De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Kunst voor de kringloop

Hoe zou het voelen om in een kringloopwinkel tegen je eigen werk aan te lopen?

Jaren geleden vond ik achter de kledingkast van mijn ouders, nog voorbij de slaapzakken en carnavalskleren, het portret van mijn opa. Dit schilderij, dat niet alleen slecht geschilderd was maar ook weinig gelijkenis met hem vertoonde, was mijn opa na eindeloos aandringen van zijn kant cadeau gedaan voor zijn 75ste verjaardag. De rest van de familie vond het een afschuwelijk ding, maar hij was een trots man en hing het doek in het halletje tegenover de kapstok zodat de visite er niet omheen kon. Toen mijn grootouders beiden waren overleden en het huis moest worden leeggeruimd, wilde niemand het portret meenemen. Omdat we het ook niet naar de kringloop wilden brengen werd het schilderij op verjaardagen doorgegeven en zo belandde de lijst dus uiteindelijk achter de kast in de slaapkamer van mijn ouders.

Toen ik laatst door een kringloopwinkel struinde, werd ik voor het eerst in lange tijd aan het portret herinnerd. Bij ‘Kunst en spiegels’ zag ik een collega, hij ijsbeerde over de afdeling terwijl hij verwoed met iemand aan het whatsappen was. Alles in zijn houding schreeuwde dat hij een bijzondere vondst had gedaan en ik vroeg me af van welk kunstwerk op deze overvolle muur hij zo enthousiast werd. Het was alsof ik een uitzending van Tussen kunst en kitsch bijwoonde. Opeens had elk werk verborgen schoonheid. Was dat tuttige aquarelletje dan toch een vroege Mondriaan? Die clichématige zwart-witfoto een Man Ray?

De collega kreeg mij in de gaten. ‘Dit is een werk van mijn broer!’ Hij trok me mee naar een klein portret van een monnik.
‘35 euro’, las ik op de lijst.

‘Hij is een goede schilder hoor, ik herkende hem meteen’, zei de collega, alsof hij zijn broer tegenover mij moest verdedigen. ‘Het is zijn afstudeerwerk, 1995.’ Nadat hij nog eens kritisch naar het doek had gekeken, voegde hij daaraan toe: ‘Maar ik snap ook wel dat iemand dacht dat het voor de kringloop was. Het heeft nogal een hoog huilend-zigeunerjongetje-gehalte.’

Hoe zou het voelen om in een kringloopwinkel tegen je eigen werk aan te lopen? Om een project waar je wekenlang op hebt gezwoegd, waarover je op verjaardagen trots hebt verteld dat het verkocht is, tussen de spiegels en Ikea-posters te zien hangen? Gelukkig hadden wij de schilder van het portret van mijn opa dit verdriet bespaard, dacht ik. Het schilderij was inmiddels weer doorgegeven en hangt nu bij een van mijn ooms in een halletje.

In de kringloopwinkel had mijn collega besloten het schilderij voor zijn broer terug te kopen. 35 euro was een schijntje voor een werk van de schilder die tegenwoordig in galeries exposeerde en daar serieuzere prijzen voor zijn werk kon vragen. Wie taxeert eigenlijk de kunst in de kringloop, vroeg ik me af. Heeft het huilend-zigeunerjongetje-gehalte nog invloed, of is het echt alleen de grootte van de lijst die de prijs bepaalt?

Inmiddels was ook duidelijk hoe de peinzende monnik hier was beland. Een goede vriend van de schilder worstelde al jaren met een verslaving en was onlangs zijn huis uitgezet vanwege schulden. Naar verluidt had hij zijn best gedaan om dit te voorkomen. Eerst had hij een deel van zijn bezittingen verkocht, daarna was hij aan de spullen van zijn huisgenoten begonnen. Het schilderij had hij gehouden, tot hij met de ontruiming op straat kwam te staan. Toen ik dat hoorde, leek de monnik ineens iets minder treurig te kijken. Hij had tenminste geleefd. Iemand had het waard gevonden om hem tot het allerlaatst aan de muur te hebben hangen in een kamer die langzaam steeds leger werd.