Kunst komt van praten zo gaat dat dus: retroperspectief aanbrengen met behulp van tekst. zoals een blinde zijn weg door het duister vindt met in zijn handen een op volle kracht brandende stormlamp

Alles moest anders, vond Cathérine David, samenstelster van de onlangs geopende tiende Documenta. De laatste Documenta van deze eeuw, zo poneerde David streng, is die van de intellectuele reflectie. Hoe een Parijse kunstwetenschapster ten onder gaat in het gevecht tegen de ‘spektakelmaatschappij’.
Documenta X, Kassel, 21 juni t/m 28 september. Dagelijks van 10.00 tot 20.00 uur. Informatie: tel. 00 49 561 707270. Internet: http://www.documenta.de
IN DEN BEGINNE was het woord, maar nog geen Rem Koolhaas. Nu is er Documenta X, en zie: Koolhaas’ woord is beeld geworden. Die opzienbarende versmelting van twee werelden valt te bewonderen in Kassels Kulturbahnhof, waar het op de muren geplakte fotobehang van Neerlands beroemdste architect beletterd is met ronkende teksten. ‘New Urbanism: Pearl River Delta’ heet de foto/ tekstbijdrage van Koolhaas, die zich de laatste jaren met een team van deskundigen over de toekomst van de Aziatische metropool buigt.

In de zich wereldwijd manifesterende architect, auteur van cultuurtheoretische klassiekers als Delirious New York en het vuistdikke S, M, L, XL, moet David een geestverwant hebben gezien, een denker die prangende vragen stelt over de toekomst van de planeet aarde en haar bewoners.
‘Where are the holes in Globalization?’ schrijft Koolhaas in bloeddruk-opjagend architectenjargon over de kleurenfoto’s van het Chinese 'urbane landschap’ vol wolkenkrabbers en reclameborden.
Niemand van de bezoekers schijnt zich er druk om te maken of naar antwoorden te zoeken. En dat terwijl Cathérine David er nog zo op had gehamerd dat deze Documenta moet worden opgevat als een 'aanjager van politiek-cultureel-esthetisch-ethisch-maatschappelijke bewustwordingsprocessen’.
Gaten in de Globalisatie. Hoe onheilspellend klinkt dat. Helemaal de tiende Documenta. Dat is andere koek dan het simpelweg opsommen van lijstjes met kunstenaarsnamen zoals Davids voorganger Jan Hoet deed bij de voorbereiding van Documenta IX. De chaotische spraakwaterval uit Gent had dan ook geen doortimmerd filosofisch concept in de aanbieding, of het moest het (mèt enthousiaste medewerking van de voltallige kunstpers) grotendeels in zware Vlaamse bieren verdronken idee zijn van de boksring als metafoor voor kunst en leven.
CATHERINE DAVID (42), door de Duitse pers omgedoopt tot 'Chichi aus Paris’, voormalig conservator van zulke moderne kunsttempels als het Parijse Galerie National du Jeu de Paume en het Centre Pompidou, pakt de zaken beschouwelijker aan dan de vanuit de kunsthistorische onderbuik opererende Hoet. De tiende Documenta is een zoektocht geworden naar de 'sociaal-utopische kracht’ en 'maatschappelijke betekenis’ van kunst in plaats van een verzameling lagere visuele lusten ('Schaulust’ zeggen de Duitsers) bevredigende kunstobjecten.
Er zijn natuurlijk al genoeg mooie schilderijtjes en beeldhouwwerkjes in deze hoe langer hoe meer op geldelijk gewin ingestelde wereld, zal David hebben gedacht. Een wereld waarin, zo betoogt David streng, de beeldende kunst tot kunstindustrie is verworden en als volledig commerciële handelswaar onderdeel uitmaakt van een spektakelcultuur waarin het kritisch denken bijkans tot nul is gereduceerd.
Met deze intellectuele stormram in handen bestormt de dappere Parisienne de poorten van Fort Documenta. Het wordt haar, om het zachtjes uit te drukken, niet in dank afgenomen.
'Hoongelach voor curator David op tiende Documenta’, kopte de Volkskrant daags na opening verheugd. In de praktijk bleek het allemaal wel mee te vallen: de tv-beelden laten zien hoe David het gekrakeel van de journalisten pareert met de ondiplomatieke sneer dat degenen die 'niets van mijn verhaal hebben begrepen er beter aan doen om de tekst nog maar eens nauwkeurig door te nemen’. Waarna er wel wat boe-geroep weerklinkt, maar niet het verpletterende hoongelach dat de Volkskrant meende te horen.
Dat David een instituut als de Documenta opent met een toespraak in het Frans - een taal die toch voornamelijk in Frankrijk wordt gesproken - is een uitglijer van formaat. Gallisch-arrogant en geheel in tegenspraak met de internationale uitstraling van het vijfjaarlijks weerkerend megaspektakel. Door die weinig persvriendelijke catalogusinleiding onverstoorbaar tot de laatste letter voor te lezen, maakte David wèl in één klap de onderliggende boodschap van deze Documenta duidelijk: de in Documenta X bijeengebrachte kunst dient als bewijsmateriaal voor de in de catalogus verwoorde maatschappijkritische theorie. En die theorie staat in dienst van het verzet tegen het oppervlakkig kunstgenot in de musea, galeries en Kunsthalle van deze door en door verrotte, vercommercialiseerde spektakelmaatschappij.
Nee tegen het commerciëel uitgebate kunsttoerisme!
Weg met de schilderijen!
Aux armes documentariens!
Alles moest anders: Documenta X (door David consequent met een kleine ’d’ geschreven om het 'menselijke formaat’ van de tentoonstelling te benadrukken) wil het discours over de rol van de kunsten in de hedendaagse maatschappij aanwakkeren, de betekenis van Internet en de nieuwe media onder de loep nemen, èn uitspraken doen over de nieuwste wereldpolitieke ontwikkelingen, zoals daar zijn: globalisatie, migratiegolven, de bevolkingsexplosie in Azië, de groeiende problemen van Afrika, racisme en de 'vervreemding’ van de hedendaagse mens in een toenemend door informatienetwerken bepaalde wereld… Voila! David koestert, kortom, de ambities van cultuurfilosoof, socioloog en wereldverbeteraar in één. Belangrijke kunst is voor haar altijd in de eerste plaats cultuurkritiek en pas in de laatste plaats esthetisch genoegen. De gedecideerde conservator (mogen we haar nog wel zo noemen?) plaatst dus beschouwelijke vraagtekens waar haar collega’s zich veelal verliezen in het romantische idee van de kunstenaar als genie, alleen te bevatten in kunsthistorische uitroeptekens. Davids aanpak getuigt van intellectuele moed, maar belast de kunst met een theoretisch-maatschappelijke betekenis die voor de tentoonstellingsbezoeker niet altijd duidelijk is.
Gelukkig is er de Documenta Kurzführer (toch nog driehonderd pagina’s) om in de kontzak mee te nemen. En niet te vergeten het boek dat nadrukkelijk géén tentoonstellingscatalogus wil zijn, maar een zelfstandige 'ruimte’ (David) binnen Documenta X. Achthonderd pagina’s cultuurtheoretische beschouwingen, manifesten en pamfletten van schrijvers, kunstenaars, filosofen, architecten, antropologen en vrijdenkers uit de 'tegenkultuur’, samengebracht in een vijf kilo wegend naslagwerk. Documenta X, the book, met de davidiaanse titel Politics (het meest doodgezwegen onderwerp in de wereld der Schone Kunsten, zoals kunstcritica Anna Tilroe bestraffend opmerkte in NRC Handelsblad), kan niet op de wandeling door Kassel worden meegenomen, maar dient, als onderdeel van de tentoonstelling, op het bureau gelegd voor nadere bestudering. En mocht dat er niet van komen, dan kan het zilverkleurige boekwerk nog altijd dienstdoen als theoretisch zwaar onderlegd presse-papier.
Het is de geest van de maatschappijkritiek die door boek, tentoonstelling, publiek debat ('100 dagen - 100 gasten’) en Internet-sites waait.
KRITISCHE gedachten moet je de ruimte geven, zal David hebben gedacht, en besloot de Friedrichplatz, traditioneel het hart van de Documenta, leeg te laten. Waar eens de zevenduizend basaltblokken van Joseph Beuys lagen opgestapeld en Jonathan Borofsky’s Himmelfahrer (een driftig voortstappend mannetje op een de lucht in priemende metalen buis) de Documenta bezoeker vrolijk welkom heette, geselt nu de kille wind van de intellectuele reflectie de argeloze kunsttoerist. Wie goed luistert hoort door het loof der Kasseler eikebomen de lispelende stemmen van Theodor Adorno, Michel Foucault en Paul Virilio, als theoretische achtergrondruis bij wat Duitse kunsthistorici graag 'die konkrete, unmittelbare Kunsterfahrung’ noemen.
Gewone mensen vertalen dat in 'lekker kunst kijken’, een zintuiglijk verlangen zo simpel dat het de ernstige Cathérine bijna onbegrijpelijk moet voorkomen.
Kunst kijken op de tiende Documenta is in de eerste plaats: in de Kurzführer lezen, met fronsend voorhoofd het vermaledijde kunstobject analyseren en dan in discussie treden met de andere aanwezige bezoekers. Ik heb het zien gebeuren en bij m'n gezond: de mensen vermaken zich uitstekend op deze 'anti-monstertentoonstelling’ (met uitzondering natuurlijk van de zalen waar Rem Koolhaas’ kinderkamerbehang globaal-decoratief hangt te wezen). Davids Documenta brengt niet alleen de tongen van de critici in beweging, ook de bezoekers doen, na jaren kunstconsumerend stilzwijgen, een duit in het zakje. Bij Gerhard Richters Atlas (1962-1996), een indrukwekkend schildersdagboek van ingelijste kiekjes en knipsels, bij de lege lijsten van Marcel Broodthaers’ Musée d'Art Moderne, Département des Aigles, Section Publicité (1968), bij Hans Haacke’s Shapolsky et al. Manhattan Immobilienbesitz, ein gesellschaftliches Realzeitsystem, Stand 1. Mai 1971 (wat waren die titels làng in de jaren zeventig), een vlammend protest tegen de wanpraktijken van Newyorks projectontwikkelaars, bij Michelangelo Pistoletto’s met verf bespatte, opgebaarde schildersoverall: overal klinken stemmen. Stemmen van verbaasde bezoekers die zich afvragen waarom het werk van al lang in het pantheon van de kunstgeschiedenis bijgezette kunstenaars nu juist op deze Documenta te bewonderen valt.
Totdat het antwoord wordt gegeven door een van de vele Documenta-Gruppenführer, die op luide toon het toverwoord 'Retroperspektiv’ door de zalen laat schallen.
Een mooi woord.
Herhaal het steeds sneller en uw tong zal achter de op volle kracht uitgestoten medeklinkers blijven haken, waarna het woord aan uw lippen ontsnapt als een klankdicht uit Kurt Schwitters’ Ursonate: 'RRRRrrrrettttrroooOOOprrsssPekktiiiiFFFff!’ Driemaal heb ik het woord als een machtige Zen-oerkreet door het Ottoneum, het Fridericianum en de Dokumenta Halle afgevuurd. Tot drie keer toe werd ik luid toegejuicht door Documenta X-suppoosten (gekleed in mooie zilverkleurige hesjes), voornoemde Gruppenführer en uiteindelijk door Cathérine David zelf.
NIET WAAR, natuurlijk. Maar het had kunnen gebeuren, zo hoog loopt de intellectuele spanning op bij Davids 'manifestation culturelle’. Davids idee van 'de blik terug naar voren’, zoals de vertaling van de term retroperspectief officiëel luidt, levert wel een omvangrijke verzameling werken van bekende (Van der Elsken, Broodthaers, Pistoletto, Hamilton) en onbekende kunstenaars (Clark, Oiticica, Levitt, Fahlström) op, maar met het 'perspectief’ wil het niet zo vlotten. David wil ons het heden beter laten begrijpen door het 'potentieel’ van de maatschappijkritische avant-garde uit de jaren zestig nog een keer voor het voetlicht te brengen en te confronteren met het werk van hedendaagse kunstenaars. Maar wat voegt Marijke van Warmerdams (1959) filmsculptuur Rijst, waarin een loop getoond wordt van een meisje dat een kom rijst over zich heen gooit, in godsnaam toe aan de op de tegenoverliggende wand geprikte, sukkelige 'orgaantekeningen’ van de Oostenrijkse Maria Lassnig (1919)? En wat zeggen ons nu nog de rubberen pakken van de Braziliaanse Lygia Clark (1920-1988)? Levenloos hangen ze aan de muur, net zo levenloos als de kledingstukken van de Braziliaan Hélio Oiticica (1937-1980), een van Davids favorieten. In de Kurzführer lezen we dan dat Oiticica de felgekleurde kledingstukken heeft ontworpen voor de dansers van Rio de Janeiro’s jaarlijkse sambafestival. Als 'levende sculptuur’ trokken de door Oiticica aangeklede dansers door de straten van Rio.
De gids: 'Ohne sich auf einen mythologischen Universalismus zurückführen zu lassen, bietet das Werk Oiticicas in Reaktion auf die modernistischen Kunstnormen amerikanischer Provenienz ein ausdrücklich Brasilianisches Bild. Es inspirierte die rasch wieder korrumpierte tropicalistische Bewegung, deren ursprüngliche Intention es war, auf der Grundlage eines Antiimperialismus die vitalen Besonderheiten und Möglichkeiten einer im Entstehen begriffenen Kultur aufzuzeigen, die sich vom Stigma des Exotischen befreit hat.’
Zo gaat dat dus: retroperspectief aanbrengen met behulp van tekst. Zoals een blinde zijn weg door het duister vindt met in zijn handen een op volle kracht brandende stormlamp.
De door David aangebrachte dwarsverbanden tussen thematisch verwante kunstenaars oefenen niet meer aantrekkingskracht uit dan die van kruiswoordpuzzels voor hochintelligente academici. Wie het eerst begrepen heeft waarom bepaalde kunstenaars bij elkaar zijn gebracht, krijgt van David een schouderklopje en twintig weggeefexemplaren van Documenta X, the book.
DAT DE DOCUMENTA-leidster als een kunsthistorische Dr. Livingstone de witte plekken op de kaart van de jaren zestig en zeventig wil invullen, is een respectabel wetenschappelijk streven. Dat ze daarvoor het altijd heftige reacties uitlokkende kunstinstituut Documenta uitzoekt, is uitgesproken dapper. Spijtig echter is het vlakke resultaat van haar inspanningen. Nergens is de opwinding voelbaar die je toch zou verwachten bij de grootste en belangrijke kunsttentoonstelling ter wereld. Spektakel - dàt is nou net wat de ernstige David wil vermijden. Debatteren, nadenken, 'Erweiterung des Kunstbegriffs’, daar gaat het om in deze Documenta.
Zo is er de Documenta-kunstsite op Internet, de Bali Kino met speciaal voor Documenta X vervaardigde films, de Documenta-'kunstclip’ op Duitsland 3, en kan het publiek zich mengen in de 'medialaboratoriumexperimenten’ van Hybrid Workspace (een multimediaproject waarin onder meer de Nederlandse mediakunstenaar Geert Lovink is vertegenwoordigd). Daarnaast kunnen we genieten van de Documenta-uitzendingen op het Frans-Duitse kunstkanaal Arte, Documenta-hoorspelen op de radio, en Documenta-theater (opvoering in september).
Wie dan nòg niet heeft begrepen dat kunst van praten komt, rest slechts één oplossing. Afgaan op de geur van spaanplaat en beton. Want in de uit goedkoop hout opgetrokken videoinstallatieruimten is het discours verbannen en kan er ouderwets gekeken worden. Bijvoorbeeld naar Johan Grimonprez’ spannende fictieve documentaire over vliegtuigkapingen Dial H-I-S-T-O-R-Y (1997) en Joachim Koesters vermakelijke Pit Music (1996), waarin een vol overgave musicerend strijkkwartet vanaf een hoger gelegen podium wordt gadeslagen door een verveeld gapend, drinkend en babbelend kunstpubliek.
Ook in de naar nat beton ruikende installatie aan het einde van het Documenta-parcours kun je ontspannen. Carsten Höllers en Rosemarie Trockels bijdrage Haus für Schweine und Menschen, een huisje van 8 bij 12 meter waarin bezoekers gezellig liggend op matrassen een achter glas rondscharrelende zwijnenfamilie (Bentheimer Rasse) kunnen gadeslaan, is het speels klapstuk van Davids superdroge Documenta.
Zegt de gids: 'In diesem Schweine/Menschen-Idyll stellt sich die Frage (…) inwieweit Massentierhaltung nicht nur symptom einer auf brutaler Ausbeutung des einzelnen zum Wohle der Gewinnmaximierung beruhendenden Gesellschaftsform ist.’
Documenta X: politiek correct tot in de varkensstal.