historische erfzonde jegens de islamitische wereld om redenen van politieke opportuniteit minder kon worden geapprecieerd. 'Onze boodschap moest daar met de nodige tact worden gebracht’, bekent ook de leiding van Youth with a Mission in een persbericht. Veel beter liep het weer tijdens de slotdag van de nieuwe kruistocht, 15 juli jongstleden. In de lutheraanse kerk van Jeruzalem kwamen zo'n vijfhonderd jonge christenen bijeen om hun excuses aan te bieden voor de slachting in de heilige stad, die dag precies negenhonderd jaar geleden. Een bijzonder moment was het toen een nazaat van de kruisridders, de Duitse prins Albrecht zu Castell-Castell spontaan het woord nam en vergeving vroeg voor de door zijn voorvaderen aangedane gruwelen.
Vervolgens togen de christelijke delegaties naar de diverse geestelijk leiders van de Heilige Stad. Patriarch Diodoros van de Grieks-orthodoxe kerk bleek diep getroffen door het gebaar, alhoewel hij erbij zei dat het initiatief rijkelijk laat kwam.
Opperrabbijn Lau was al even ingenomen: 'De cynici zeggen dat het enige wat we van de geschiedenis leren is dat we er niets van leren. Uw bezoek toont het tegendeel aan.’ Lau herinnerde eraan dat de kruistochten ook het begin markeerden van de holocaust. De eerste slachtoffers van de kruistocht naar Jeruzalem waren uiteindelijk de Duitse joden, die in steden als Frankfurt massaal over de kling werden gejaagd door het door de paus gezegende leger. Bij de grootmoefti van Jeruzalem kreeg de delegatie jonge christenen een iets koeler onthaal. 'Wij lijden nog steeds onder de politiek van de regeringen van Europa’, sprak de islamitische geestelijk leider. 'Die is sinds de kruistochten niet veranderd. We hopen, en vragen jullie delegatie om uw invloed aan te wenden bij uw regeringen om hun politiek te veranderen. We geven heel Europa de verzekering dat christenen hier in goede harmonie leven met de moslims.’
Met deze woorden blikte de moefti ongetwijfeld vooruit naar de bange tijden die Jeruzalem nog te wachten staan in de wankele verhoudingen tussen de jonge Palestijnse staat en Israel.
GEHEEL BUITEN DEZE keten van verzoening bleef het Vaticaan. Ondanks de Agenda 2000 van paus Johannes Paulus II, in het kader waarvan Rome uiteenlopende historische trauma’s als de Inquisitie, de holocaust en het knechten van de Amerika’s zou willen bijleggen, bleef het Vaticaan zich hardnekkig aan iedere vorm van huldeblijk aan de kruistocht van Lynn Green onttrekken. Sterker nog, juist tegen de tijd dat de cruciale 15e juli aanbrak, kwam het wetenschappelijk bureau van het Vaticaan met een officiële verklaring waarin de kruistochten werden gepresenteerd als een historisch noodzakelijk proces waarmee de banden tussen Oost en West juist definitief werden aangehaald.
Deze visie strookt nog geheel met de roomse duiding van de kruistochten, zoals die kan worden gevonden in de officiële Katholieke Encyclopedie. Daarin lezen we dat het belang van de kruistochten er vooral in gelegen was dat het 'pontificale gezag’ werd versterkt. 'De kruistochten waren defensieve oorlogen’, aldus het Vaticaan. 'Het is grotendeels aan de kruistochten te danken dat Europa onafhankelijk bleef. Bovendien brachten de kruistochten resultaten waar de pausen nauwelijks van durfden dromen: ze deden de handel tussen Oost en West herleven, die al enige eeuwen was opgeschort, en toen met grote energie werd hervat.’
Zo, aldus nog steeds de Katholieke Encyclopedie, werden goederen en ideeën uit het Oosten naar het Westen gebracht, die een enorme toename van de welvaart in het Westen brachten. 'Aan de kruistochten moeten we de geografische expedities van Marco Polo koppelen, en ook was het de geest van de ware kruisvaarder die Colombus zette aan zijn vermetele reis naar het onbekende Amerika, en Vasco da Gama toen hij op zoek ging naar India. Als de christelijke beschaving van Europa de universele cultuur is geworden, in de hoogste zin, dan slaat de glorie terug, en niet in kleine mate, op de kruistochten.’
Zo probeert het Vaticaan nog altijd een fleurig beeld te conserveren van de kruistochten. Zolang men daarin volhardt, zal er van ware verzoening tussen christendom en islam geen sprake kunnen zijn. Van een wrede ironie is dat het concept van de heilige oorlog zoals paus Urbanus II dat ontwikkelde om de eerste kruistochten te entameren (deelnemers die tijdens de heilige oorlog het leven zouden laten bleven gegarandeerd buiten het purgatorium en konden rekenen op een gereserveerde plek in het paradijs) later werd overgenomen door de islamitische leiders, zodat de kruistochten in de vorm van de jihad ook een directe tegenhanger kregen die het mondiale politieke spectrum anno 1999 als geen andere factor overheerst.
In die zin zijn de kruistochten inderdaad nooit tot een eind gekomen. In theoretische zin is het zelfs mogelijk dat het christelijke koninkrijk van Jeruzalem ooit nog eens in volle glorie zal worden hersteld, als een soort uitweg uit de huidige strijd tussen joden en moslims om de stad als centraal heiligdom voor zichzelf op te eisen. Nog altijd heeft Europa een aristocraat rondlopen die zich beroept op het ware koninklijke gezag over de stad, te weten de christen-democratische europarlementariër Otto von Habsburg, die door zijn devote aanhang nog steeds wordt toegezongen als de koning van Jeruzalem. Misschien kwam dat vragen om vergiffenis toch nog een beetje te vroeg.