Holland Festival: The Forsythe Company presenteert The Returns

Kunst in de schoonheidssalon

Voor William Forsythe is dansen een vorm van denken. The Returns houdt de beeldende-kunstwereld tegen het licht en komt tot de conclusie: less is less.

Medium the returns 11 tilman o donnell nicole peisl  dominik mentzos

Het gepiep en gekraak komt van achter uit de speelzaal. Een enorme printer spuugt hier grote vellen papier uit, vers bedrukt met teksten als ‘being dead before the art story’. De posters voorzien het danstheater zo op subtiele wijze van ondertiteling, totdat ze uit het apparaat vallen en op de vloer opgaan in de chaos die de rest van de zaal definieert. De witte muren zijn beplakt met slordig uitgeknipte posters van al even verknipte figuren. Slingers met speelkaarten en een legernet hangen door de ruimte, de vloer ligt bezaaid met pingpongballen. De inrichting is, kortom, niet wezenlijk anders dan een kunstinstallatie van een jonge avant-gardekunstenaar, in de doorsnee stand van een topgalerie op een internationale kunstbeurs.

Welkom in de beeldende-kunstwereld, waar The Returns de draak mee steekt om er ten slotte volledig in op te gaan. Het vlakkevloertheater is een creatie van William Forsythe en achttien dansers van The Forsythe Company, met muziek van Dietrich Krüger, Sebastian Rietz en Thom Willems, de Nederlandse componist met wie Forsythe vaak samenwerkt. Twintig jaar lang werkte Forsythe als directeur van het Ballett Frankfurt, waar hij de grenzen van het menselijk lichaam het uitgangspunt van zijn choreografieën liet worden en klassiek ballet vertimmerde met hoekige lijnen en niet eerder vertoonde structuren. Hij vertelde eens aan BBC Radio 3: ‘Het lichaam leert je enorm veel over de wereld. Ik zou zelfs zeggen dat het lichaam in veel gevallen werkt als een oor, dat het lichaam zelf een gehoororgaan is.’

In 1996 bracht het Holland Festival Forsythe’s vierdelige ballet Artifact (1984), uitgevoerd door Het Nationale Ballet. Dit ‘architecturale’ ballet geldt als revolutionair, met dansers die lijnen uitbeeldden en het gordijn dat meermalen tijdens het stuk naar beneden kwam en zo het esthetische beeld van de dans dwars doormidden knipte.

In 2005 richt Forsythe zijn eigen gezelschap op, The Forsythe Company. Hij bouwt zijn filosofische benadering van ballet verder uit. Hij zegt zich te laten inspireren door alles uit het ‘nu’, waaronder boeken en tv maar ook architectuur, nieuwe media en voor The Returns de ondoorgrondelijke wereld van de beeldende kunst. Voor aan het speelveld, vlak voor het publiek, neemt een stereotypische Aziatische manicure plaats achter haar met rommel overladen behandeltafel. De stukjes rood plakband rond haar lippen accentueren haar gemaaktheid en laten steeds los wanneer ze praat. Struikelend over haar woorden en met een stem als een ijspriem vertelt ze het publiek over haar liefde voor kunst, haar zinnen steeds eindigend met rijmende varianten van het woord art: part, hard, smart, start.

Dit is dus allemaal geen kunst, gilt de vrouw boven de opzwepende muziek uit. Moven! ‘Deep-art-ure...’

Het personage en het acteertalent van deze manicure/galeriehoudster/curator/critica, gespeeld door Yoko Ando, doen denken aan Ushi Hirosaki. Dat is geen groot kunstenaar, maar het dolflauwe alter ego van Wendy van Dijk op rtl4. Maar ook zonder die kennis is het toneelspel een slapstick en mondt de rijmelarij uit in slechte woordgrappen. Kijk eens goed naar de woorden ‘ma-ni-cure’ en ‘art-is-jok’: met een geprononceerd Chinees accent, een licht spraakgebrek en even puzzelen komt u er wel uit. En natuurlijk is deze vrouw helderziend, de exclusieve eigenschap waar galeriehouders ons aan de lopende band obscene video-installaties mee door onze strot willen duwen, lijkt Forsythe te zeggen.

Achter de printer bevindt zich nog een zaal, de ruimtelijke vereiste die maakt dat The Returns tot nu toe alleen in grote ruimtes in Frankfurt am Main en Dresden is opgevoerd. In deze donkere, lege achterkamer wordt gedanst, ingetogen, tot de dansers de galerie betreden. De haperende taal van de galeriehoudster lijkt op verrassende wijze gelieerd aan hun bewegingen. Art part enzovoort experimenteert met hoe de ene vorm past in de andere en ook de dansers herhalen hun beweging, imiteren elkaar, vluchtig, dansen rond staande spiegels en tasten de galerieruimte af. Hun lichamen verlengen zich, laag bij de vloer en benen hoog in de lucht, als ze reiken naar de ‘kunstwerken’ en naar de galeriehoudster, die hen niet lijkt op te merken. Een danser kruipt haast bij haar op schoot, een ander werpt eens een pingpongballetje door de lucht, maar wanneer de galeriehoudster en de extravagante klant aan haar tafel geen oog voor de kunst hebben, druipen ze af, zwaaiend naar het publiek.

Forsythe noemt zichzelf een kunstenaar die werkzaam is op het gebied van de choreografie, een beschrijving die aangeeft dat dans voor hem een zekere mate van abstractie behelst. De coördinatie van het lichaam is voor Forsythe de hoogste vorm van denken en choreografie kan ook los van de dans beoefend worden. In het essay Choreographic Objects schrijft Forsythe dat choreografie niet alleen een instructie is om te kunnen dansen. Het choreografisch object, zoals hij dat noemt, kan ook op zichzelf staan, als ‘model van een potentiële transitie van de ene staat naar de volgende, in iedere denkbare ruimte’.

Choreografie kan dus als ordenend principe zichtbaar gemaakt worden en dat gebeurt in Motion Bank, een project van het gezelschap dat een digitale annotatie van choreografie ontwikkelt. Hoe kan de compositie van een dans met het publiek gedeeld worden? Bij Forsythe’s choreografie One Flat Thing, produced ontwikkelde Motion Bank onder de naam Synchronous Objects een visueel overweldigende partituur. Terwijl je – online – de dans bekijkt, kun je kiezen uit instellingen die het zeer complexe schema van de bewegingen per danser inzichtelijk maken, variërend van een time-line met tekstuele aanwijzingen tot een lijnenspel dat de dans letterlijk binnendringt. 25 bewegingsthema’s lijken ten grondslag te liggen aan het duizelingwekkende danspatroon.

De zooi die hedendaagse kunst met zich mee kan brengen, is redelijk natuurgetrouw weergegeven

Choreografie kan ook in een beeldende-kunstvorm gegoten worden, zoals Forsythe vorig jaar in het Museum Folkwang in Essen demonstreerde. Vierhonderd pendels hingen aan lange draden vanaf het plafond tot laag bij de grond, door een grote zaal. De pendels konden in beweging worden gebracht tot een complex ensemble dat zich in onnavolgbare richtingen bewoog. Een film op de website van het museum toont hoe dansers soepel door dit doorzichtige veld van tegengestelde richtingen manoeuvreerden, met kleine pasjes, een slide naar links en rechts, korte pauzes en sprongen. Nowhere Everywhere, eerder uitgevoerd op de Dans Biënnale van Venetië, brengt de atmosfeer zichtbaar in beweging.

The Returns is met het bonte decor en de excentrieke dansers verre van ingetogen, maar ook hier dicteert abstractie het ritme van het optreden. Een prachtige scène wordt begeleid door het geluid van een tafeltennisspel, dat buiten het gezichtsveld van het publiek door een hele groep mensen wordt gespeeld. Het getik van de pingpongballetjes vult de ruimte, in een zelfde onvoorspelbaar ritme als de pendels in het museum.

De kritiek die The Returns levert op de kunstwereld is duidelijk niet gericht tegen álle uitingen van beeldende kunst. Het zijn geen abstracte kunstwerken die het decor van het speelveld sieren, maar amateuristisch geknutsel dat bovendien eindeloos op de printer kan worden bijgemaakt. De voorstelling ageert tegen deze al te makkelijke vorm van kunst en haar holle retoriek. Tegen leeghoofden, tegen de macht van het geld. The Returns betekent letterlijk de opbrengsten, een product maar net zo goed de winst.

Het hele kunstcircus trekt in het danstheater voorbij, in weelderige kostuums en tenues met bloemen, baarden en glitterrok. Jeff Koons is impliciet aanwezig in een scène met een opblaasbare zwemband, het handelsmerk van de kunstenaar en tevens de ultieme vorm van gebakken lucht. Paul McCarthy zou de inspiratie kunnen zijn geweest voor de wilde dans van een troep piraten, die een geweldig zeemanslied ten gehore brengen. Hun grimmige koppen zouden zo uit de Caribbean Pirates-_video van McCarthy kunnen zijn gestapt, een verontrustend piratenfeest dat ontaardt in een gnomerige orgie. Vertoond in de beste galeries en mooiste musea ter wereld. Dit is dus allemaal geen kunst, gilt de vrouw boven de opzwepende muziek uit. Moven! _‘Deep-art-ure…’

Een schoonheidssalon als setting voor de kunstwereld is niet zo gek gekozen: oppervlakkigheid viert er hoogtij en de zooi die hedendaagse kunst met zich mee kan brengen, is ook redelijk natuurgetrouw weergegeven. The Forsythe Company weet de botsing tussen de verschillende belangen en attitudes van snobistische critici en hebberige verzamelaars, opgeklopte zakenlui en zelfbenoemde kunstenaars om te zetten in een ruimtelijke dans, die eindigt in een modeshow waarin dans en theater samenkomen. Vanuit de donkere achterzaal komt een stoet modellen op, rennend, paraderend of worstelend met hun kunstzinnige kostuums. De een draagt houten stoelen als schoenen aan zijn voeten, een ander een rok van Pringle-chips. Een papier met ‘The artist is absent’ wappert uit een zelf gefabriceerde koelkast, een tekst als parodie op de performance The Artist is Present van Marina Abramovic. De kunstenaar zat ooit drie maanden lang stil op een stoel in het MoMA in New York, te staren, te zweten, te huilen en te lijden terwijl ze haar kunstwerk volbracht. ‘Less is less’ knippert op een elektronisch bord in de handen van een ander model. De stortvloed van vormen blijft maar komen in deze bontgekleurde performance, of beter gezegd: deze party.


The Forsythe Company, The Returns, 23 t/m 25 juni, Westergasfabriek, Zuiveringshal West, Amsterdam.

Beeld: The Returns, The Forsythe Company (Dominik Mentzos).