Vertalen

Kun je ‘t eigenlijk leren?

Een paar weken geleden vonden in Utrecht weer de Literaire Vertaaldagen plaats, een van de weinige gelegenheden waarbij vertalers worden ondergedompeld in praatjes en workshops op hun vakgebied en, onvermijdelijk, elkaar. Leuk, vooral als je zelf wat te doen hebt, anders ben je overgeleverd aan de anderen. Dat geldt overal.
Thema deze keer: ‘Leren vertalen - vertalen leren: de pedagogiek van het vertalen’.
Daar veer ik niet van op. Het is dat ik weet hoeveel zeer achter die omschrijving zit. Het vertalen is op bijna alle universiteiten en middelbare scholen weggeroosterd, en dat was onverstandig. Dat besef schijnt hier en daar eindelijk door te dringen. Er is geen betere manier om taalgevoel te kweken of aan te scherpen dan via vertalen. Bovendien vergrijst de huidige vertalersstand. Straks is er geen vertaler Duits meer te vinden, help!
Kun je ’t eigenlijk leren?
Een beetje wel. Je bent niks zomaar, je leert altijd van anderen.
Toch zou ik het niet overdrijven.
Leren is kennis tot je nemen én kennis overdragen, een wisselwerking die zich idealiter in het onderwijs voordoet. Af en toe hebben leerling en leraar een match die goud waard blijkt. Iedere leraar of docent ontdekt talenten met wie het wat kan worden, en andersom is het net zo. Een paar, niet meer. Ik kan voor mezelf zeven onuitwisbare figuren voor de klas bedenken, maar nu reken ik geloof ik die van mijn kinderen mee. Sommigen hadden vaag met vertalen te maken.
Op ons openbare gymnasium bedreef een leraar heel spannend theologie, door bijbelversies te vergelijken. Vergelijken is een allerzinnigste intellectuele activiteit: je wordt er vrij van. Verder was het geploeter, met ergens ook een leraar klassieke talen die driftig werd als ik niet m'n best deed. Hij appelleerde aan iets wat ik toen niet had kunnen benoemen.
Later, op de UVA, hoorde vertalen er nog wel bij en één docent deed het zelf. Een hoogleraar vertaalde Cortázar; dat heb ik later ook gedaan. Maar de beste docent wierp alleen met een nors gezicht leestips voor de zwijnen, en ik zag dat het paarlen waren en raapte ze op en las alles wat hij aanraadde. Zo leer je vertalen, door veel, proevend en vergelijkend, te lezen. Als je niet nieuwsgierig bent naar de mogelijkheden van taal, als je niet hopeloos verslaafd bent aan bepaalde schrijvers of boeken en er niet van doordesemd bent dat taal behalve inhoud ook muziek is, te weten gecomponeerd denken, als je denkt dat taal vooral Algemeen Beschaafd moet zijn, dan wordt het niks.
Het schijnt dat vijftig jaar geleden amper eisen werden gesteld aan vertalers. Laat maar weg als iets je niet bevalt, giet rustig je eigen slappe saus over wat je doet (Charles B. Timmer, alle Russen). Dat is voorbij. Maar dat wil niet zeggen dat er nu geen erg idiote dingen worden geaccepteerd en wellicht door uitgeverijen gestimuleerd.
Daarom mijn les nummer één: HOU OP MET ZINNEN KNIPPEN. Ik zie dat om de haverklap bij beginnende vertalers, meestal in de luwte bezig. Bij de canon zouden ze het wel uit hun hoofd laten. Prousts kronkelzinnen verknip je niet ongestraft. Het zijn de minder bekende schrijvers die de klos zijn, soms onder het brutale mom dat die wel wat redactie konden gebruiken.
Interpunctie is de adem van een schrijver. Iedere schrijver wil uit het keurslijf van zijn ratio en haakt naar het woordloze. Hij had wel musicus willen zijn, dat hoor je vaak. Hoe dan ook, hij is bewust of onbewust op een bepaalde, hem typerende adem uitgekomen.
Stel dat een van onze eigen, nog niet gecanoniseerde dierbaren in handen van zo'n knipper viel. Stel dat het Thomése is. 'Taal is muziek’, zei die onlangs nog in een interview. Of andersom, want dat gebeurt net zo goed, dat almaar korte zinnen worden samengevoegd. Schaduwkind staat vol staccato zinnetjes. Stel dat iemand aan het breien ging en het hoekige, lyrische gezoek naar nog niet bestaande zegswijzen, de kracht van het boek, fatsoeneerde. Weg Thomése.
Of neem Reve, van wie we zeggen dat hij zozeer uit stijl bestaat dat hij onvertaalbaar is. Op weg naar het einde staat bol van de lange zinnen, zoals al zijn brievenboeken. Verknip de eerste zin uit Brief uit Edinburgh en je krijgt: 'Enige uren geleden heb ik mij uit Amsterdam op reis begeven met bestemming de Schotse hoofdstad Edinburgh. Daar zal van 20 tot en met 24 augustus, ter gelegenheid van het Edinburgh Festival, een International Writers Conference worden gehouden. Mij is gevraagd deel te nemen.’ Dit is al geen Reve meer, al heb ik aan de woordkeus niets veranderd. Dit is in één klap verwisselbare kost geworden.
In Utrecht worden ook prijzen uitgereikt, deze keer aan Nelleke van Maaren (Duits/Engels/Frans) en Karol Lesman (Pools), vertalers vol durf, kunde en nieuwsgierigheid, en géén knippers of rechttrekkers.
Hoera voor hen!