Kunst op komst

Kunst en vernieuwing

‘Omstreeks 1979 was het met de avant-garde gedaan. Daardoor werd in één klap een van de meest succesvolle clichés van de kunstkritiek tot een zinloze term gedevalueerd.’ Kunstenaars lopen niet meer vooruit op de toekomst, ze zijn nog slechts ‘een kroon op het verleden’.

Zo oordeelde de prominente kunstcriticus Robert Hughes, in zijn spraakmakende The Shock of the New, in 1980. Voor Hughes, nooit te beroerd om met zijn contemporainen af te rekenen, lag dat zowel aan de kunstenaar (commercieel, narcistisch) als aan de samenleving (blasé, verveeld). Hoe is dat vandaag? Een nieuwe lichting kunstenaars heeft sindsdien nieuwe manieren gevonden om te shockeren; door te persoonlijk te worden (Tracy Emin) of te sadistisch (Joep van Lieshout, Tinkebell, Jake en Dinos Chapman), te ranzig seksueel (Paul McCarthy), door verspilling van geld (Damien Hirst) of manuren (Ai Weiwei en Takeshi Murakami).
En net zo prangend is de vraag in hoeverre vernieuwende kunst nog de ruimte heeft in Nederland. Het kunstbeleid van het kabinet-Rutte zet duidelijk in op erfgoed, ten koste van toneel, dans en beeldende kunst die zichzelf nog moeten bewijzen. Hoe gaan theatermakers, museumdirecteuren en regisseurs daarmee om? Meer dan ooit zal het nieuwe de strijd met het oude moeten aangaan.