Charles Burns, X en De Korf

Kuifje en het geheim van de korf

De strips van Charles Burns worden door critici met superlatieven overladen. Hij maakt duistere, ongrijpbare verhalen die altijd in één adem worden genoemd met de films van David Lynch. Burns timmert al sinds begin jaren tachtig aan de weg. Zijn experimentele zwart-witstrips werden opgemerkt door Art Spiegelman, die het publiceerde in zijn culttijdschrift RAW. Sindsdien is Burns een veelgevraagd illustrator.

Met penseel en veel zwarte inkt creëert hij een unieke, verontrustende sfeer. Pas met het lijvige Black Hole, waaraan hij ongeveer tien jaar werkte, brak hij ook met zijn strips door naar een groter publiek. In Black Hole raakt een groep tieners besmet met een geheimzinnige ziekte. Ze muteren op een vreselijke manier en verschuilen zich in de bossen. Burns koppelde deze keer zijn tekenstijl aan een verhaal dat beklijfde. Black Hole won veel prijzen, is in veel talen verschenen en wordt beschouwd als een klassieker. Het is een soort ‘Twin Peaks van de strip.’

Zoals zo vaak na een klassieker werd met spanning uitgekeken naar de opvolger: X. De verwijzing naar Kuifje op de voorkant kan niet missen: een man in kamerjas staart naar een groot ei met rode vlekken (Kuifje en de geheimzinnige ster), in wat een postapocalyptisch landschap lijkt. Kuifje komt in X vaker om de hoek kijken, het boek zit er vol mee. De hoofdpersoon draagt een T-shirt met het silhouet van Kuifje, maar dan met een veiligheidsspeld door het oor, Doug noemt zich tijdens zijn poëzie-optredens ‘Nitnit’, een verwijzing naar Tintin, zoals de strip in Frankrijk heet. In de nachtmerriewereld leest Doug op bed een verhaal dat lijkt op een Kuifje, maar dan heet het Nitnit and the Secret of the Hive. Burns legde in interviews uit dat Kuifje voor hem een van de eerste kennismakingen met strips was. Nog voor hij kon lezen, kreeg hij Kuifje in handen en dat heeft grote indruk gemaakt. In X en de zojuist verschenen opvolger daarvan, De Korf, is Kuifje gekoppeld aan het gruwelijke onderbewustzijn van Doug.

Doug zagen we in X via flashbacks veranderen van een rustige puber in een experimenterende kunstenaar, die met een masker en een cassetterecorder gedichten à la William Bur­roughs voordraagt voorafgaand aan concerten. Net als in Black Hole duikt Burns weer de wereld van de underground in, ditmaal die aan het einde van de jaren zeventig: feestjes in kraakpanden, punkbands, drugs. Doug ontmoet op een feestje Sarah, een dromerige fotografe die wel heel vreemd werk maakt. Of droomt Doug als hij op zolder een altaar vindt met daarop een biggetje op sterk water? En snijdt ze zich echt in haar pols wanneer hij aan de ontbijttafel een polaroid wil maken? Soms is niet helemaal duidelijk waar de grens tussen droom en realiteit ligt.

Nog vreemder wordt het als Doug letterlijk een andere wereld in stapt, net zoals in Alice in Wonderland van Lewis Carroll. Hij volgt de kat Dropje door een gat in de muur van zijn slaapkamer en belandt in een vreselijke nachtmerrie. Reptielachtige wezens schelden hem uit en zetten hem aan het werk. Hij kijkt zijn ogen uit als een klein, dik mannetje in een onderbroek hem wegwijs maakt. Opvallend zijn de vele verwijzingen naar de realiteit, zoals een raam waardoor hij ziet hoe zijn vader televisie zit te kijken, of een oude zwart-witfoto van zijn moeder als knappe jonge vrouw. Later worden deze verduidelijkt als Doug weer terug is in de realiteit. X eindigde met een vrouw in een draagstoel, ‘een broedster’, volgens Dougs gids. Die wordt naar een grote fabriek gebracht, ook wel ‘de korf’ genoemd.

In deel twee, De Korf, werkt Doug inmiddels in die mysterieuze fabriek. Van een afstand ziet de korf eruit als een koeltoren van een kerncentrale, binnenin stinkt het vreselijk. Hij zoekt in de bibliotheek romantische strips voor de broedsters, die de hele dag op bed liggen, maar ’s nachts iedereen wakker houden met hun geschreeuw. Wat er precies aan de hand is, wordt zoals zoveel, in het midden gelaten.

Doug loopt verdwaasd rond in de nachtmerrie. Als het lunchtijd is, schuift hij aan in de kantine. Hij heeft iets opgeschept dat op sushi lijkt, maar als hij er een optilt met zijn stokjes kijkt een worm hem vanuit het rolletje aan. De nachtmerrie wordt afgewisseld met scènes uit de realiteit. Daarin vertelt een oudere Doug aan een vrouw met kort blond haar over zijn relatie met Sarah. Hij heeft succes als dichter, gebruikt na aansporing van Sarah drugs en verdiept zich in kunst. Zo ontdekken ze het werk van Louise Bourgeois en maken foto’s die geïnspireerd zijn door haar kunstwerk Femme Maison. Gaandeweg worden de verbanden tussen realiteit en de nachtmerrie duidelijker, maar tegelijkertijd worden er weer stapels nieuwe vragen opgeworpen.

X en De Korf worden weer vaak vergeleken met David Lynch, die ook films maakt ‘die niet kloppen’. Mij deed met name De Korf denken aan de film eXistenZ van David Cronenberg (1999). Net als in die film duiken de personages een griezelige parallelwereld in, die duidelijke raakvlakken met de realiteit heeft, zonder dat dat direct één op één te achterhalen is. Ook de smerige technologie uit eXistenZ (ze bestellen de ‘special’ in een restaurant en bouwen van de botten van de maaltijd een pistool dat tanden schiet) komt terug in X en De Korf, waarin je regelmatig walgelijke momenten voorbij ziet komen.

Burns geeft je als lezer op een geraffineerde manier het gevoel dat je steeds dichter bij een oplossing komt, zodat je blijft lezen. Tegelijkertijd introduceert hij bizarre details, die je je vertwijfeld doen afvragen waar dit boek in hemelsnaam over gaat. Het onderbewuste, dat is wel duidelijk, maar hoe zit dit precies in elkaar? Hoeveel realiteitsniveaus zijn er? We zien flashbacks van Doug en zijn vriendin, zien zijn ‘normale’ dromen en dromen over de nachtmerriewereld. Soms overlappen deze elkaar, waardoor je goed moet opletten. Het heeft twee jaar geduurd voor de opvolger van X verscheen en het ziet ernaar uit dat de perfectionist Burns er weer twee jaar over gaat doen. Black Hole duurde tenslotte ook tien jaar voordat trouwe lezers wisten hoe de vork in de steel zat. Tot die tijd moeten we de boeken nog een paar keer aandachtig herlezen en ons concentreren op alle verwijzingen (Burroughs, Hergé, Bourgeois). Misschien liggen daar nog wat antwoorden verborgen.