Menno Hurenkamp

Kunnen we het maken?

Groot ongeloof over een havenbestuurder die even honderd miljoen aan garantstellingen geeft. De havendirecteur moet weg omdat hij zonder ruggenspraak twee banken beloofd heeft eventuele tekorten van het Rotterdamse bedrijf RDM te dekken. Het geven van de garanties gebeurde in volkomen stilte. Het havenbedrijf is immers verzelfstandigd: het is van de overheid maar het baasje aan de top staat niet onder directe controle van de gemeenteraad. Ook het laten oplopen van de kosten van de Betuwelijn gebeurde in relatieve stilte. Baasjes op ministeries («projectdirecteuren») gingen hun gang en duldden geen tegenspraak. Vragen van de top van het departement over gebrekkige planning wuifden ze weg, als aannemers bevangen door Bob de Bouwers leus: Kunnen we het maken? Nou en of! Uiteindelijk kwamen de tegenvallers in de woorden van toenmalig minister Roelf de Boer (LPF) «een beetje verstopt» in de aan de Tweede Kamer verstuurde begroting terecht.

Uit deze gang van zaken rijst het beeld van cowboygedrag van het topkader op. Een blij baasje komt binnengestormd bij de minister of wethouder, met een flitsende videopresentatie onder de ene arm en twee buitenlandse experts onder de andere, en bovendien een zo goed als afgerond contract met die ont-zet-tend degelijke ondernemer X, «die overigens personeel hier in de regio gaat werven». Tja, denkt de minister, ik stuur heel modern, op afstand en binnen kaders, dus vooruit met de geit. De overheid roept dat cowboygedrag zelf over zich af. Ze hanteert energiek marktjargon en deelt bonussen uit. De nieuwe organisatievormen bieden volop ruimte aan risicovol gedrag. Zo creëert de staat een cultuur waarbinnen de macho’s denken: go is gáán. Remember Zuid-Holland, waar de provinciale penningmeester aan het beleggen sloeg met staatsgeld. Of de man op Onderwijs die om van het gezeur van Adam Curry af te zijn de artiest onder tafel een miljoen gaf. Kunnen we het maken? Nou en of! Omdat veel overheidstaken van een economische prikkel vaak beter worden, is terugdraaien van de ondernemende overheid geen optie. Maar het cowboygedrag hoeft niet gestimuleerd. De mensen boven het ondernemende topkader (ministers, wethouders, secretarissen-generaal) moeten zich uitdrukkelijker doen gelden. Niet om een oude hiërarchie te herstellen, maar om baasjes in te peperen dat ze voor het algemeen nut werken. Om dat verhaal náást de nieuwe vrijheid voor ambtenaren te zetten vraagt vooral zelfvertrouwen. Is dat voorradig? Recente nota’s van het kabinet gaan over minder regels, beter presteren, meer naar de burger luisteren. Ze lijken juist schuldbewustzijn over het bestaan van de publieke zaak centraal te stellen.