FILM

Kuifje, dat zijn wij

Tintin

Anders dan in Nederland, waar men overwegend positief reageert op The Adventures of Tintin, schrijven recensenten in Engeland opvallend kritisch over Steven Spielbergs Kuifje-verfilming. Volgens The Daily Telegraph mist Hergé’s iconische held een ‘twinkeling’ in de ogen, terwijl The Guardian vooral verwijst naar een klein legertje Hergé-experts dat ouders en kinderen met klem afraadt de film te zien. Hierin gaat Tom McCarthy, auteur van Tintin and the Secret of Literature (2006) het verst. Wie ook maar 'een ons intelligentie en verbeelding in zijn lichaam heeft’, stelt hij, moet zich verre van dit Tintin houden.
Misschien heeft McCarthy gelijk. En is het plezier dat mijn legertje experts (leeftijd: negen tot dertien) aan Kuifje beleeft onlosmakelijk verbonden aan het hoge, dat 'literaire’ dat de kern van Hergé’s kunst vormt. Kuifje biedt ons de mogelijkheid zelf in te vullen wat we zouden willen zijn: authentiek, welwillend, zuiver, dapper. Intelligent. Dit alles is in eerste instantie mogelijk door eenvoud van vorm. In Understanding Comics (1993) onderzoekt Scott McCloud de redenen waarom men in de moderne cultuur zo in de ban is van de vereenvoudigde realiteit van een cartoon. De smiley face, Charlie Brown, Mickey Mouse, Bart Simpson. En Kuifje. Hij zoekt een antwoord in het fenomeen 'versterking door vereenvoudiging’. Door een beeld af te breken tot slechts de basis van betekenis kan een kunstenaar die betekenis juist versterken. Hierin ligt het 'cartooneske’: eenvoud en intensiteit van vertelling. De tekening van een cirkel als hoofd, twee puntjes als ogen en een streepje als mond wordt mentaal automatisch tot een gezicht gemaakt; in je gedachten kun je niet anders dan een gezicht zien, ook al is minimale informatie nodig om tot dat beeld te komen. En dat gezicht ben jezelf. We 'veranderen de wereld in onze eigen beeltenis’, schrijft McCloud.

Met zijn film bereikt Spielberg juist dit: zijn Kuifje heeft dezelfde leegte als die van Hergé, zodat strip en film soepel in elkaar overvloeien. Ironisch genoeg staat de motion capture-techniek van cinematografische animatie, waarmee men juist naar meer realisme streeft als het gaat om lichaamsbeweging en gezichtsuitdrukking, centraal in Spielbergs triomf: door Tintin laat hij ons onszelf op dat enorme Imax-scherm zien. Net als Hergé dat doet met zijn kleine, 'klare lijn’.
Toegegeven, Tintin mist het literaire niveau van de albums. Maar dit is film en geen tekst. En ja, er is zoals McCarthy schrijft een dubieuze 'boodschap’ aanwezig waarin Haddock op simplistische wijze 'beloond’ wordt, omdat hij zijn eigen wezen niet verloochent. Maar om nu daarom Tintin te boycotten, nee.
McCarthy negeert het feit dat Spielbergs film wél een ander, belangrijk element van de strips reflecteert: Kuifje is de held in deze verhalen, niet omdat hij het meeste doet of de sterkste is, maar omdat hij de beste lezer is. Hij neemt ons bij de hand (hij is ons) en leest de tekens, en ontrafelt het mysterie bevat in verhaal gestapeld op verhaal, net als Spielbergs eigen lezende held, Indiana Jones. Indy, Kuifje. Spielberg. Ik kan me nauwelijks een meer aangename ervaring in een bioscoop herinneren. Of voorstellen.

Nu te zien