Kunst in het openbaar

Rudi Fuchs deed het weer. De museumdirecteur pleitte voor een minder vrije hand van de kunstenaar waar het kunst in de openbare ruimte betreft. Net als heel vroeger moet de opdrachtgever bepalen wat hij op straat wil zien en daar vervolgens een uitvoerend kunstenaar bij zoeken.

Op hetzelfde symposium waar Fuchs deze mening spuide, sprak Hans van Houwelingen - die voor jonge kunstenaar doorgaat maar meningen ophoest die na de afschaffing van de avantgarde in het retoricamuseum zijn bijgezet - van ‘lobotomie’ op zijn vakgenoten indien opdrachten worden ingeperkt.
Wordt wakker, heren. Zonder dat u het merkte is het tijdperk van de hoogstindividuele uitwerpselen die beeldende profeten in momenten van duizelingwekkende inspiratie aan plein of park meenden te moeten toevoegen, uitgeluid. Gemeentelijke commissies die speurden naar gaatjes om met kunstwerken te vullen, vonden burgers tegenover zich die hun duurbetaalde uitzicht niet belemmerd wilden zien door werkverschaffing in steen of metaal. Gevolg: drilboren bereidden een betonsculptuur die zijn schaduw in verscheidene woonkamers wierp een vroegtijdig einde.
De opdrachtgever moet weten wat hij wil, het zijn tenslotte zijn centen, en het opsieren van de openbare ruimte is geen BKR, maar sinds jaar en dag gebeurt kunst in eindeloos overleg, naar Nederlands gebruik. 'Schoonheidsfouten’ komen voor rekening van kleingeestige of indifferente opdrachtgevers. Ook naar Nederlands gebruik.