Zapiro – cartoonist in een veranderend land

Kuifje in Zuid-Afrika

De Zuid-Afrikaanse cartoonist Zapiro voelt de hartslag van zijn land perfect aan en weet complexe kwesties in begrijpelijke tekeningen te vatten. Toch wordt zijn werk regelmatig verkeerd geïnterpreteerd.

Medium 080907st

Om Ischa Meijer te parafraseren: een goede cartoonist heeft geen vrienden. Zapiro heeft zich aan dat dogma gehouden. Zuid-Afrika’s beroemdste cartoonist maakte president Jacob Zuma zo ziedend dat die hem in 2008 voor de derde keer voor de rechtbank daagde en een half miljoen euro schadevergoeding eiste vanwege schade aan zijn waardigheid en reputatie. De reden was een bijtende cartoon die op 7 september 2008 in The Sunday Times was verschenen. We zien hoe Zuma onder aansporing van een aantal anc-notabelen (‘Go for it, boss!’) zijn broek losmaakt om Vrouwe Justitia een lesje te leren, terwijl die door diezelfde notabelen tegen de grond wordt gedrukt.

De cartoon had diverse lagen. In de eerste plaats was het een kritiek op ‘de verkrachting van het rechtssysteem’ door de machthebbers, die grote politieke druk uitoefenden om een corruptiezaak tegen Zuma in de doofpot te stoppen. De tekening had voor Zuma een extra nare bijsmaak omdat hij twee jaar eerder was aangeklaagd wegens verkrachting van een hiv-positieve dochter van een vriend. Tijdens de verdediging zei Zuma – die werd vrijgesproken – onder meer dat hij hiv-besmetting had voorkomen door na de daad een douche te nemen. Vanaf dat moment portretteerde Zapiro de president steevast met een douchekop boven het kale hoofd. Ook op de tekening van de verkrachting van Vrouwe Justitia was Zuma van een douchekop voorzien. Zuma was die Zapiro nu spuugzat en hoopte dat een slepende rechtszaak de cartoonist, en de media in het algemeen, een lesje zou leren over grenzen aan de vrijheid van meningsuiting. Maar uiteindelijk, vier jaar later, kort voor de zaak zou voorkomen, besloot hij de kwestie te laten rusten.

Zapiro ging onverdroten door met vijanden maken. Zo haalde hij zich in 2010 de moslimwoede op de hals met een tekening van een therapeutensofa met daarop een mopperende Mohammed: ‘Andere profeten hebben volgelingen met gevoel voor humor.’ Enkele maanden geleden voegde hij de minister van Sport, Fikile Mbalula, toe aan zijn vijandenbestand met een tekening van de nieuw aangewezen rugbycoach die voor de onmogelijke taak staat het team ‘representatiever’ te maken (door meer niet-blanke spelers te selecteren) zonder dat Zuid-Afrika zijn positie aan de rugbytop verliest. Mbalula maakte Zapiro meteen uit voor ‘racist’. En een maand later viel ook de linkse goegemeente over de cartoonist heen omdat hij een orgeldraaier en dansende aap had gebruikt voor Zuma (met douchekop) en de baas van de National Prosecuting Authority, Shaun Abrahams, een nieuwe hoofdrolspeler in de nog altijd doorpruttelende zaak rond presidentiële corruptie.

Alhoewel hij wist dat de kwestie ‘zwart en aap’ (Abrahams is een ‘kleurling’) uiterst gevoelig ligt in Zuid-Afrika verbaasde Zapiro zich aanvankelijk over de ophef. In een interview met het progressieve weekblad Mail Guardian (kop: ‘What on earth were you thinking, Zapiro?’) zegt hij dat hij meende dat zijn publiek wel zou begrijpen dat het hier om een metafoor ging van de ene persoon die de andere volledig naar zijn pijpen laat dansen. ‘Ik dacht dat het vrij duidelijk was wat ik probeerde te zeggen’, zegt hij. ‘Een vrij duidelijke metafoor, een vrij duidelijk idee van hoe mensen die in hetzelfde scenario figureren zich gedragen.’

‘Als zevenjarige identificeerde ik me met Kuifje, als vijftienjarige nog steeds en ook als volwassene’

Jonathan Shapiro, Zapiro’s echte naam, wordt in 1958 geboren in Kaapstad, als zoon van joodse ouders. Pa is advocaat, ma sociaal werker. Jonathans eerste kennismaking met de strip is het werk van Carl Giles, beter bekend als ‘Giles’, een Britse cartoonist die zijn carrière in 1937 begon bij de linkse Reynold News, maar al snel overstapte naar de conservatievere Daily Mail. In huize Shapiro valt elk jaar rond Kerst de nieuwe Giles-bundel in de bus. Als kleuter kijkt Jonathan dan naar de plaatjes. Misschien, vertelt hij als ik hem na de ‘Zuma-verkrachter-zaak’ langdurig interview, pikte hij via Giles wel de sympathie voor de underdog op: ‘In zijn verhaaltjes kregen de rijken altijd hun verdiende loon.’

Medium colour 19 20no 20date

De eerste stripheld met wie hij zich werkelijk identificeert is Chip, het ondeugende zoontje in de Amerikaanse comic Hi and Lois die in 1954 voor het eerst verscheen en in Nederland bekend werd als De familie Achterop. Met Giles en Chip heeft hij weinig meer, maar zijn volgende held liet hem niet meer los: ‘Ik was een jaar of zeven en was op bezoek bij een neef waar iemand Het geheim van de eenhoorn las. Er ging een wereld voor me open. Kuifje bleef een van de belangrijkste invloeden.’ In 1981 gaat hij zelfs langs bij de studio van Hergé in Brussel. De meester zelf is er niet, hij is ernstig ziek, maar zijn assistent Bob de Moor leidt de jonge Zuid-Afrikaanse bewonderaar rond en geeft hem wat souvenirs, die hij nog altijd in bezit heeft. Kuifje, zegt Zapiro, was voor hem een cipher, iemand zonder veel karaktertrekken, op wie je je eigen angsten en verlangens kunt projecteren. ‘Dus als zevenjarige identificeerde ik me met hem, als vijftienjarige nog steeds en ook als volwassene, wanneer hij voor een eerbare zaak strijdt.’

Zijn liefde voor Hergé bezorgde hem wel zijn eerste beschuldiging van racisme. Tijdens de discussie rond het controversiële Kuifje in Afrika (in 1931 voor het eerst gepubliceerd als Les aventures de Tintin, reporter du Petit Vingtième, au Congo) werd hem gevraagd of hij vindt dat het werk uit de winkels geweerd moet worden wegens racisme. Nee! riep hij als zelfverklaarde ‘vrijheid van meningsuitingsjunk’. Zapiro: ‘Ik zei dat de context erbij vermeld moest worden, en wellicht een omslag waarin een en ander werd uitgelegd. Maar ik was tegen een verbod.’ De volgende zag hij tot zijn grote schrik de krantenkop: ‘Zapiro vindt dat racistische strip gepubliceerd moet worden’. Een zwarte lezer wreef extra zout in de wonde door een ingezonden brief te schrijven in de geest van ‘waarom zou deze jood ons vertellen wat we wel en niet mogen lezen, laat hem naar zijn eigen volk kijken!’

‘Dit is voor het eerst dat ik werkelijk spijt van iets heb. Ik wou dat ik de klok kon terugzetten’

Dat deed pijn. Want als er iets is waar je Zapiro niet van kunt beschuldigen is het zionisme en racisme. Hij maakt alle religies belachelijk en wordt door conservatieve joden beschouwd als een ‘self-hating Jew’, zo een die het opneemt voor de Palestijnen. Racist was een zo mogelijk nog ergere beschuldiging. Als politiek activist maakte hij in de jaren tachtig deel uit van het United Democratic Front (udf), een progressieve, non-raciale beweging waartoe ook aartsbisschop Desmond Tutu behoorde. Elf jaar werkte hij bovendien voor het zwarte dagblad Sowetan, waarvoor hij moeilijke situaties met zo veel inlevingsvermogen uitbeeldde dat lezers die hem niet kenden dachten dat hij zwart was.

Zapiro’s politieke bewustwording begon toen hij in 1982, de hoogtijdagen van de apartheid, na een niet voltooide studie architectuur werd opgeroepen voor de dienstplicht. Hij ging, maar weigerde met wapens om te gaan. Het was tijdens zijn diensttijd dat hij betrokken raakte bij het udf. Hij werd gearresteerd en door de militaire inlichtingendienst door de mangel gehaald. In het leger maakte hij zich als leek ook de kunst van de cartoon eigen, uitmondend in zijn eerste belangrijke werk: de illustraties voor de udf-kalender uit 1987. Hij liet zich vooral inspireren door de Fransman Jean-Jacques Loup: lief ogende tekeningen met een bijtende, opstandige boodschap. De politie begon hem in de gaten te houden, maar het leverde hem ook een vaste plek op bij het pas opgerichte linkse weekblad South. De magie van de cartoon, zei hij in het tijdschrift IJOCA, zit in het suggestieve: ‘Cartoons kunnen dingen suggereren op een onderbewust niveau, zodat het niet verboden kan worden, omdat er altijd een element van twijfel blijft.’

In 1988 werd hij weer gearresteerd en bracht vijf dagen door in eenzame opsluiting. Eenmaal op vrije voeten vertrok hij naar New York om aan de School of Visual Arts te studeren, waar hij onder meer les kreeg van Harvey Kurtzman (Mad) en Art Spiegelman (Maus). Na zijn terugkeer in Zuid-Afrika werd hij een hit. Hij werkte tegelijk voor de Weekly Mail, The Sunday Times en Sowetan, en tekende vaak zeven strips per week. Zijn invloeden veranderden. Hij werd een groot bewonderaar van de Amerikaan Ralph Steadman, bekend van zijn werk met gonzo-journalist Hunter S. Thompson, en diens Zuid-Afrikaanse evenknie Derek Bauer. In artistiek opzicht, vertelt hij, legt hij het af tegen Steadman en Bauer. Maar zijn grote gave is dat hij de hartslag van het land perfect aanvoelt en complexe kwesties in simpele, voor iedereen begrijpelijke tekeningen kan vatten.

Die antenne liet hem plotseling in de steek bij zijn tekening van die dansende aap. Het land is veranderd – en daarmee de gevoeligheden. De dagen dat Nelson Mandela hem belde om hem te zeggen dat hij het zo jammer vond dat hij met zijn dagelijkse cartoons bij een krant was gestopt zijn voorbij. Zapiro erkende dat hij het effect van de dansende aap totaal verkeerd had ingeschat. Tegen nieuwszender ewn vertelde hij: ‘Dit is voor het eerst dat ik werkelijk spijt van iets heb. Ik wou dat ik de klok kon terugzetten. Ik had dit nooit moeten doen’. ‘Kuifje de activist’, die zich onverschrokken inzet voor een non-raciale samenleving, was nu ineens ‘Kuifje, de botte blanke man van middelbare leeftijd’.


Zapiro treedt op 1 juli op

Beeld: (1) Zapiro werd na het plaatsen van deze cartoon aangeklaagd door alle geportretteerden, inclusief Jacob Zuma zelf. Uiteindelijk werden alle beschuldigingen ingetrokken (Zapiro); (2) Cartoon ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van Nelson Mandela. De vier beelden komen uit een speech van Mandela waarin hij de vier fases van zijn leven beschrijft (Zapiro)