Kunst op zee

Jacques Hamelink, Zeegezang, inclusief Gesternten van Frederik de Zeeman. Uitg. Querido. 184 blz., Ÿ 49,90 ..LE De naam Hamelink is altijd goed voor een heftige, of liever vehemente associatie. Dat woord zal hem beter bevallen omdat het niet gewoon is. Een hang naar het gewone heb ik bij Hamelink namelijk nooit bespeurd. Hij is vertaler, romanschrijver, essayist en dichter. Ooit, met de roman Ranonkel, maakte hij voorgoed duidelijk dat hij tot het bloesemende, woekerende soort behoort en de grenzen van het Nederlandse graag overschrijdt.

Over ÇÇn ding, afgezien van dat vehemente, zal iedereen het eens zijn. Hamelink is in de uitwerking van zijn projecten virtuoos. Dat hij bovendien zo divers is als de pest maakt hem ongrijpbaar en leidt tot anekdotes die voor een deel onbegrip moeten compenseren. Wie weet brengt hij ze trouwens zelf in de wereld. Hamelink is sterk als een beer, heet het dan, maar zijn handen kunnen de krakkemikkigste klavecimbel gestemd krijgen; zijn voorkeur bij vrouwen gaat uit naar het exotische, maar hij deinst niet terug voor straffe meditatie op zijn tijd. Al deze romantiek vind je in zijn werk terug. Toch heeft dat werk ook duidelijk een cerebrale component, die zich hierin uit dat de schrijver af en toe een eigen, onacademisch onderzoek instelt en zonodig het polemische pad bewandelt.
Zojuist verscheen van deze weerbarstige, visionaire virtuoos de dikke bundel Zeegezang, inclusief Gesternten van Frederik de Zeeman. Het is een caleidoscopisch geheel met ongelijke figuren, maar wel een eenheid, dus zo'n bundel die je geen recht doet met een citaat omdat dat niet representatief voor het geheel kan zijn.
In het slotgedicht, de punt achter het geheel, wordt gewaagd van ‘lust tot vocale schoonheid’, een formulering die kan dienen als toelichting op de eerdere vaststelling: ’…en als er meer/ wereld bestaan had was ik daarheen gevaren’. Aan het woord is Frederik de Zeeman, maar de frase had het motto kunnen zijn voor dit hele Zeegezang - en misschien wel voor het hele oeuvre van Hamelink. Wat een flaneerzucht! Wat een fabuleerlust! En wat een verve in de verwoording! Hier is precisie, tijdelijke rust en schoonheid bevochten op het vele. Dit is op vleugels gaande maar doorwrochte lyriek vol boertige elementen, 'harde lyriek’ zoals de Orpheus erin hem typeert. Dit is kunst die de verwoestende aardse en maritieme krachten vermag te temmen en die met haar schoonheid en verregaande woordenmakerij vormgeeft aan tijden, hoe bang ook.
Aan de basis liggen kennis en feitelijkheid, want de dichter is behalve ziener en maker ook gelegenheidshistoricus. De bundel pretendeert een overzicht te bieden van het zeemansleven, gebaseerd op historisch, mythisch en actueel, anekdotisch materiaal. Er zijn schimpscheuten te bespeuren. Zo wordt het podium van Poetry International opgevoerd als een schrikbeeld van beperking voor de zee‰nbevarende dichter. Homerische strofen, lyrische balladen en opruiende shanties wisselen elkaar af, maar ondanks die diversiteit is er als gezegd sprake van een eenheid in thematiek en in toon.
Al met al een oorspronkelijke, spannende en ambachtelijk gezien meesterlijke bundel, met excuus voor alle adjectieven in dit stuk die beslist vergrovend zijn ten opzichte van Hamelinks eigen idioom. Tel bij hem het aantal overtuigende zelfgemaakte of zelf samengestelde woorden en u begrijpt wat ik bedoel. Is Hamelink niet een dichtersvorst, dan toch zeker een prins te paard die ons af en toe met zijn blauwbloedige persoonlijkheid komt veroveren.