Kunstbureaucraten

Londen - Bij de vrouwen is hij ongemeen populair, maar binnen de kunstwereld kan de knappe Britse cultuurminister Jeremy Hunt na drie maanden regeren geen goed meer doen. BBC-coryfeeën, museumdirecteuren en filmregisseurs zijn woedend over de aanstaande bezuinigingen, die kunnen oplopen tot veertig procent van het departementale budget. In Amerika hebben zelfs Clint Eastwood en Steven Spielberg hun ongenoegen geuit. Echter, de Conservatief Hunt wil niet zozeer kunstenaars als wel kunstbureaucraten aanpakken.
Tussen de Tories en het gesubsidieerde deel van de culturele elite heeft het nooit echt geboterd. Kunstpausen keken bijvoorbeeld neer op Margaret Thatcher, zeker nadat ze spontaan had bekend The Fourth Protocol van Frederick Forsyth te hebben herlezen. Haar bezuinigingen werden dramatisch genoemd, maar drie decennia later financiert het Department of Media, Culture and Sport nog steeds 55 quango’s, zelfstandige bestuursorganen waarvan het nut niet onmiddellijk duidelijk is.
Eén van Hunts eerste maatregelen was het opdoeken van de UK Film Council. Dit leidde tot een open brief van tientallen luvvies, zoals de artistieke klasse hier heet. Mike Leigh vergeleek de daad zelfs met het afschaffen van de National Health Service. Elke geïnvesteerde pond zou het vijfvoudige opleveren, zo luidde het, wat de vraag opriep waarom deze filmquango niet aan de aandelenbeurs genoteerd staat.
Vast staat wel dat van elke geïnvesteerde pond een groot deel bij quangocraten terechtkomt. Zo heeft directeur John Woodward zijn salaris in het afgelopen decennium weten te verdubbelen naar een kwart miljoen pond. Zeven van zijn medebestuurders verdienen meer dan een ton. Bij de oprichting telde dit filmfonds 54 werknemers, die jaarlijks 2,9 miljoen pond ontvingen en inmiddels zijn beide cijfers verdubbeld. Door in de bureaucratie te snijden hoopt Hunt jaarlijks drie miljoen pond meer aan het maken van films te kunnen uitgeven.
De geplande bezuinigingen op de beeldende kunst hebben ook voor verontwaardiging gezorgd, ditmaal bij museumdirecteuren en kunstenaars, in het bijzonder de beoefenaars van moderne en conceptuele varianten. Zij zijn vaak financieel afhankelijk van het bestel. Dat ligt anders bij de Schotse schilder Jack Vettriano, die de bezuinigingsplannen dan ook toejuicht. Hoewel erotische schilderijen als The Singing Butler en An Imperfect Past alom geliefd zijn, minachten leden van de kunstelite het ‘commerciële’ werk van deze ex-mijnwerker.
De BBC is niet aan Hunts aandacht ontsnapt. Hij dreigt het kijk- en luistergeld te verlagen als de publieke omroep geld blijft verspillen aan vergaderingen in vijfsterrenhotels, overbodige taxiritten en een extravagante salarisstrook. Dat betreft onder anderen de cultuurbobo Alan Yentob, die vorig jaar kritiek kreeg op een zakenklasseretourtje van 3381 pond naar New York. Tussen de toeristen kon hij immers niet werken. Waarschijnlijk ziet Hunt dat anders. Bij zijn aantreden op het 'Ministry of Fun’ deed Hunt meteen zijn dienstauto de deur uit. Ware kunst gedijt immers in povere omstandigheden.