Kunst en orders

Rue Sauvage: Een keuze uit het werk van de situationisten. Samenstelling Rene Sanders, uitgeverij Spreeuw/Tzara, 118 blz., f34,50
‘Het verval van de heersende kultuur is een overal waarneembaar feit geworden. Ideeen, handelingen en produkten van de bestaande kultuur die getuigen van enig begrip voor ons tijdvak zijn er niet meer. De kultuur is tot nul gereduceerd! De principes van de Cobra-beweging hebben tot niets geleid en de nalatenschap van een roemloos ten onder gegaan. Cobra bestond slechts uit formele varianten van individuele technische kunstjes in staat van ontbinding, zoals het neo-expressionisme in schilderkunst en poezie.’

Elke zin in dit citaat is een bewering, sterker nog dan een stelling: de constatering van een feit! De voorlaatste zin gaat in de haast van de executie ten onder. Het uitroepteken duldt geen tegenspraak. Aandoenlijk is het vraagteken, een pagina verderop: ‘Is het gemis aan kultuur nu niet juist pijnlijk voelbaar in de ellende van televisies en scooters?’ De tekst begon met een streep onder het verleden: 'Het heeft geen zin meer te proberen deze of gene kulturele aktiviteit uit te bouwen, als wij niet van een totaliteit uitgaan die de hele maatschappij omvat.’ Het slot luidt de ware toekomst in: 'De stedebouw als eenheid zal een altijd variabele, altijd levendige, altijd aktuele, altijd kreatieve aktiviteit van de toekomstige mens zijn. Alles wat wij tegenwoordig ondernemen moet beschouwd worden in het licht van dit perspektief en moet tevens die weg voorbereiden.’ 'Moet’ rijmt dwangmatig op 'de toekomstige mens’; aan het 'wij’ valt niet te ontkomen.
We schrijven 1959. Ondertekenaars: A. Alberts, Armando, Constant, Har Oudejans. En het gaat om 'De eerste verklaring van de Nederlandse afdeling van de Situationistische Internationale’. Nu munten verklaringen en manifesten doorgaans niet uit in genuanceerd taalgebruik en precieze analysen, dat maakt het autoritaire geblaf in een tekst als deze echter niet minder typerend. De verklaring detoneert allerminst in de verzameling 'situationistische teksten’ die Rene Sanders, schrijver van een proefschrift over de avant-gardebeweging van de Situationisten, samenstelde, vertaalde en inleidde. Het zijn teksten uit de aanloopperiode die in 1957 tot de oprichting van de internationale beweging leidde, voortgekomen uit Cobra en de internationale lettristen, met als drijvende krachten Guy Debord, die vooral bekend zou worden door zijn boek De spektakelmaatschappij, en de schilders Asger Jorn en Constant Nieuwenhuys. Kernbegrippen waren de nieuwe stedebouw, het construeren van situaties, het ronddolen in de stad en het verdraaien van voorbewerkte esthetische elementen. In 1962 bleef er na de nodige uittredingen en royementen rond Guy Debord en Raoul Vaneigem een harde kern over. De tijd van de kunst was definitief voorbij en alles behoorde in dienst te worden gesteld van de sociale revolutie. 'Wij zijn alleen maar kunstenaars vanwege het feit dat wij geen kunstenaars meer zijn: wij gaan de kunst verwerkelijken.’ Een en ander kun je samenvatten met een titel van Asger Jorn uit 1964: Kunst en orders.
De teksten vertonen de kenmerken van bijna alle avantgardistische collectieven van deze eeuw. De pluralis majestatis is de syntactische vorm bij uitstek van de grootspraak en het zwartwitdenken in wij en zij. In de megalomanie kunnen de activiteiten niet tot een kunstvorm beperkt blijven, evenmin tot de kunst, en het hele maatschappelijke leven wordt tot werkplaats, laboratorium of slagveld verklaard. En als om de vijand voor te zijn, werpen de kunstenaars die geen kunstenaars willen zijn zich op als avant-garde inzake de opheffing van de kunst. Laat vervolgens de grote vijand zich niet zien, dan beginnen we maar met het bestrijden en royeren van collega’s. 'Op vaak schaamteloze wijze hebben de zgn. postmoderne filosofen als Baudrillard, Lyotard en Virilio de ideeen van de situationisten geplagieerd.’ Klakkeloos neemt de samensteller van deze bundel het wegwerptoontje van zijn idolen over, zoals hij ook verder kritiekloos hun geloof in grote woorden volgt. En de jaren zestig spannen de kroon wat betreft grootspraak. Het zal wel niet de bedoeling zijn, maar dit boek illustreert heel goed hoe avantgarde-bewegingen eerst en vooral zijn bezweken onder hun eigen grootheidswaan.