FILM

Kunst en de naderende dood

Whatever Works

Larry David, acteur, medebedenker van Seinfeld en producent van Curb Your Enthusiasm, geeft een desastreuze vertolking als de aan lager wal geraakte quantumfysicus Boris Yellnikoff in de nieuwste Woody Allen, Whatever Works. Zijn afgang is even pijnlijk als moeilijk te verklaren. Zijn personage heeft schitterende tekst, bijvoorbeeld: ‘Als jij een van die idioten bent die het nodig heeft zich goed te voelen, ga een voetmassage halen.’ Toch verknalt David het; vaak lijkt hij in lachen te kunnen uitbarsten, alsof hijzelf niet echt in de film of zijn rol gelooft, maar meer in zichzelf als mens. Zo krijgt Boris Yellnikoff nooit de ruimte om een echt personage te worden in Whatever Works.
Na zijn afgang als wetenschapper, om mysterieuze redenen, en zijn mislukte huwelijk doet Boris weinig anders dan met zijn vrienden over niets zitten praten op het terrasje van een restaurant in Chinatown, Manhattan. Om aan de kost te komen, leert hij kinderen schaken. Dat valt tegen. De domheid van de kinderen maakt hem zo boos dat hij hen met schaakstukken bekogelt. Toevallig ontmoet hij de hoogblonde, sexy Melody St. Ann Celestine, een tienerbimbo uit het Zuiden gespeeld door Evan Rachel Wood. Zij krijgen een relatie. Dan arriveert Melody’s moeder, Marietta (Patricia Clarkson). En haar vader Jon (Ed Begly junior). Waarna Boris’ wereldje helemaal op z’n kop staat.
Whatever Works opent met Hello, I must be going, het prachtige lied van Groucho Marx uit Animal Crackers (1930). Dat zet de toon, want na een half uur kijken snakte ik naar de Marx Brothers. Dat komt door Larry Davids schreeuwerige manier van acteren, maar vooral door het script van Woody Allen, een grote fan van Groucho, Harpo en Chico. Gevraagd waarom hij hen zo leuk vond, antwoordde Allen ooit: ‘Alles wat ze deden, had een zekere hilariteit. Het zat in de genen (…) Neem Groucho. Als je met hem dineert, bijvoorbeeld, was het grappig. Het was niet dat hij grappig probeerde te zijn, het was niet de inhoud van wat hij zei. Maar iets in zijn ritme, in de intonatie van zijn stem, was ingebouwde grappigheid.’
Daarmee slaat Allen de spijker op z’n kop. En die ‘ingebouwde grappigheid’, die Allen zelf in zijn vroegere werk laat zien, ontbeert Larry David in Whatever Works. En toch torpedeert hij de film niet. Dat is te danken aan Allens geweldige oneliners. En toch ook aan Evan Rachel Wood, die een heerlijke Melody neerzet. Aanvankelijk lijkt zij het archetypische domme blondje, maar later krijgt haar karakter diepte. Wanneer haar frivole moeder arriveert, toont Melody zich opeens in staat tot volwassen liefde.
Liefde, de naderende dood, kunst – alle vertrouwde Allen-thema’s komen in Whatever Works aan bod, onder meer in een mooie subplot waarin de burgerlijke, met een wegwerpcamera gemaakte kiekjes van Marietta worden ontdekt waarna zij beroemd wordt als ‘fotograaf’. Een statement van Allen over de oppervlakkigheid van het moderne leven.
Humor maakt zijn behoorlijk pessimistische wereldbeeld draaglijk. En relevant. Statements als: ‘Uiteindelijk transformeren de romantische dromen van onze jeugd zich tot: whatever works’ zijn tamelijk duistere gedachten als je er goed over nadenkt. Maar de waarheid, nietwaar? Geen wonder dat Boris, die deze tekst uitspreekt, suïcidaal is. Zelfs de Zuidelijke nimf biedt dan geen soelaas meer.

Te zien vanaf 12 november