Het eerlijke verhaal: Zippora Elders

‘Kunst brengt gevoel in de maatschappij’

Achter onze enorme culturele rijkdom gaan veel mensen schuil die kwetsbaar zijn. Curator Zippora Elders vindt het tijd voor een cultuuromslag.

Zippora Elders – ‘Kunst moet zich niet steeds hoeven te legitimeren in de zin van wat het betekent of oplevert’ © Joseph Kadow

Of dat schilderij van Roy Lichtenstein uit de collectie van het Stedelijk Museum niet verkocht zou kunnen worden. Dat was onlangs een voorstel van Diederik Boomsma, fractievoorzitter van het cda in Amsterdam, om de noodlijdende cultuursector in de stad te redden en het omvallen van instellingen en daarmee ‘kapitaalvernietiging’ te voorkomen. As I Opened Fire (1964) zou weleens vijftig miljoen kunnen opbrengen. Boomsma: ‘Zelf vind ik dat schilderij lelijk en oninteressant, vandaar de keuze, maar dat is natuurlijk niet iedereens mening.’ ‘Desperate times, desperate measures’, zei hij nog.

Het eerlijke verhaal in de kunsten is op papier eenvoudig: er was al weinig geld voor cultuur beschikbaar en met de coronacrisis werd dat, ondanks miljoenen aan noodsteun, nog veel minder. Van de klap van de bezuinigingen van kabinet-Rutte I in 2013 is de sector nooit bekomen. Cultuur moest gaan ondernemen, kunstenaars moesten de markt op, theaters, podia en musea meer eigen inkomsten genereren om ‘de eigen broek’ te kunnen ophouden. Er volgden onzekere jaren waarin werd afgerekend met harde percentages en kille woorden. Eigen inkomsten werden inderdaad gegenereerd, zo veel als mogelijk en structureel te weinig. Maar met het aanbreken van de coronacrisis bleek de markt als heilige graal voor cultuur een lege huls. Noodsteun kwam niet overal terecht waar het nodig was. De kunst had jarenlang haar nut moeten bewijzen, maar bleef nu het erop aankwam zelf onbegrepen.

Maar het is niet alleen maar somber, aldus Zippora Elders. ‘Als het afgelopen jaar iets duidelijk heeft gemaakt, dan is het wel de grote wendbaarheid en de veerkracht van de sector. Er is door instellingen en kunstenaars ontzettend snel geschakeld, zowel wat betreft digitale presentatievormen als inhoudelijke programma’s. Het geeft aan dat de kunst midden in de maatschappij staat en niet iets “anders” is wat daarbuiten staat. Kunst gáát over samenleven. Kunstenaars voelen en geven uitdrukking aan gevoel, ze verbeelden wat ze in de samenleving oppikken. Ik vind dat mooi om te zien en ik ben er trots op, maar ik vraag me ook af wat daaraan ten koste gaat.’

Zippora Elders (34) is curator en sinds 2016 directeur van Kunstfort bij Vijfhuizen, een monumentaal fort op een eiland waar beeldende kunst en militair erfgoed samenkomen. Ze studeerde kunstgeschiedenis met filosofie en bestuurskunde en deed de master museumconservator. Na een traineeship bij het Stedelijk werkte ze als curator bij fotografiemuseum Foam. Momenteel is ze bestuurslid van Kunsten ’92, de belangenorganisatie voor de culturele en creatieve sector, en als adviseur betrokken bij verschillende organen. Ze werkt aan meerdere tentoonstellingen tegelijk, verdeelt haar tijd tussen Amsterdam en Berlijn en praat vandaag vanuit haar huiskamer via de computer.

Het was een stormachtig jaar, zowel in de maatschappij als in de kunsten, en niet alleen vanwege corona. ‘We bevinden ons in een wervelwind van allerlei crises’, zegt Elders. ‘Er is de afgelopen tijd ongelooflijk veel aan het licht gekomen wat heel veel mensen aan het hart gaat.’ Ze noemt de diepe kloven die door de samenleving lopen, het feit dat mensen wantrouwig zijn naar de gevestigde orde en zich niet veilig voelen. De toeslagenaffaire, (seksueel) misbruik en de manier waarop de aantijgingen tegen kunstenaar Juliaan Andeweg de beeldende kunst in het hart raakten, lieten zien dat dat onveilige gevoel met goede reden is. De Black Lives Matter-beweging die heeft laten zien hoe niet alleen in Amerika, maar over de hele wereld bepaalde groepen systemisch worden uitgesloten. De pandemie en de doorlopende klimaatcrisis.

Het zijn grote gebeurtenissen die verbonden zijn aan tal van kleinere verhalen die minder zichtbaar zijn, en eenzamer omdat mensen niet gehoord worden. Ze raken de kunst en kunstenaars en instellingen spreken zich openlijk uit over misstanden. Zelf beleeft Elders het als een bijzonder drukke en emotionele tijd. ‘Er is veel te doen, maar ik ben blij dat ik op een positie zit waarin ik hopelijk kan bijdragen.’

Zippora Elders staat aan de kant van de kunstenaars. Privé zijn het haar dierbaren en professioneel werkt ze dagelijks met hen samen. De ervaringen die ze opdoet als curator neemt ze mee in de gesprekken die ze voert als bestuurder en adviseur. Tijdens de eerste golf van de coronacrisis organiseerde ze met Kunsten ’92 wekelijks Quarantaine & Arts, een online ‘multidisciplinair makersuurtje’. Daar hoorde ze van makers waar zij zoal tegenaan liepen, concrete problemen die de vereniging mee kon nemen in brieven aan de overheid.

Directeuren en curatoren in de culturele sector ziet ze als ‘gate-keepers’: mensen met de verantwoordelijkheid om ruimte te creëren waarbinnen kunstenaars vrij kunnen bewegen zodat hun verbeelding en creativiteit uiteindelijk bij het publiek terechtkomen. Dat heeft Elders ook als taak aan zichzelf gesteld: ‘Ik zoek ruimte om vanuit daar weer ruimte te maken voor anderen.’ En soms is zij in die rol ook degene die dichter bij de knoppen zit, die adviseert. Zo nam ze afgelopen jaar zitting in een beoordelingscommissie voor de Raad voor Cultuur voor de culturele basisinfrastructuur (bis) waarmee het rijk instellingen steunt voor een periode van vier jaar. De toekenning van die subsidie was een ander hoogtepunt in het kunstseizoen van afgelopen jaar, voor sommigen een dieptepunt.

Met het aanbreken van de coronacrisis bleek de markt als heilige graal voor cultuur een lege huls

Elders boog zich met vijf andere commissieleden over de categorie presentatie-instellingen, plekken voor beeldende kunst anders dan musea. Er waren voor het hele land zes plekken beschikbaar en regionale spreiding was bij toekenning de regel: niet meer dan één instelling per stad. Uiteindelijk gaf de commissie in totaal acht aanvragers een positieve beoordeling en het advies aan de Raad voor Cultuur om zes daarvan de steun toe te kennen. De teleurstelling was groot en de verwarring compleet. West in Den Haag bijvoorbeeld was de afgelopen jaren voor het eerst opgenomen in de bis en lag er nu, ondanks een positieve beoordeling, alweer uit.

Acht positieve beoordelingen voor zes plekken. Was dat een statement van de beoordelingscommissie richting het systeem?

‘We hebben in ieder geval heel duidelijk laten zien dat er meer geld moet naar presentatie-instellingen en dat sommige steden meerdere belangrijke plekken hebben. Veel talent is nu eenmaal aanwezig in de grote steden, met name in Amsterdam, daar zitten twee post-academische instellingen, maar waar gaat al dat talent getoond worden? Zelden kom je als afstudeerder meteen met een solo in het Stedelijk. Je komt wel terecht bij de Appel, bij Framer Framed, bij P////AKT, CBK Zuidoost, W139, noem maar op.’

Er is veel kritiek op de inrichting van het subsidiestelsel in het algemeen. Een overheid die zich manifesteert in verschillende gedaanten – regionaal, provinciaal, landelijk – aangevuld door een wirwar van fondsen. Moet het stelsel op de schop?

‘Ik denk dat het belangrijk is dat we een gelaagd systeem hebben met een gelijke verdeling van middelen, waarin lokale gelden worden verdeeld door lokale commissies. Maar je ziet aan het cultuurbeleid dat de neoliberale waarden van de overheid hun weerslag hebben op hoe het bestel functioneert.

Er is sprake van een ogenschijnlijke vorm van vrijheid als het gaat over ondernemerschap. Als jij je eigen inkomsten kunt regelen en op die manier je relevantie kunt aantonen, dan gaat het goed. Maar uiteindelijk zorgt dat voor enorm veel bureaucratie. Alle culturele instellingen zijn voortdurend bezig met cijfers, kwantificeren, verantwoordingen. Nu door corona een groot deel van de eigen inkomsten wegvalt, zie je dat de grote spelers, zoals de grote musea die daar afhankelijk van zijn, meteen wegzakken. Tegelijkertijd is er generieke noodsteun die niet voldoende oog heeft voor de differentiatie van werkers in de cultuursector, waardoor die voor een groot deel buiten de boot vallen. Of door de partnertoets ineens weer afhankelijk worden van hun partner.’

Je omschreef de staat van de cultuur al voor corona eens als ‘burn-out’.

‘Achter onze enorme culturele rijkdom gaan veel mensen schuil die kwetsbaar zijn, amper kunnen rondkomen. Mensen die te hard werken waardoor er voor andere agenda’s te weinig ruimte overblijft. Van cultuur wordt verwacht dat zij bijdraagt aan de maatschappij, met verbeelding, schoonheid, zingeving en spel, maar die waarden zijn moeilijk te vinden als er bijna geen ruimte is om buiten het neoliberale kader te opereren. Mensen leven in een staat van permanente concurrentie, in de kunst ten opzichte van collega-instellingen en medekunstenaars. Daar gaat het, denk ik, ontzettend mis.’

‘Op veel openingen denk ik bij binnenkomst: waarom is mijn omgeving nu eigenlijk zo wit?’

Is meer geld de sleutel tot een gezonde sector?

‘Als we niet willen dat door de coronacrisis alles wat we hebben opgebouwd wegvalt, zal er een groot herstelfonds moeten komen. Het belangrijkste is een cultuuromslag in het denken over kunst. Dat kunst zich niet steeds hoeft te legitimeren in de zin van wat het betekent of oplevert, maar dat het veel meer gaat over de “doorvloeiende” waarde van kunst. Het opzoeken van vrije ruimte en uitnodigen tot nieuwsgierigheid en expressie is belangrijk in een tijd waarin veel mensen en gemeenschappen zich niet gezien voelen. Zorg, trauma, herstel en rouw zijn bijvoorbeeld thema’s die al in de kunst aanwezig waren, maar in coronatijd nog meer naar boven kwamen. Door daar ruimte voor te scheppen krijg je vanzelf een collectievere vorm van samenleven in de maatschappij en dat is wat we straks nodig hebben: hoopgevende beelden en verhalen voor een tijd van wederopbouw. Inspirerend en zeker heel waardevol in een democratie.’

Het eerlijke verhaal

De klimaatcrisis, de stikstofcrisis, de crisis op de woningmarkt en die in het onderwijs – bij de Tweede-Kamerverkiezingen van 17 maart staat veel op het spel. Het ‘eerlijke verhaal’, zoals Diederik Samsom dat in 2012 noemde, is dat er uit al deze crises geen eenvoudige uitweg is. In deze interviewserie analyseren prominente denkers de grote problemen waar de nieuwe regering voor komt te staan en dragen ze oplossingen aan.

Elders benadrukt dat het ook belangrijk is dat culturele instellingen en kunstenaars hun eigen vanzelfsprekende waarde gaan inzien. Dat ze zichzelf serieus nemen, niet als producenten, maar wel als arbeiders. Elders: ‘Werken in de culturele sector is gewoon werk en ik vind ook dat het gezien moet worden als werk, met een volledige positie in de maatschappij die bijdraagt aan de welvaart en dus ook mag rekenen op een deel van die welvaart. En niet alleen om het “vuile” werk op te knappen, waarmee ik bedoel hard werken aan thema’s waar de overheid zelf meer aan zou moeten doen. Überhaupt kunstenaar zijn, je leven te wijden aan het maken van, volgens sommigen, het “nutteloze”, is al een politieke keuze.’

De cultuuromslag is volgens Elders gaande. Binnen de sector wordt volop gesproken over de plek van kunst in de publieke ruimte en er is een fase van zelfreflectie aangebroken op het gebied van racisme en seksisme. Vóór corona ging het vaak over drie codes die de gewenste meerstemmigheid, bestuurlijke normen en eerlijke beloning en uitwisseling in de sector beschreven: de Code Diversiteit & Inclusie, Governance Code Cultuur en Fair Practice Code. Een invulling geven aan deze codes gold bij de aanvraag voor de bis nog als eis, maar instellingen hebben in coronatijd veel aan hun hoofd gekregen, en méér geld dat nodig is voor fair practice, is er straks mogelijk alleen maar minder.

We moeten voorkomen dat de ambities nu ondergesneeuwd raken, zegt Elders, want ook op het gebied van deze waarden kan kunst een voorbeeld zijn voor de maatschappij, ook daarin kan de kunst gaan doorvloeien. Zij maakt zich er persoonlijk hard voor. In een prachtige brief, gepubliceerd in Metropolis M, schreef ze vanuit haar achtergrond, kind van een Indische moeder en een Molukse vader, over haar ervaringen in de kunst (‘Zoete aardappels en de troost: Een brief die zich over een maand uitstrekt’, 22 juni 2020). Ze schreef: ‘Philomena Essed en Simone de Beauvoir stonden in de kast. En driekwart van mijn omgeving was bruin, zwart, queer. Tegenwoordig denk ik op veel museumopeningen bij binnenkomst een fractie van een seconde: waarom is mijn omgeving nu eigenlijk zo wit? Hoe witter, hoe beter? Het was en is elke keer weer een mijnenveld om dat aan te kaarten.’

En op het Fair Practice Symposium in 2019 sprak ze het veld direct toe. ‘Het lijkt misschien of de heersende orde open staat voor verzet. Maar die openheid is relatief. Welke kritiek is welkom? De kritiek waarvan we ons beter over onszelf gaan voelen?’

Heeft het zin om persoonlijke ervaringen tedelen, is er hoop op verandering?

‘Als ik al weerstand en agressie ondervind... Ik voel hoeveel uitsluiting er dan werkelijk is’

‘Ik denk dat het belangrijk is dat er mensen zijn die zeggen: let hier eens op, wat is hier aan de hand? Een “zelfreinigend” vermogen waar politiek en overheid een voorbeeld aan kunnen nemen. Over de toeslagenaffaire bijvoorbeeld vraag ik me af, waarom zie ik zo weinig verbinding? Rutte heeft het woord “schamen” gebruikt, maar op zo’n analytische manier dat ik dacht, hoe voel je dat nu echt? Er zat een soort afstand in terwijl, mijn hemel, waar hebben we het over: extreem onrecht, mensen die op basis van tot welke groep ze zouden behoren zijn uitgesloten. Hoe kun je daar met afstand naar kijken?

Daar zit gevoel en de kunst brengt dat gevoel in de samenleving. Passie, levenslust en zelfs sensualiteit en erotiek zijn belangrijk voor een omgeving die zo marketing- en productiegericht is als de huidige Nederlandse. Mensen zijn mensen, ze voelen, ze maken deel uit van de natuur, en dat is denk ik waarom er op dit moment zoveel afstand en eenzaamheid ervaren wordt. Het is goed dat gevoelens binnen de cultuur-sector worden uitgesproken en ik doe daar graag aan mee.’

Ook als dat een mijnenveld is.

Ze denkt even na: ‘Ja. De keus om zo persoonlijk te zijn is politiek. Om te zeggen: laten we het niet alleen op een ambtelijke manier hebben over al deze waarden, laten we ook kijken naar de mensen die daarachter zitten. Door het bij mezelf te houden kan ik dat doen zonder anderen te exposen.

Dat mijnenveld, daar ga ik niet dieper op in, het is wel positief als mensen daar zelf over nadenken. Wat zijn hun ervaringen, zijn zij zelf misschien die mijn? Ik heb er vooral achter de schermen veel mee te maken. Dat je heftige discussies hebt waarin je merkt dat alleen het feit dat onderwerpen rond ongelijkheid op de agenda staan, wordt ervaren als een afname van vrijheid. Door mensen die op een bepaalde positie zitten omdat ze meer tot de norm behoren en dus de vrije ruimte al hebben. Ik ga niet uit van slechte intenties, maar zie wel dat mensen elkaar niet begrijpen en daarom is de dialoog belangrijk. Ik denk dat je het debat niet moet schuwen. Het is alleen niet altijd leuk.’

En frustrerend, helemaal als je zelf ambities voor die posities hebt.

‘Ik heb een fijne omgeving: als ik iets tegenkom, is er meestal een manier om daarover te praten, om ermee om te gaan. Maar als ik al agressie en weerstand ondervind, in mijn positie op plekken die al behoorlijk transparant en gereguleerd zijn, dan zegt dat ontzettend veel over wat er gebeurt op andere plekken met andere mensen die niet die veiligheden hebben. Dat raakt me. Ik voel hoeveel uitsluiting er dan werkelijk is, en dat weten we ook, en waarschijnlijk ook veel erger.’

In 2019 werd Elders door de toonaangevende, in Berlijn gevestigde curator Bonaventure Ndikung uitgenodigd om mee te werken aan zijn editie van ‘sonsbeek’. Vijf van de zes curatoren in zijn team zijn van kleur, ongekend in Nederland. Maar ook de ambitie met de kunstmanifestatie, na de Tweede Wereldoorlog opgezet in het kader van de wederopbouw, is van on-Nederlandse proporties. De titel is Force Times Distance, de formule van arbeid, met als ondertitel: On Labour and Its Sonic Ecologies.

Dat is een mond vol, maar arbeid raakt aan het hart van de problematiek waar we zojuist over spraken. Elders: ‘Die kloven in de maatschappij en mensen die zich niet gezien of veilig voelen, hebben ook te maken met klassenverschillen waarvoor te weinig aandacht is. Ook dat gaat over arbeid herkennen en serieus nemen, kortom fair practice.’ Sonic ecologies zijn de dingen in de maatschappij die niet direct zichtbaar of uitspreekbaar zijn, maar waar we goed voor moeten luisteren.

Het team van Bonaventure Ndikung besloot als experiment het meerjarenmodel sonsbeek20-24 te ontwikkelen. Dus niet een tentoonstelling die één zomer piekt, als een blockbuster, maar een manifestatie uitgesmeerd over vier jaar. Vertragen als practice, noemt Elders dat, maar toen kwam corona en werd alles sowieso vertraagd. Ze kan erom glimlachen, het geeft maar aan hoe actueel en relevant de kunst ook hier weer is.


Correctie 25/2. In dit artikel is een wijziging aangebracht om te verduidelijken dat het wantrouwen en de gevoelens van onveiligheid die worden beschreven geen eenduidige oorzaak hebben.