KIJKen

Kubus en ei

Honderd jaar na het zwarte vierkant van Malevich kwam David Batchelor met zijn oranje kwak. Kippenvel, als je ernaar kijkt.Door Rudi FuchsHonderd jaar na het zwarte vierkant van Malevich kwam David Batchelor met zijn oranje kwak. Kippenvel, als je ernaar kijkt.

Van dichtbij bekeken zag ik dat het ongelooflijke Zwarte vierkant van Malevich, in ieder geval de eerste versie uit 1915, een wat korrelig oppervlak heeft – de zwarte vorm tenminste. Voor de goede orde: het werk is niet een zwart schilderij waarop met een witte rand een zwart vierkant wordt omlijnd. Het schilderij van linnen was om te beginnen grijswit. Het was in wezen dus leeg. Op dat blanke vlak besloot de schilder, zoals dat zijn artistieke metier is, een bijzondere vorm te maken (of te laten ontstaan). Het werd echter niet een grillige wolk die statig voorbij dreef (geen mooie impressie dus) en evenmin het verstilde, ingetogen gelaat van de Moeder Gods. Malevich kwam uit bij het tegendeel daarvan: gewoon een vierkant en niet eens in een mooie kleur – niet zacht blauw of zomers geel of fris groen, het was zwart geworden. Hij heeft het uit de hand op dat witte vlak geschilderd. De oneffenheid van het oppervlak van het vierkant (de verfhuid ervan) laat zien dat de schilder erop geploeterd heeft. Het zijn meerdere dunne lagen over elkaar geworden. Misschien heeft hij onder het zwart, om die kleur hechter en warmer te laten lijken, ook nog donkergeel gebruikt. De bovenste zwarte laag was weer erg dun en is later hier en daar wat gaan barsten. Op de vierkante drager van dof wit is het zwarte vierkant dus een eigen vorm geworden, die meetkundig trouwens niet helemaal vierkant is en bovendien een beetje scheef in het witte vlak is komen te staan. In latere versies is dat wat gecorrigeerd. Je ziet dat daarin ook het schilderen ervan makkelijker ging, toen Malevich eenmaal wist hoe het moest. Dat eerste vierkant, in zwart, was een inbreuk op alles wat in de Russische kunst (met haar verleden van iconen schilderen) letterlijk heilig was. Een drama dus – natuurlijk kostte het de schilder veel moeite om zich los te maken van hoe het eigenlijk hoorde.

In de bijna honderd jaar daarna heeft de kunst (de abstracte dan), toen het ijs gebroken was, bijna moeiteloos een repertoire van abstracte vormen en al hun variaties voortgebracht – en tegelijk zijn er in die glorieuze ontwikkeling bij tijd en wijle ook weer, zoals in kunst gebruikelijk, allerlei esthetische geschillen ontstaan. Zo hebben we de school van de geometrie gekregen waarin de rechte hoek maatgevend werd en ook een beweging die zich bezighield met, als het ware, uit de natuur gestileerde vormen met welgevormde, glooiende volumes. Maar de rechthoekige soorten vormgeving zijn, denk ik, overzichtelijker en meetbaarder – er is daar meer van dan van het andere dat buigzaam en gebogen is en een geheimzinniger indruk maakt. Het gaat om de kubus en het ei.

Toen ik laatst van David Batchelor zijn Blob Painting no. 38 zag, kon ik mijn ogen er niet van afhouden. Het is een wonderlijke, klare vorm van pure kleur – een kwak zoals de titel zegt. Die oranje vorm rust op een liggende, donkergrijze rechthoek. De kwak is als volgt gemaakt: op een dunne, gladde metalen plaat (heel lichtgrijs) heeft de kunstenaar uit de pot ongeveer anderhalve liter oranje glanslak gegoten. Zolang de verf nog traag vloeibaar was, heeft hij de metalen plaat naar verschillende kanten scheef gehouden. Door haar gewicht ging de verf uitzakken en zich verspreiden tot er die scheve, eivormige vlek ontstond. Vervolgens heeft het ding (vlak) een half jaar liggen drogen of eigenlijk indrogen. Omdat het oppervlak eerder droog wordt en krimpt, ontstaan daar grillige rimpelingen zoals op het velletje van gekookte melk. De drogende verf wordt een vorm van helder oranje, waarvan het oppervlak eruit ziet alsof het bibbert en kippenvel heeft gekregen. Onder dat semi-ovale volume schilderde de kunstenaar met matte verf een vlakke, donkere rechthoek die werkt als een soort sokkel en precies op de onderrand van het dunne vel metaal past. De oranje vorm is breder dan de sokkel en ziet er vanwege de rimpelige huid ook zwaarder uit. Ze staat uit het midden op de sokkel en lijkt daarom gespannen te balanceren. Blob Painting mag dan schilderwerk zijn, het ding oogt als een uiterst platte sculptuur – of een simulatie daarvan. Zoals ik zei: je kijkt en probeert voor de vorm met dat schijnbare gewicht aan kleur een naam te vinden terwijl je ogen langs de buigende rand van het oranje glijden en van die ogenschijnlijk scheve ovaal.


PS Blob Painting is te zien op de tentoonstelling van David Batchelor, Magic Hour, tot 9 september in het GEM, Den Haag