Kulturkampf rond jeruzalem

De recente onrust op de Tempelberg vormt nog niet het echte gevecht om Jeruzalem - hooguit een eerste schermutseling. Het is eerder een zijpad van de doorvechten-tot- het-bittere-eind-acties van kolonisten en hun religieus-nationalistische adepten binnen Israel.

De poging tot een joodse pray-in op de voor joden en moslims heilige plaats maakt deel uit van een golf van symbolische grondbezettingen op de Westoever door verontruste kolonisten en de eropvolgende ontruimingen door de autoriteiten. De kolonisten, die nog geen drie procent van de Israelische bevolking vertegenwoordigen, trachten de beperkte terugtrekking van het Israelische leger uit de Westoever te saboteren door her en der heuveltoppen te ‘veroveren’: immers, hoe meer joodse nederzettingen, hoe moeilijker het wordt het leger terug te trekken.
We zijn getuige van een grootscheeps gevecht waarbij de legitimiteit van de openbare orde zelf inzet vormt tegenover de - voor de ware gelovigen - 'hogere’ legitimiteit van het zionistisch pionieren. Zijn in laatste instantie de nederzettingen een wapen in handen van de staat, of is de staat een instrument dat dient om meer joodse nederzettingen op te richten? In het eerste geval verliezen kolonisten hun recht van spreken wanneer ze, zoals nu, hun nut voor de staat verliezen. In het tweede geval verliest de joodse staat zijn aanspraak op de loyaliteit van zijn burgers wanneer hij zich tegen de nederzettingen keert.
Achter de kolonisten - exponenten van de tweede opvatting - staat het deel van de Israeli’s voor wie joods-religieuze aanspraken op het Beloofde Land een hogere waarde vertegenwoordigen dan de beslissingen van een door feilbare stervelingen gekozen regering. En daarachter staat weer de Likoed-oppositie, die hoopt dat de onderhandelingen met de Palestijnen in het slop zullen raken - om straks de vruchten te plukken van de publieke frustratie.
De oproep van politici en leger aan de contestanten om hun acties te verplaatsen naar de binnensteden van Israel zelf, geeft aan hoezeer demonstraties in Israel een normaal mechanisme in het politieke spel zijn geworden. Maar juist daarom moet de oppositie naar steeds spectaculairder acties uitzien. Hoe vanzelfsprekend vredesbesprekingen tussen Rabin en Arafat zijn geworden, bleek bij de islamitische zelfmoordactie in Ramat-Gan, enkele weken geleden: deze terreurdaad bleek al lang niet meer zoveel koren op de molen van rechts als soortgelijke aanslagen eerder dit jaar.
In de politieke strijd op leven en dood tussen de beide blokken en levensbeschouwingen zal bepalend zijn welke tegenstander de minste strategische fouten begaat. Het publiek wordt heen en weer geslingerd tussen vredeszin en angst voor Arabisch geweld. De 'fatwa’ van een groep vooraanstaande rabbijnen die, op grond van joods religeus recht maar in strijd met beginselen van democratisch bestuur, joodse soldaten verbiedt orders op te volgen om Israelische legerbases in de Westoever te ontruimen, veroorzaakte grote deining. Toch kan de oproep Rabin ten goede komen. Vrees voor een joodse burgeroorlog kan als een boemerang juist tot versterking van Israels legitimiteit leiden.