Kunst

Kunst zo plat als een dubbeltje

Interessante kunstenaars draaien al eeuwen parels tussen modder en stront, wars van de waan van de dag. Zo niet Martijn Engelbregt met zijn «aangifteformulier» voor illegalen.

Het is een relatief nieuw fenomeen: boeken, films en theaterproducties kunnen door critici worden kapot geschreven, beeldende kunst niet. Elke aandacht is winst. Een negatief oordeel bevestigt de «impact» van een kunstwerk. Het bestaat. De naamsbekendheid stijgt, de prijs stijgt. Galeriehouder en kunstenaar wringen zich in de handen. De criticus heeft slechts de macht van het zwijgen.

Neem de schilderijen van Ronald Ophuis. Slecht geschilderde verkrachtingen in de gaskamers van Birkenau en Auschwitz. Schokkend, inderdaad. En slechte kunst. Dat kan samengaan, hoewel die mogelijkheid onder kunstenaars zelden meer wordt geopperd. In oktober 2000 had romanschrijver en Groene- medewerker Kees ’t Hart er schoon genoeg van. Al kende hij het verlangen van Ophuis naar commentaren van walging, toch noemde hij het schilderij Birkenau I «rattenkunst». En hij riep uit: «Red ons van de rattenkunst!»

Nog geen twee dagen na verschijning van zijn column kwam hier op de burelen aan het Westeinde een brief binnen van de galeriehouder. Daarin toonde deze een mengeling van verontwaardiging, trots en dankbaarheid. Door ’t Harts ergernis kregen de schilderijen betekenis. En dus waarde. U zegt waardeloos? Prachtig! Dank u wel. Schrijft u vooral verder. En nu ik u toch spreek: wilt u niet meedoen aan een debat dat wij organiseren over deze spraakmakende kunst?

Het enige wat nog mooier is voor kunstenaars en galeriehouders is een officier van justitie die dreigt met gerechtelijke stappen. Martijn Engelbregt kwam vorige week in de buurt van dit walhalla van aandacht. Justitie nam de klachten «serieus» die binnenkwamen over zijn «confronterende» project dat hij als opwarmer voor een debat in politiek-cultureel centrum De Balie had ontwikkeld. Wat had Engelbregt gedaan? Hij liet bij 200.000 Amsterdamse huishoudens een officieel ogend, roze enquête formulier van «ReGoNed» in de brievenbus vallen. Eerste zin: «Registratie Orgaan Nederland is bezig met een inventarisatie van illegalen in Nederland.» Enkele van de vragen:

Bent u illegaal?

Van hoeveel mensen in uw omgeving weet u dat zij illegaal zijn?

Wilt u deze (vermoedelijke) illegalen aangeven?

ReGoNed is natuurlijk een vermomming. Het is kunstenaar Engelbregt, die nergens met naam wordt genoemd. Verontruste Amsterdammers, en niet alleen ouderen, belden de politie. Waarom peilde de overheid hun bereidwilligheid tot verraad?

Directeur Anil Ramdas van De Balie krijgt wel «een goed gevoel» van alle woedende reacties. Hij kijkt uit naar vrijdag, wanneer de kunstenaar zijn «onderzoeksresultaten» bekendmaakt als onderdeel van het themaweekeinde «Grenzeloze solidariteit», georganiseerd door het cultureel centrum. Ramdas voegt hieraan toe: «Als niemand iets doet ligt er straks echt zo’n formulier van de gemeente.»

Door zo’n formulier te sturen voorkom je kennelijk het sturen van het formulier. Deze onnavolgbare gedachte is resultaat van drie dagen lang praten. Ramdas moest zelf namelijk ook worden overtuigd van de kracht en pracht van deze performance. «Ik heb de kunstenaar in eerste instantie gezegd dat ik het vond getuigen van slechte smaak. Hij zei toen dat slechte smaak ten opzichte van illegalen al lang geleden is ingetreden. Toen dacht ik: ik wil die discussie wel voeren.» Aldus de Volkskrant. Anil Ramdas ziet kennelijk niet de hopeloze logica van zijn redenering, die neerkomt op: «Hullie doen het ook.» En op een ingewikkelde manier verschil je dan van hullie. Wat zij overigens niet zien.

Kunst als schaamlap is een gedachte die alleen bestaat in de kunstwereld zelf. In de partijkrant van Michiel Smits partij Nieuw Rechts prijkt deze week een artikel waarin wordt gepleit voor de landelijke invoering van dit «aangifteformulier». (De kunstenaar ontkent het nu publiekelijk, maar er staat wel degelijk «aangifte» boven zijn enquête). «Jong Rechts, de jongerenorganisatie van Nieuw Rechts, waardeert de creativiteit van de Amsterdamse kunstenaars [sic] en vindt een aangifteformulier voor illegalen een uitstekend idee.»

De bedoeling van dit kunstproject is het aanzwengelen van debat. Dat hoeft niet. Het debat is al aan de gang, ook bij iedereen die niet geconfronteerd is met de verbeeldingsloze leugens van Martijn Engelbregt. Interessante kunstenaars draaien al eeuwen parels te midden van bergen modder en stront, wars van de waan van de dag. Engelbregt poept gewoon zijn eenvoudige liedje mee. Natuurlijk kan goede kunst shockeren. En zelfs leed berokkenen. Maar leed is hier het enige effect. Met dit project kun je niets meer uitdrukken dan dat. De kunst is zo plat als een dubbeltje.

Kunst kent zijn plaats. Natuurlijk, die plaats kan behalve het museum ook de openbare ruimte zijn. Maar hoe ver moet die worden opgerekt? Zover dat de gemeenschap zelf betaalt — via subsidie van het Amsterdamse Fonds voor de Kunst — om onverwacht en ongevraagd te worden geconfronteerd met een nepenquête, om daardoor participant te worden in «een discussie» die een debatcentrum wil voeren? Dit is de nodeloze tragiek van potsierlijke ijdeltuiterij.

In een verdediging in NRC Handelsblad klaagt Ramdas over journalistieke zedenmeesters, om vervolgens harder te preken dan wie ook: de kunstenaar zou de vrijblijvendheid van onze morele opvatting willen aantonen, «helden die we zijn». Dat hij dit doet in de vermomming van een overheidsdienaar vermeldt Ramdas er niet bij.

Met het aanhalen van de adhesiebetuiging uit een rechts extreem blaadje bewijs ik natuurlijk ook weer niets. «Heel interessant», zullen Balie-directeur en kunstenaar zeggen. Opnieuw gebeurt waar die duizenden anonieme kunstenaars op hopen, ook zij die wel artistieke intenties hebben: ze worden bevestigd in hun bestaan als kunstenaar. Opgemerkt worden. Wedden dat dit commentaar op de website van de kunstenaar belandt? Adres: www.egbg.nl.